Recht & Onrecht

Twee manieren om een debat te volgen zonder vooroordelen

Op zondag 9 oktober vindt het tweede debat tussen de presidentskandidaten Clinton en Trump plaats. In de Gedragscolumn legt psycholoog Gert-Jan Lelieveld uit hoe je eigen vooroordelen kan uitzetten.

Vorige week maandag vond het eerste van drie debatten plaats tussen de Democratische presidentskandidaat Hillary Clinton en de Republikeinse presidentskandidaat Donald Trump. Het debat was erg fel en de twee kandidaten speelden het vaak op de man. Volgens een peiling van CNN ziet 62 procent van de Amerikaanse kiezers Clinton als de winnaar van het debat.

Het doel van de debatten is om de kiezers de best mogelijke informatie te geven om een keuze te maken tussen de twee kandidaten. Er is echter één probleem. Decennia van psychologisch onderzoek suggereert dat de stem van de kiezer door veel andere factoren beïnvloed kan worden dan door de “best mogelijk informatie”.

Het beeld van politici kan bijvoorbeeld beïnvloed worden door hun lengte: Mannen die langer zijn worden vaak als meer competent gezien. Nederlandse psychologen hebben recentelijk gekeken naar alle presidentsverkiezingen van de VS en vonden dat kandidaten die langer waren dan hun concurrenten meer stemmen kregen van het volk en ze werden vaker herkozen als president (het is alleen niet zo dat ze vaker de verkiezingen wonnen). In 1976, tijdens het debat tussen Gerald Ford en Jimmy Carter, werd gekozen voor lessenaars van verschillende hoogten zodat beide kandidaten even groot leken te zijn. Dit jaar is er gekozen voor een op maat gemaakt podium om beide kandidaten even lang te laten lijken.

Kiezers hebben echter maar weinig te zeggen over de hoogte van het podium, de structuur van het debat of de vragen die gesteld worden. Ze kunnen wel hun best doen om de vooroordelen die ze hebben van de kandidaten te corrigeren. Je kunt de volgende twee tips, gebaseerd op inzichten vanuit de (sociale) psychologie, gebruiken tijdens en na het kijken naar de debatten:

  1. Op de verkiezingsdag wordt de keuze voor een bepaalde kandidaat niet alleen bepaald door wat hij/zij heeft gezegd tijdens de debatten, maar ook door ons geheugen en onze impressies van wat ze hebben gezegd. En die zijn niet altijd correct. Zo zijn we voornamelijk geneigd om dingen die aan het begin of aan het eind worden gezegd beter te herinneren dan dingen die in het midden worden gezegd. Bovendien wordt onze algehele impressie vooral beïnvloed door de piek (bijv. wat het meest saillant or intens is) en het einde van een gebeurtenis. Op deze manier wordt veel wat minder saillant of intens is niet meegenomen in de keuzes van de kiezers, terwijl dit wel belangrijke informatie kan bevatten.

Tip 1 is dan ook dat je het debat niet moet versimpelen door alleen de saillante details te onthouden, maar probeer je mening te vormen op basis van zoveel mogelijk ook minder saillante details.

  1. De tweede tip is gebaseerd op onderzoek naar de confirmation bias, de neiging van mensen om ons selectief bloot te stellen aan observaties die in lijn zijn met wat we geloven. Als liberalen alleen commentaar op het debat lezen die door liberalen zijn geschreven en conservatieven alleen commentaar lezen dat door conservatieven wordt gegeven, dan is het niet waarschijnlijk dat mensen volledig begrip krijgen wat er precies voor informatie verstrekt werd.

Tip 2 is dan ook dat je niet selectief moet zijn wanneer je verslaggeving van het debat leest door de media.

Komende zondag 9 oktober vindt het tweede debat plaats tussen Clinton en Trump. Vooroordelen zullen altijd een rol spelen, maar aan de hand van deze tips kunnen kiezers wellicht objectiever de debatten kijken.