Tragische danspionier

De reconstructie van Fullers spiegeldecor, de lichtprojecties op haar jurk en de videoclipachtige montage van haar dansen geven een spannend beeld van hoe die cinema zonder cinema eruit moet hebben gezien. ***

©

Voordat er film was, was er een spannende tijd waarin het filmische alles kon zijn: een speeltje met een optische illusie, een projectie op een rookwolk. Er was film in de dansen van Loïe Fuller, wier Serpentine Dances de gebroeders Lumière in 1896 tot een van hun eerste filmpjes inspireerden.

Fuller was een tragische pionier, en La danseuse vertelt haar sterk geromantiseerde levensverhaal. Het is een film zoals het recente Monsieur Chocolat met Omar Sy, die geïnteresseerd is in hoe rond 1900 nieuwe technieken hun intrede deden in theater, en entertainment een industrie werd.


Fuller (1862-1928) was een Amerikaanse danseres die met ingenieus gevouwen gewaden en stokken in haar mouwen wolkende en bloemende dansperformances gaf. Omdat een collega haar act stal, vertrok ze naar Europa waar ze furore maakte in de Folies Bergères en later de Opéra. Daar moest ze het afleggen tegen Isadora Duncan, ook dansvernieuwer, maar eentje die het juist niet in spektakel en techniek zocht.

La danseuse is een mix van biopic en onbeholpen media-archeologie. Maar de reconstructie van Fullers spiegeldecor, de lichtprojecties op haar jurk en de videoclipachtige montage van haar dansen geven een spannend beeld van hoe die cinema zonder cinema eruit moet hebben gezien.