Centrale bankiers geven toe: de lage rente treft de banken

Bankensector

Een opvallende bekentenis van DNB en de ECB: de winsten van banken gaan lijden onder het monetaire beleid. Wat nu gedaan?

Foto Lex van Lieshout / ANP

Deutsche Bank wankelt, ING ontslaat duizenden mensen, de waarde van aandelen van Europese banken ligt meer dan een kwart lager dan begin dit jaar. De Europese bankensector staat flink onder druk en dat baart ook de centrale banken steeds meer zorgen.

Dinsdag noemde zowel Klaas Knot, de president van De Nederlandsche Bank (DNB), als Peter Praet, de hoofdeconoom van de Europese Centrale Bank (ECB), de kwetsbare positie van de banken. Wat opviel: beiden merkten op dat óók het monetaire beleid bijdraagt aan het leed van het bankwezen.

Knot sprak bij de presentatie van de halfjaarlijkse risicoanalyse van DNB. De langdurig lage rentestand betekent dat Nederlandse banken minder rente-inkomsten zullen hebben, bijvoorbeeld via hypotheken, voorspelt DNB. Knot zei dat het effect „in de loop van 2017” merkbaar zal worden in de kwartaalwinsten. „Die zullen lager uitvallen.”

De lage rente komt niet alleen door het monetaire beleid, merkt DNB op. Ook de matige economische vooruitzichten spelen een rol: de vraag naar krediet is laag en de prijs van krediet (de rente) daarom ook. Maar DNB verwijst vooral ook naar het monetaire beleid als oorzaak. De ECB zet „onconventionele instrumenten” in zoals negatieve rentetarieven en het opkopen van staats- en bedrijfsleningen, waardoor „marktrentes worden gedrukt”.

Groeiende twijfel

Die boodschap uit Amsterdam kan de ECB niet verbazen – want dezelfde zorgen leven ook in Frankfurt. „Hoe langer de huidige lage rente-omgeving voortduurt, des te groter de uitdagingen voor banken”, zei Praet, een invloedrijke Belg die de ECB-vergaderingen voorbereidt. Het zal „cruciaal” zijn om „de implicaties van het monetair beleid” op de positie van de banken „in de gaten te houden”, aldus Praet op een financieel congres in Madrid.

De woorden van Knot en Praet duiden op groeiende twijfels in centralebankiersland over het beleid dat wereldwijd het ‘nieuwe normaal’ is geworden: ultralage, deels negatieve rentetarieven en grote opkoopprogramma’s van obligaties. Onlangs paste de centrale bank van Japan haar opkoopprogramma aan omdat de banken ook daar lijden onder de lage rentestanden.

Knot – en ook Praet – merkte op dat de banken de lagere rente maar beperkt kunnen doorrekenen aan klanten. Ze kunnen de rente die ze uitbetalen aan spaarders niet eindeloos verlagen, want die lopen dan weg. Als de spaarrente onder de nul zakt, kunnen spaarders „geld van de bank gaan halen en in een oude sok gaan stoppen”, zei Knot. De rentebaten van de banken dalen dus, maar de rentekosten dalen niet mee. Het verschil tussen beide, de ‘rentemarge’, wordt kleiner. En juist die rentemarge staat centraal in het verdienmodel van de banken.

Het effect van het ECB-beleid op de banken is zeker niet alleen negatief, benadrukte Knot. Banken kunnen sinds enkele jaren lenen zoveel ze willen bij de ECB, tegen extreem lage tarieven. Bovendien heeft de ECB „geholpen de economie op gang te krijgen”, iets waar de banken evenzeer van profiteren.

Maar volgens Praet zullen die positieve effecten op het bankwezen waarschijnlijk afnemen, terwijl de „schaduwzijden allicht blijven bestaan”. Dat is een opvallende bekentenis van een ECB-bestuurder. Tot dusver heeft Mario Draghi, de ECB-president, altijd gezegd dat er weinig bewijs is voor de stelling dat het ECB-beleid de banken schaadt.

Draghi wijst de banken telkens op hun eigen verantwoordelijkheid: ze moeten efficiënter werken en waar nodig fuseren. Over de problemen van Deutsche Bank zei hij vorige week: „Als een bank een bedreiging vormt voor het systeem, kan dat niet alleen door lage rentes komen. Daarvoor moeten andere redenen zijn.”

Ook Praet drong nog eens aan op kostenbesparingen bij de banken, net als Knot, die bovendien vindt dat de dividendbetalingen aan aandeelhouders naar beneden moeten.

Pikant moment

Maar nieuw is de expliciete erkenning van centrale bankiers dat ook zíj een rol hebben in de problemen van de banken. Die erkenning komt op een pikant moment: binnenkort moet de ECB beslissen over verlenging van haar opkoopprogramma van staats- en bedrijfsleningen, dat loopt tot maart volgend jaar.

Dat wordt een heel lastige beslissing. Dat de banken schade dreigen te lijden door het monetaire beleid, is niet alleen vervelend voor de banken, maar ook voor de ECB zelf. Want als de winsten van de banken dalen, krijgen ze minder ruimte om geld uit te lenen. En dat is precies het tegenovergestelde van wat de ECB beoogt. De ECB wil de kredietverlening aan burgers en bedrijven juist aanjagen, wat uiteindelijk moet resulteren in een hogere economische groei en een hogere inflatie.

De monetaire puzzel wordt zo steeds moeilijker op te lossen.