Opinie

Sleep Rusland wel voor de rechter

Opinie Nederland kan en moet Rusland wel degelijk voor de rechter brengen om vlucht MH17, schrijft Marieke de Hoon. En wel die in Straatsburg. „Het gaat niet om fietsendiefstal, maar om serieuze rechtsschending.”

Illustratie Ruben L. Oppenheimer

Vorige week presenteerde het Joint Investigation Team (JIT) belangrijke bevindingen over het neerhalen van vlucht MH17: het wapen en de locatie. Tevens gaf het JIT aan dat het 100 betrokkenen heeft geïdentificeerd maar dat meer onderzoek nodig is om te kunnen bewijzen wie precies wat heeft gedaan, en met welke kennis en intentie. Dat zal nog een hele kluif worden, net als het uitgeleverd krijgen van verdachten. Ondanks de indrukwekkende bewijzen tot nu toe (die nog wel door een onafhankelijke rechter moeten worden getoetst), valt dus nog te bezien of het uiteindelijk mogelijk zal zijn daders achter tralies te krijgen.

Terecht verklaarde hoofdofficier Westerbeke tijdens de persconferentie dat hij niets wilde zeggen over de betrokkenheid van de Russische staat. Dat is niet de rol van het OM: dat kan alleen individuele daders voor de rechter brengen, geen staten. Maar daarmee is de kous niet af. Het JIT-onderzoek is namelijk ook belangrijk voor een juridische procedure tegen Rusland bij het Europees Hof voor de Rechten van de Mens (EHRM) in Straatsburg. Dit kunnen nabestaanden doen, die dan wel eerst in Rusland zelf een procedure moeten beginnen om aan het EHRM te kunnen laten zien dat nationale procedures zijn uitgeput. Maar ook de Nederlandse staat kan die procedure voeren: namens alle slachtoffers, ongeacht nationaliteit. En gegeven de ernst van de schendingen, zou het Nederland niet misstaan dit op zijn minst serieus te overwegen, ook al zijn de spanningen met Rusland hoog.

Nu het JIT zegt dat bewezen kan worden dat het wapen van Russische makelij is, door Russisch grondgebied werd aan- en afgevoerd en werd gelanceerd vanaf een locatie die door pro-Russische separatisten werd gecontroleerd, valt Russische betrokkenheid niet te ontkennen. Het is simpelweg ondenkbaar dat zo’n omvangrijk wapensysteem in handen valt van private partijen en over Russisch grondgebied wordt vervoerd zonder dat Rusland hiervan wist of had moeten weten. Dan heeft Rusland ten minste een zorgplicht ten aanzien van de mogelijke burgerslachtoffers die door dat wapensysteem kunnen vallen. Zeker als blijkt dat Russische militairen zelf bij het lanceren waren (wat gezien het type wapen waarschijnlijk is), maar ook als het (‘slechts’) gaat om het leveren van zware gevechtswapens.

Als er een voldoende nauwe samenwerkingsband bestond tussen de separatisten en Rusland, en die lijkt er te zijn geweest, had Rusland ook daar de verplichting voorzorgsmaatregelen te nemen. Daarbovenop heeft Rusland de verplichting zich te verantwoorden over zijn verplichting om achteraf effectief onderzoek te doen wanneer burgerslachtoffers desalniettemin zijn gevallen, en de verantwoordelijken daarvoor te identificeren en berechten. Ook het frustreren van het JIT-onderzoek is op zichzelf al een schending van die plicht. Dit maakt allemaal deel uit van het ‘recht op leven’ uit Artikel 2 van het Europees Verdrag van de Rechten van de Mens. Op basis van wat het JIT nu heeft gepresenteerd lijkt dit dus een rijke zaak aan schendingen waar Rusland heel wat over uit te leggen heeft.

Nader onderzoek van het JIT kan hopelijk uitwijzen welke rol Russische militairen en separatisten precies hebben gespeeld, zodat de verantwoordelijkheid van de Russische staat preciezer in kaart kan worden gebracht. Maar in tegenstelling tot een strafzaak tegen individuele daders is bij het EHRM bewijs voor de intentie van daders niet nodig. Sterker nog, Rusland zal zelf moeten aantonen dat het de vereiste voorzorgsmaatregelen heeft genomen.

De route naar Straatsburg moet natuurlijk niet in plaats van de strafzaken tegen de individuele daders komen, maar parallel, beide gebruikmakend van het bewijs dat het JIT verzamelt, en elkaar versterkend als er op de ene of de andere route een succesvolle uitspraak komt. De toegevoegde waarde van deze parallelle route naar Straatsburg is ook dat op een gegeven moment het OM al voldoende bewijs kan hebben voor de link tussen de verschillende daders met Rusland zonder dat het al (of ooit) tot een strafzaak kan komen omdat de intentie van individuele daders lastig is te bewijzen, en ook uitlevering nog voor problemen kan zorgen. Echter, als de verantwoordelijkheid van Rusland al wel op basis van het strafrechtelijk onderzoek succesvol kan worden bewezen, kan het OM proberen afspraken te maken met Straatsburg om dit bewijs vertrouwelijk te delen, zodat deze zaak al wel eerder kan beginnen.

Rutte geeft nu aan dat Nederland strafzaken afwacht. Niet terecht: die kunnen lang op zich laten wachten en dan moeten de nabestaanden het zelf rooien. Ook al is dit diplomatiek gevoelig en zijn de spanningen met Rusland al huizenhoog, sommige gevechten zijn het waard om te vechten. Het gaat hier niet om een fietsendiefstal, maar om serieuze rechtsschendingen waar een rechter zich over uit kan spreken, en het dus aan de onafhankelijke rechter kan worden overgelaten te oordelen over wie waar verantwoordelijk voor is. Zowel de individuele daders aanpakken via het strafrecht als betrokken staten via Straatsburg aanspreken, horen bij de belofte van het ‘voor de rechter brengen van de verantwoordelijken’ en ‘de onderste steen boven halen’.