Vluchtelingen mogen van Asscher nu vrijwilligerswerk doen

Ook als ze nog geen verblijfsstatus hebben of het UWV de aanvraag nog niet heeft goedgekeurd, mogen ze als vrijwilliger aan de slag.

Minister Asscher op archiefbeeld. Foto Jerry Lampen / ANP

Minister Lodewijk Asscher (Sociale Zaken, PvdA) had het zelf al van veel vluchtelingen gehoord, het komt nu ook uit een onderzoek dat zijn ministerie liet doen: de meeste mensen in de asielopvang willen graag werken, ook als vrijwilliger.

En vanaf nu mag het meteen. Ook als vluchtelingen nog niet weten of ze in Nederland mogen blijven en ook als uitkeringsinstantie UWV de aanvraag voor vrijwilligerswerk nog niet heeft gecontroleerd. Asscher maakte op dinsdagmiddag bekend dat hij de regels daarover verandert, met steun van regeringspartner VVD. Nu duurt het nog een paar weken voordat het UWV is nagegaan of vluchtelingen niet worden gebruikt als gratis werkkracht. Het UWV blijft dat doen, maar achteraf: wie een vluchteling echt werk laat doen, krijgt een boete van 8.000 euro.

Asscher kwam met het nieuws bij een bezoek aan de Refugee Company in Amsterdam, die in de vroegere Bijlmerbajes (nu een azc) vluchtelingen aan werk probeert te helpen. De Syrische Noor Issa (22), kunstenares, vertelde dat ze als vrijwilliger kinderen hielp in het azc in Alkmaar, maar een huis kreeg in Haarlem en te weinig geld heeft voor de reiskosten.

Zo kwam het ook uit de veertig interviews die Asschers ministerie liet doen als ‘verkenning’: er zijn vluchtelingen die graag willen, maar geen geld hebben om voor hun vrijwilligerswerk op pad te gaan.

En wat opvalt: er is een flink deel dat vrijwilliger wil worden om de taal te oefenen, maar er zijn er ook veel die het juist niet willen omdat ze vinden dat ze te slecht Nederlands spreken. Er is een groep die zegt: laat mij maar wat doen, dan denk ik minder aan de ellende in mijn eigen land. Maar het andere deel zegt: ik kan het niet, ik moet te veel denken aan alles wat ik heb meegemaakt. „Ik vind het allemaal begrijpelijk”, zegt Asscher. „Er is ook niet één oplossing. En wie getraumatiseerd is, moet behandeld worden. Maar het is ook goed om het normaler te maken dat ze zich inzetten voor anderen.”