Mostafa vluchtte uit Syrië en wordt nu waterdicht begeleid

De opvang van jonge mannelijke statushouders stagneert. Maar in Breukelen gaat het goed. Met één begeleider per persoon.

Sinds een jaar woont Mostafa samen met twee andere jonge Syriërs op kamers in Breukelen. Foto’s Olivier Middendorp

Op maandag of dinsdag gaat Mostafa Morad (19) vanuit Breukelen naar school in Utrecht voor taalles. Op vrijdag gaat de Syrische vluchteling samen met Syrische leeftijdsgenoten naar Amersfoort-Noord om daar onder begeleiding plantsoenen schoon te houden. De andere dagen in de week verkeert hij met vrienden in Breukelen of Utrecht. Of houdt hij zijn kamer schoon op aanwijzing van het Leger des Heils of een van de vrijwilligers die hem begeleiden.

In het weekend gaat Mostafa met zijn vrienden naar de disco. „Tenminste, als ik naar binnen mag”, zegt de tiener via de telefoon in goed Engels. „Als de portier op mijn ID ziet dat ik uit Syrië kom, lukt dat niet altijd. Mensen schrikken daar toch van. Ik begrijp eigenlijk niet waarom.”

Sinds een jaar woont Mostafa – gevlucht uit Damascus voor het oorlogsgeweld en voor de dienstplicht – samen met twee andere jonge Syriërs op kamers in Breukelen. In het naburige Maarssen zijn er nog twee (flat)woningen, met daarin Syriërs, Eritreeërs en een Palestijn. Allemaal jong – in de leeftijd van 19 tot 25 jaar, en alleenstaand (sommigen in afwachting van gezinshereniging). Het is precies de groep die veel gemeenten liever niet huisvesten, dit uit angst voor ‘overlast’.

Deze woensdag overlegt de Tweede Kamer met verantwoordelijk staatssecretaris Klaas Dijkhoff hoe de nog steeds stagnerende huisvesting van statushouders – met name die van jonge – kan worden verbeterd. Experimenten zoals in Breukelen en omgeving, waarbij de statushouders intensief worden begeleid, gelden daarbij als voorbeeld.

Incidenten

Aanvankelijk stonden woningbouwcorporaties niet te juichen, toen het gemeentebestuur hen begin 2015 benaderde met de vraag om de jonge statushouders te huisvesten. „Ze hadden daar geen goede ervaringen mee”, vertelt wethouder Vital van der Horst (Streekbelangen) in het monumentale stadhuis van de fusiegemeente Stichtse Vecht. Maarssen, Loenen, Breukelen zijn daarin opgegaan. De corporaties verwezen naar „incidenten” rond met name jonge, alleenstaande asielzoekers. Geert Wilders sprak eenvoudigweg van ‘testosteronbommen’.

Wilde de gemeente haar plan toch doorzetten, dan moest er waterdichte begeleiding komen, eisten de corporaties. Maar er was nog een probleem, zeiden de bestuurders: hun beschikbare woningvoorraad bestond voor het overgrote deel uit eengezinswoningen. Had het COA geen gezinnen in de aanbieding?

Het COA en Platform Nieuw Thuis – dat namens Rijk, gemeenten en corporaties helpt bij de vestiging van statushouders – drongen echter juist aan op huisvesting voor de jonge alleenstaanden en alleengaanden (wachtend op gezinshereniging). Zij vormen juist een grote groep onder de statushouders die wachten op een woning.

Foto Olivier Middendorp

De flat in Breukelen. Foto Olivier Middendorp

Geluidsoverlast

De gemeente Stichtse Vecht besloot vorig jaar hulp te bieden op kleinschalige basis, verspreid over de dorpskernen om zo ongewenste concentratie te voorkomen. „Zo was het hier eerder ook met de integratie van Molukkers en Vietnamezen gelukt. Zo doen we het nu weer”, aldus wethouder Van der Horst.

Op advies van de woningcorporatie haalde hij het Leger de Heils erbij om het experiment te begeleiden en daarmee aan de bezwaren van de corporaties tegemoet te komen. Het Leger bood – tegen betaling door de gemeente van ongeveer 3.000 euro per statushouder – professionele begeleiding. Daarnaast probeert het de jonge mannen zoveel mogelijk dagdelen bezig te houden, als ze niet naar school gaan voor taalles of stage. Statushouders als Mostafa Morad houden plantsoenen schoon of doen ervaring op in een werkplaats. „Dat geeft hen houvast”, zegt Bouke Hartman die namens het Leger des Heils het project uitvoert. „Het leert de jonge statushouders simpele dingen zoals zich aan afspraken te houden en op tijd op het werk te komen.”

Daarnaast krijgen jongeren zoals Mostafa hulp van een klein legertje vrijwilligers uit Breukelen en omstreken. Twaalf van hen helpen met verzekeringen, anderen doen paperassen en de taalles. Samen met de twee professionals van het Leger des Heils werd de getalsmatige verhouding tussen statushouders en de ring van helpers ongeveer 1:1.

Anderhalf jaar later – en een enkel incident verder – geldt het experiment in Breukelen en Maarssen als geslaagd. „We zijn tevreden en blij hoe iedereen heeft meegewerkt”, zegt wethouder Van der Horst. „Er was maar één klacht van geluidsoverlast.” Een opstand van de buurt, zoals eerder tegen een voorgenomen asielzoekerscentrum in Breukelen, bleef uit. De gemeenteraad was grotendeels stil. „Anders dan de vestiging van een azc, is het huisvesten van statushouders gewoon een wettelijke plicht voor gemeenten”, zegt de wethouder.

Simpele dingen

0510BINmorad3_2k

B en W van Stichtse Vecht wil het vijftal appartementen uitbreiden naar twintig. Leger des Heils-medewerker Hartman steunt de uitbreiding, maar hamert wel op de noodzaak van intensieve begeleiding van de jonge statushouders vanaf het allereerste begin. Daarbij gaat het om simpele dingen als het informeren van de buurt, maar ook het doseren ervan. „De gemeente wilde bijvoorbeeld de hele flatgalerij inlichten over de komst van drie jonge statushouders. Wij vonden de buren echter genoeg. Anders wek je snel de indruk dat er iets bijzonders aan de hand is. We willen echter niet stigmatiseren, maar juist normaliseren.”

Dat lukte, al deden zich daarna soms nog misverstanden voor. „Dan kwam een van de buren met oude stoelen aanzetten voor de nieuwe bewoners. Heel goed bedoeld, maar de jongens zetten die vervolgens bij het grof vuil. Dat vergde wat uitleg over en weer.”

Ook het managen van de onderlinge verhoudingen tussen de jonge vluchtelingen zelf, vergt de nodige aandacht en tijd. Zo kwam er op de flat in Maarssen al snel discussie tussen de drie statushouders over het gebruik van de gemeenschappelijke koelkast. De ene wilde daar zijn bierfles inzetten, de ander juist zijn halal-voedsel. Dat ging niet samen. „Uiteindelijk hebben ze van hun eigen geld een tweede koelkast gekocht”, lacht Hartman.

Ook Mostafa ontdekte in Breukelen dat het leven met een gemeenschappelijke keuken en badkamer een kwestie van geven en nemen is. „Het is hier mooi, maar ik zou best wat meer privacy willen”, zegt hij. Zijn begeleider, Peter Rouw van het Leger des Heils, licht toe: „De ene statushouder wilde vasten, de ander juist roken. Dat ging niet samen.”

Studentenhuis

Ook de verschillende niveaus van de jonge statushouders zijn soms spelbreker. Een van zijn – oudere – medebewoners deed in Syrië een juridische opleiding voordat hij moest vluchten. Mostafa zelf zat op de middelbare school toen hij Damascus verliet. „Dat geeft soms fricties”, zegt Peter Rouw „Dezelfde fricties die je in een studentenhuis zou hebben waar ook mbo’ers wonen.”

Mostafa wil eigenlijk weg uit Breukelen en verhuizen naar Utrecht, zegt de Syrische tiener. „Mijn school is in Utrecht, best ver weg. En daar wonen ook de meeste vrienden van mij.” Ook zou hij zijn familie graag naar Nederland halen. Als dat allemaal is gebeurd, en Mostafa de taal machtig is, denkt hij aan een typisch Nederlands beroep. „Ik zou graag zeeman worden.”