Orbán: toch grondwet wijzigen ondanks mislukt referendum

De Hongaarse premier vindt dat de wil van de mensen die tegen EU-bemoeienis in migratiebeleid gestemd hebben niet genegeerd mag worden.

Viktor Orbán. Foto Attila Kisbenedek / AFP

Premier Viktor Orbán van Hongarije komt alsnog met een voorstel voor een grondwetswijziging om de door de EU opgelegde vestiging van migranten te voorkomen. De Hongaren mochten zondag over dat thema stemmen, maar het referendum werd ongeldig verklaard omdat de opkomst onvoldoende was. Orbán vindt echter dat de miljoenen Hongaren die voor een wijziging hebben gestemd niet genegeerd mogen worden, meldt persbureau Reuters.

Voor een bindende uitslag moest de opkomst tenminste 50 procent zijn. Uiteindelijk kwam zo’n 40 procent opdagen, van wie een overweldigende meerderheid van 98,3 procent tegen stemde. Voor die laatste groep zei Orbán in het parlement nu met een wetsvoorstel te komen:

“Er zijn 3,3 miljoen mensen in Hongarije die besloten hebben dat ze het niet zullen toestaan dat iemand anders mag beslissen over (…) de kwestie vestiging en migranten. Dit mag niet zonder politieke gevolgen blijven, als we in Hongarije nog democratie hebben.”

Lees meer over het referendum in dit stuk van correspondent Roeland Termote: Politiek theater Orbán trekt te weinig publiek

Twee derde

Orbán maakt er bezwaar tegen een Europees besluit om 160.000 vluchtelingen volgens quota te herverdelen over de EU-lidstaten. De samenstelling van de bevolking is onderdeel van de “grondwettelijke identiteit” van Hongarije, vindt de premier.

Om een grondwetswijziging door te voeren heeft Orbán een twee derde meerderheid nodig in het parlement. Het is de vraag of hij daarvoor voldoende steun vindt bij de oppositie. De grootste oppositiepartij, de Socialisten, noemt het niet gelegitimeerd om op basis van dit referendum aan de grondwet te sleutelen, aldus Reuters:

“De meeste kiezers, vijf miljoen mensen, hebben ervoor gekozen om niet deel te nemen aan de dure en leugenachtige drama.”