Nee, je bent geen zeur. Maar pak het wel slim aan

Moeilijke gesprekken

Het is best lastig om je baas te vragen om meer geld of een betere functie. Elf tactieken om voor jezelf op te komen op de werkvloer.

Illustratie Tjarko van der Poll

Hij merkt het aan de zweetlip en het gestotter. Of hoe ze een paar keer langs zijn kantoortje lopen, maar niet naar binnen durven gaan. Of, ook opvallend: hoe ze opééns de week van tevoren kopjes koffie komen brengen en klusjes voor hem willen doen. „Het is meestal overduidelijk als een medewerker iets wil vragen waar hij eigenlijk tegenop ziet”, zegt Ton Keunen. Hij is al veertien jaar interim personeelsmanager bij zijn eigen zaak Veranderzaken en was daarvoor directeur bij een consultancybedrijf. In die functies heeft hij honderden ‘moeilijke gesprekken’ gevoerd: over meer salaris, een betere functie, of wel of niet een bonus.

Wat hem het meeste opvalt: „Mensen hebben er vaak geen goed verhaal bij. Dan vraag ik: waarom zou je meer moeten verdienen? En dan blijkt het thuisfront dat eigenlijk te willen. Of hebben ze gehoord dat een collega meer verdient en vinden ze dat oneerlijk. Of, wat ook voorkomt: ‘Ik wist wel dat je zo zou reageren, dus laat ook maar’.”

We vinden het eng om voor onszelf op te komen op de werkvloer. Daarom zijn er cursussen en gesprekstechnieken om ‘weerbaarder’ te worden. Zoals de cursus ‘moeilijke gesprekken’ van trainingsbureau Schouten en Nelissen. Trainer Petra Sevinga:

„Veel mensen vinden zo’n gesprek spannend. Je hebt er lang over nagedacht, er zitten emoties bij, en je denkt waarschijnlijk van tevoren al dat je verzoek wordt afgewezen.”

Ze hoort vaak dat cursisten bang zijn dat hun leidinggevende ze een ‘zeur’ vindt als ze om meer salaris vragen. Mensen zijn geneigd voor de ander te denken en allerlei aannames te doen, weet Sevinga. „Bijvoorbeeld: daar hebben we die weer.”

Terwijl dat helemaal niet zo hoeft te zijn. „Soms ben je heel blij met mensen die om meer salaris vragen”, zegt personeelsmanager Keunen. „Je wil namelijk ook graag werknemers die weten wat ze waard zijn, en trots zijn op de manier waarop ze functioneren. ”

Toch vindt hij het opvallend hoe moeilijk mensen het vinden voor zichzelf op te komen. „Voor veel mensen hangt het salaris nauw samen met hun eigenwaarde. Ze durven niet te vragen om meer salaris, omdat ze hebben bedacht dat ze dat niet verdienen. Of ze vinden dat de werkgever uit zichzelf meer salaris moet geven, anders telt het niet.”

En ja, wie er niet om vraagt, krijgt die bonus of leukere functie niet. Keunen: „Het is natuurlijk ook oneerlijk dat mensen met een goede babbel en veel zelfvertrouwen vaker een salarisverhoging krijgen dan mensen die stotterend voor je staan. Bij die laatste denkt een manager toch sneller: als ik hier nee tegen zeg, maakt het minder uit. Oneerlijk, maar zo werkt het wel.”

Elf tactieken om overtuigend aan de baas te (durven) vragen wat je wil:

1. Begin met het opbouwen van een relatie

„Als je veel lef nodig hebt om met je leidinggevende te praten, zegt dat eigenlijk al dat er iets mis is met de relatie”, zegt trainer Petra Sevinga. „Je moet niet alleen maar met elkaar praten als er iets aan de hand is of je iets van de ander wil.” Loop nu, vandaag nog, langs bij de baas om ‘gewoon’ even te kletsen en aan die relatie te werken. „Dan is het veel makkelijker om lastige dingen te bespreken als het echt nodig is.”

2. Kondig het gesprek aan

Loop niet even snel bij je leidinggevende binnen om een probleem te spuien. Communicatietrainer Simon Groen: „Hoe spontaan dat ook lijkt, je wil dit gesprek juist liever gewicht geven, en niet in twee minuten afraffelen.” Kondig het dus aan. „En dan niet met een mailtje, want dat kan je manager sneller terzijde schuiven,” tipt Sevinga. Zeker als hij die dag al vier andere mails heeft gehad met een verzoek om ‘even te zitten’. „Spreek je leidinggevende in de wandelgangen aan, dan heb je al echt contact erover gehad.” Bonus: je ziet gelijk aan de lichaamstaal hoe afwijzend (of niet) je leidinggevende reageert, dus kun je je beter voorbereiden op het gesprek.

3. Bedenk niet wát je wil, maar waaróm je dat wil

Als je precies weet wat je wil (Meer salaris! Een bonus!) en je weigert daarvan af te wijken, ben je te koppig. Terwijl een andere uitkomst misschien óók goed kan zijn. Zo vertelt Petra Sevinga dat een van haar cursisten, accountant Marieke (31), een extra thuiswerkdag wilde vragen aan haar baas. Ze werkte al één dag thuis en kon zich daar zo goed concentreren dat ze een tweede dag erbij wilde. De baas weigerde, want als ze hierop ‘ja’ zei, zou iederéén meer dagen thuis willen werken. En daar kon het bedrijf niet aan beginnen, dat begreep Marieke toch zeker ook wel? Petra Sevinga: „Ze had er beter een gezamenlijk probleem van kunnen maken, in plaats van een kant-en-klare oplossing voor te stellen.” ‘Ik kan niet geconcentreerd werken door al de collega’s en afleiding hier, wat zullen we eraan doen?’ was slimmer geweest. Sevinga: „Mensen komen graag zelf met een oplossing, maar als je je manager laat meedenken, schiet hij of zij minder snel in de verdediging.”

4. Vergelijk jezelf niet met anderen

Interim personeelsmanager Ton Keunen hoort ontzettend vaak het argument: ‘Die collega verdient/heeft/krijgt dit, dus wil ik dat ook’. Keunen:

„Vergelijken met anderen is nooit een goed idee. Het interesseert me niet zoveel wat de ander verdient, dus dan zeg ik: fijn voor die collega, en voer redenen aan waaróm hij meer verdient.”

Houd het, kortom, altijd bij jezelf. Keunen: „Een baas zal nooit toegeven dat hij onrechtvaardig beloont en zal zich hier dus altijd uit kunnen praten. Het is veel sterker als je argumenten hebt waarom jij méér zou moeten verdienen.”

5. Laat je niet in een hoek praten

Kom je halverwege je betoog vast te zitten, dan is het niet erg om gewoon opnieuw te beginnen. Trainer Sevinga: „Geef het niet op zolang je nog niet tevreden bent. Stuur het gesprek weer naar het originele probleem. Zeg bijvoorbeeld: ‘Oke, maar even terug naar wat ik belangrijk vind’. Of vat samen waar je tot nu toe over hebt gepraat, en zeg dan: ‘laten we het toch nog even hebben over X’.”

6. Bekijk het vanuit de leidinggevende

Hoe zal je leidinggevende jouw verzoek zien? Wat vindt hij belangrijk? Als je daar niet over hebt nagedacht, moet je sowieso niet aan een gesprek beginnen.

7. Lok de manager weg achter het bureau

Let op je lichaamstaal. Maak je niet te klein, spiegel je leidinggevende (leunt hij naar achter, dan doe jij dat ook) en lok ’m weg achter zijn bureau. Communicatietrainer Simon Groen: „Als je recht tegenover je manager zit, aan de andere kant van het bureau, heeft hij non-verbaal al veel overwicht.” Stel gerust een andere plek voor om het gesprek te voeren.

8. Vraag om de herkansing

Als je het gevoel hebt dat het gesprek onbevredigend verloopt, kun je zeggen dat je erover wil nadenken en er op terug wil komen in een vervolggesprek.

9. Creëer stiltes

Simon Groen: „De stilte is een van de krachtigste wapens die je hebt. Dus wees stil nadat je een opmerking hebt gemaakt. Zodra jij allerlei redenen gaat aanvoeren, gaat de manager nadenken over zijn verdediging. Lanceer alleen het statement: ‘Er zijn een aantal dingen die me niet bevallen’. Laat daarna de manager reageren. Stil zijn is het moeilijkste wat er is, maar zorgt ook voor de grootste impact.

10. Twijfel niet aan de beoordeling

Aan veel beoordelingsgesprekken zit het wel of niet toekennen van een bonus vast. Personeelsmanager Keunen: „Geef ik een slechte beoordeling, dan krijgen ze vaak die bonus niet. Ik merk dat veel werknemers de beoordeling in zo’n geval in twijfel gaan trekken en proberen te beargumenteren waarom ze het toch goed hebben gedaan.” Maar het is sterker om te zeggen: je hebt gelijk, en toch vind ik dat ik een bonus verdien. „Je kwetsbaar opstellen en je manager gelijk geven, is een veel betere strategie. En kom dan met argumenten waarom je die bonus toch verdient.”

11. Vat een ‘nee’ niet persoonlijk op

Wat als het gesprek ondanks deze tips alsnog niet goed verloopt? Loslaten, adviseert Keunen. „Werknemers nemen het vaak persoonlijk op, terwijl het een zakelijke overeenkomst is.” Dat merkt hij vooral bij het wel of niet toekennen van bonussen. Deuren die keihard worden dichtgeslagen, als een klein kind het kantoor uitrennen, op staande voet ontslag nemen (en daar tien minuten later op terugkomen): hij heeft het allemaal zien gebeuren. „Ze denken: als ik het niet krijg, vinden ze mij een sukkel. Of niet goed. Maar als mensen geld los zien van hun persoon, maakt dat ze krachtiger.”