Dalend succes van mbo’ers op hbo

Onderwijs

Mbo’ers hebben het steeds moeilijker als zij doorstuderen. Hogescholen halen daardoor hun prestatieafspraken niet meer.

Foto Koen Suyk/ANP

Mbo’ers hebben steeds minder succes als zij een vervolgopleiding doen aan een hogeschool. Ze doen langer over hun studie en houden er vaker mee op dan studenten die van havo of vwo afkomstig zijn. Mbo’ers gaan ook minder vaak naar het hbo dan vroeger en ze stromen daarna minder door naar de universiteit. Dat blijkt uit een deze donderdag uitgekomen studie, Wikken en wegen in het hoger onderwijs, van het Sociaal en Cultureel Planbureau. Vooral jongeren van niet-westerse afkomst bereiken het hoger onderwijs via de mbo-route.

De doorstroom van mbo naar hbo groeide van 30 procent in 2000 naar 52 procent in 2006. Daarna daalde hij naar 42 procent. De kosten zijn niet de belangrijkste reden om niet door te studeren. Het inkomen dat gediplomeerde mbo’ers kunnen verdienen als zij meteen gaan werken, speelt een grotere rol. Dat geldt vooral voor jongeren van niet-westerse afkomst en met laagopgeleide ouders.

061016BIN_Onderwijsincijfers

Meer kwaliteit, minder doorstroom

Er is ook veel uitval van ex-mbo’ers tijdens hun hbo-studie. Vaak hebben mbo’ers niet de vereiste basiskennis voor taal en rekenen. De hogescholen hebben de laatste jaren het niveau van hun opleidingen verhoogd, mede vanwege de diplomafraude bij hogeschool Inholland.

De hogescholen moeten nu aan drie eisen tegelijk voldoen: een verhoogd opleidingsniveau en een redelijk studietempo moeten worden gecombineerd met toelating van alle gediplomeerden van de middelbare school die de vereiste vakken hebben gehaald. Thom de Graaf, voorzitter van de Vereniging Hogescholen, noemt dit een „trilemma”. De kwaliteit is wel verbeterd, maar er gaan minder mbo’ers naar het hbo en het studietempo is gedaald. Enkele hogescholen zullen daardoor de rendementsafspraken met het Rijk dit jaar niet halen. Ze kunnen voor maximaal 7 procent op hun budget worden gekort.

De Graaf vindt dat een dergelijke sanctie niet zou passen.

„Terecht heeft minister Bussemaker [OCW, PvdA] gezegd dat ze achter het hbo staat als dat kwaliteit stelt boven studiesucces. Dan gaan we niet meemaken dat ze ons gaan straffen als we dat studiesucces niet realiseren.”

Volgens De Graaf speelt het probleem met name in de Randstad, waar veel etnische diversiteit van studenten is. Er zijn verkorte tweejarige opleidingen, schakeltrajecten en hij overlegt met het ministerie om „studenten van het mbo net iets meer tijd te geven om in het hbo te kunnen instromen”.

Bij de Hogeschool Rotterdam is het aantal mbo’ers dat instroomt, de laatste jaren gedaald van 40 naar 30 procent, terwijl er nu afspraken met twee Rotterdamse mbo-instellingen zijn om de leerlingen die willen doorstromen beter voor te bereiden op het hbo. Slechts 54 procent van de studenten aan de Hogeschool Rotterdam haalt binnen vijf jaar een diploma terwijl de school 65 procent had beloofd. De uitval in het eerste jaar is 26 procent, terwijl 25 procent was beloofd.

De Brabantse Avans Hogeschool heeft ook speciale programma’s voor mbo’ers. De instelling, die met minder grotestadsproblemen kampt, beloofde dat 75 procent van de studenten binnen vijf jaar zou afstuderen, maar haalde 69 procent. De uitval in het eerste jaar was daar 25 procent.

Kleinere klassen

Ron Bormans, bestuursvoorzitter van de Hogeschool Rotterdam, is tegen prestatieafspraken met het Rijk: „Het lijkt op de ouders die tegen hun kinderen zeggen: we spreken met je af dat je voor je achttiende niet rookt.” Als hij aan de afspraken wordt gehouden, zou dat 4 miljoen euro kunnen kosten op een budget van 180 miljoen.

Taal is een probleem op zijn hogeschool, waar 40 procent van de studenten van buitenlandse afkomst is. Bormans heeft drie oplossingen voor de dalende mbo-prestaties. Op het mbo zou meer aandacht moeten zijn voor basisvakken als Nederlands, rekenen, wiskunde, aardrijkskunde en geschiedenis. Ook de hogeschool zou extra aandacht moeten geven aan wiskunde en taal in kleinere klassen. Een schakelprogramma zou de overgang gemakkelijker moeten maken. „Er is een spanning tussen kwaliteit en studiesucces”, zegt Bormans. „Mbo’ers speelden vroeger altijd een thuiswedstrijd op het hbo. Nu moeten ze steeds meer een uitwedstrijd gaan spelen.”