Cultuur

Interview

Interview

©

Succestrainer, maar geen carrièremaker

Interview Henk Groener, de coach van de Nederlandse handbalvrouwen, was succesvol met een ploeg waarin hij eigen inbreng stimuleerde. Nu stopt hij. „Vooruitblikkend stel ik vast dat ik niet hetzelfde enthousiasme heb.”

Opeens deed Henk Groener (56) eind vorig jaar in de plaatselijke supermarkt handenschuddend zijn boodschappen. Wat een tweede plaats op het WK handbal al niet losmaakt. De bondscoach van het Nederlands vrouwenteam was plotseling een bekende inwoner van Leersum geworden. Hij moest eraan wennen.

Niets voor Groener, al die aandacht. Hij waardeert een goedbedoelde felicitatie, daarover geen misverstand, maar het voelt ook ongemakkelijk. Groener is een dienstbaar mens, zijn bijdrage aan het succes van de handbalvrouwen wil hij niet overdrijven. De speelsters komt de grootste eer toe, vindt de gewezen bondscoach, die zijn WK-succes in Denemarken deze zomer continueerde met de vierde plaats op de Olympische Spelen in Rio de Janeiro.

Maar voorspoed verslaaft Groener niet. Na acht jaar breekt hij met de nationale ploeg. De sleet zit op de samenwerking tussen hem en de selectie, ervaart de bondscoach. Moeilijk te concretiseren, zegt hij, het is vooral een gevoelskwestie. „Je merkt het aan de wijze waarop ik op de speelsters reageer en zij op mij, en aan de energie die je geeft en terugkrijgt. Als ik vervolgens vooruitblikkend vaststel niet hetzelfde enthousiasme te hebben als drie, vier jaar terug, moet ik eerlijk zijn en stoppen.”

Zo vertrekt een atypische trainer. Groener is de antipode van zijn meeste vakbroeders, langs de lijn helemaal. Geen opgewonden standje dat schreeuwt en gesticuleert. Eventuele verongelijktheid zit vanbinnen. Hooguit ageert hij op normale toon en met een rustig armgebaar tegen een arbitrale dwaling. Groener is in fatsoen gedrenkt en in alle situaties de rust zelve, een verademing in een vakgroep die bol staat van emotie.

Zijn evenwichtigheid symboliseert ook Groeners werkwijze. Hij wil geen dominante, allesbepalende coach zijn, maar een leider die sporters de ruimte geeft. De handbalsters hadden bij Groener een grote inbreng, zowel in technisch als tactisch opzicht. Zijn uitleg: „Omdat ze op het veld zelfstandig keuzes moeten kunnen maken, vooral belangrijk als de druk toeneemt. Op het hoogste niveau moet je niet voortdurend naar de bank kijken, maar zelf beslissingen nemen. Speelsters leren dat als ze de ruimte krijgen. Iedereen is uiteindelijk verantwoordelijk voor haar prestatie.”

Maar een coach moet toch sturing aan een team geven? „Dat is de vraag”, repliceert de donderdag 56 jaar geworden Groener. „Ik moet het proces bewaken. Als iemand oppert iedereen met een andere arm te laten werpen, moet ze dat wel kunnen uitleggen. Als ideeën te ver wegdrijven, grijp ik in. Maar normaliter stimuleer ik de eigen inbreng. Speelsters moeten iets doen waarin ze zelf geloven. Ik ben niet van de school sporters braaf te laten uitvoeren wat hun wordt opgedragen.”

Hij dicteert niet van bovenaf

Groener trekt die gedeelde verantwoordelijkheid door tot en met de tactiek. Geen dictaat van bovenaf over de speelwijze, maar geleide democratie. Bij de besprekingen vraagt hij wat zijn speelsters op basis van de videobeelden van een tegenstander vinden. Hoe staat de dekking, wat zijn de bedreigingen, maar vooral: waar liggen de kansen? „Op basis van informatie van de analisten heb ik een idee dat ik samenbreng met de observaties van de speelsters. Het stimuleren van eigen oplossingen zie ik als een belangrijke factor om een team succesvol te laten zijn”, zegt Groener, wetend dat zo’n gezagsverhouding niet overal wordt geapprecieerd. Lachend: „Als Rusland zich meldt, is de kans groot dat ik zeg: zoek maar een andere trainer.”

Is het niet verleidelijk na het WK en de Spelen het gelijk van zijn visie breed uit te dragen? Geenszins. Groener ziet de successen als het bewijs van een kwalitatief sterk Nederlands team. Hij heeft slechts mogelijk gemaakt dat er goed gepresteerd is. En dat is moeilijker dan iedereen denkt, zegt de coach, die trots is op de grote stap die de handbalsters hebben gemaakt. Want tophandbal in Nederland impliceert ook woekeren met beperkte faciliteiten. Zo was er het laatste jaar voor de Spelen geen financiële ruimte om de internationals, conform hun nadrukkelijke wens, fulltime voor te bereiden op de Spelen. Maar Groener en zijn meiden versaagden nooit. „Van alle toplanden hadden wij het kleinste programma. Ik ben er trots op dat we het desondanks zo goed gedaan hebben.”

Het kan niet anders of de handbalsuccessen hebben tot een verhoogde interesse geleid voor de coach, die sinds dit weekeinde is opgevolgd door de Deense Helle Thomsen. Zou kunnen, zegt Groener laconiek, maar het is zeer de vraag of hij zich aan een nieuw team bindt. De succestrainer speelt sterk met de gedachte zich als prestatiecoach op het bedrijfsleven te richten. Om ook op dat terrein prestaties van personen en teams te verbeteren. Vindt-ie zeker zo uitdagend. Zijn redenatie: „Ik wil mensen graag goed laten functioneren. Of dat nu om handbalsters of baggeraars gaat, maakt mij weinig uit.”

Zo’n eventuele switch typeert Groener, die allesbehalve een carrièremaker is. Zijn verhoogde internationale status als coach doet hem weinig. Hij is er niet op uit die te gelde te maken. Als er een mooie aanbieding komt, zal Groener die beoordelen, maar toehappen, dat is zeer de vraag. Retorisch: „Waarom zou een topland aantrekkelijker zijn dan een minder handballand met ambitie? Alle aanbiedingen zal ik wegen. Is het een ploeg met ambitie of een statusproject? Maar één ding is zeker: ik kies niet alleen voor het geld. Heb ik één keer als speler gedaan, bij mijn keus voor het Zwitserse Wacker Thun. En dat is me slecht bevallen. Ik ga alleen nog in op een aanbieding waar mijn hart van opengaat. En welk labeltje anderen daaraan hangen zal me een zorg zijn.”