Cultuur

Interview

Interview

Floortje Dessing: 'Ik kan een verhaal vertellen dat de oorlog vermenselijkt.'

Foto's VARA

Floortje in Syrië: ‘Zelfs in een oorlog zitten mensen op een terras’

Interview Floortje Dessing (46) was in Syrië voor de burgeroorlog uitbrak. Nu ging ze terug voor een nieuw reisprogramma. „Opgepakt worden door IS was mijn ergste nachtmerrie.”

„Acht jaar geleden was ik in Syrië. Niemand kon zich toen voorstellen dat er zo’n ongelooflijke burgeroorlog over het land zou trekken”, zegt Floortje Dessing (46). „En nu wilde ik terug, om te kijken wat er nog is.”

Dessing maakt er een tweeluik over: Floortje terug naar Syrië. Donderdag is het eerste deel te zien op NPO 1. Om het reisprogramma op tijd af te hebben, zit ze de hele dag te monteren in een donker hokje op het Mediapark in Hilversum. Door het raam kun je de zon zien schijnen. „We kunnen wel lekker naar buiten gaan”, zegt ze. Maar het komt er niet van.

Eerder op de dag heeft ze gehoord dat ze genomineerd is voor drie tv-prijzen. Ze maakt kans op de Televizier-Ring, de Televizier-Ster, en op de Sonja Barend Award. Haar reisprogramma Floortje naar het einde van de wereld, waarin zij mensen opzoekt die zijn gemigreerd naar onmogelijke, afgelegen plekken, heeft maar liefs 2,2 miljoen kijkers.

Hoe was het acht jaar geleden in Syrië?

„Dat was de moeilijkste reis die ik ooit gemaakt heb. Ik had constant iemand van de geheime dienst bij me, een verschrikkelijke man. Ik mocht niet eens naar het toilet want daar was geen tijd voor. Ik mocht officieel alleen religieuze zaken draaien. Maar ja, Syrië hangt aan elkaar van de cultuurschatten, het is een boeiend land, met een warme gastvrije cultuur. Dat wilden wij ook laten zien. Dus dat hebben we er doorheen gedramd.”

floortje-terug-naar-syrie-cr-vara-03

Nu bent u teruggekeerd. Wat is het ergste dat u heeft meegemaakt?

„We zijn in Palmyra geweest, dat net drie maanden geleden is bevrijd van IS. Daar liggen de kooien waarin de vrouwen zijn verkocht nog op straat. Dat vond ik de moeilijkste trip, omdat je dwars door de woestijn gaat die nog in handen is van IS. De weg is wel van de regering, maar dat zegt niet zoveel. Ik was niet bang om dood te gaan – geraakt worden door een mortiergranaat, daar kon ik wel mee leven – maar opgepakt worden door IS was mijn ergste nachtmerrie. En dat is ook precies wat ze willen: angst aanjagen. Heel irritant.

„We werden binnengehaald door een marktkoopman, die vertelde dat hij twee zonen had. Ze waren onthoofd. IS had hem een foto gegeven van die hoofden en die liet hij meteen zien: ‘Kijk, dit zijn ze’. Ze hebben hun ogen uitgesneden en daar liet hij ook een foto van zien.”

Zit dat ook in de documentaire?

„Nee, dat gebeurde buiten beeld. En als je dat in de uitzending laat zien, haakt iedereen af. Ik ben niet uit op choqueren.”

U bent alleen in gebieden geweest die in handen van het regeringsleger zijn. Kleurt dat de waarneming?

„Ik heb mijn route van vorige keer gevolgd, en die lag toevallig in Assads gebied. Het is ook niet bedoeld als compleet verhaal, het is een deel van het verhaal. Wij denken misschien dat iedereen die in Assadgebied woont het bewind steunt. Maar ze wonen daar toevallig. De meeste mensen zijn tegen hun wil in die oorlog beland.”

Wat kwam u doen?

„Ik wil eigenlijk alleen het beeld van Syrië nuanceren. Syrië is voor de meeste mensen oorlog, ellende en vluchtelingen die in asielzoekerscentra zitten. En ik denk ook wel: ‘Fuck, wat een verschrikking!’ Terwijl Syrië zoveel meer is dan dat. Wat ik kan doen is een verhaal vertellen dat de oorlog vermenselijkt. Wat betekent zo’n oorlog voor het dagelijks leven van de mensen die er wonen?”

Dessing laat wat beelden zien. We zien vredige Arabische stadsbeelden. Niets aan de hand. „Dit is een park naast het Four Seasons Hotel waar mensen zitten te lunchen met carpaccio en mozzarella. Je denkt dat je in een land komt waar alles verwoest is en waar iedereen de hele dag over straat rent met een kogelvrij vest aan. Maar zelfs in een oorlog gaan mensen gewoon op een terras zitten. Soldaten zitten, voor ze naar het front gaan, met hun vrienden te kaarten.”

floortje-4

Hoe kan dat?

„Mensen proberen een gewoon leven te leven, zo goed en zo kwaad als het gaat. Tegelijk is dat normale leven ook schijn. Als je naar de onderstroom kijkt, is er zoveel verdriet, zoveel verlies.”

Dessing laat nog ruwe beelden zien: een dierentuin, een gevilde leeuw, een tijger met een dun kontje. „Acht jaar geleden kwam ik bij de grens een auto met twee tijgers tegen. Ze waren op weg naar de dierentuin van Damascus en ze stonden daar uit te drogen omdat ze niet de goede papieren hadden. Nu zijn we gaan kijken hoe het met ze ging. Eén was nog in leven. De andere is door een mortieraanval gedood.”

Normaal gaat u naar paradijselijke plaatsen. Nu ging u naar de hel.

„Nou, met Het einde van de wereld kom ik ook op plaatsen waarvan je denkt: ho-ly! Ik ben bijvoorbeeld in Kabul geweest. Ik hoor ook wel van kijkers: ‘Heerlijk om te zien hoe ruig het is, en dat ik daar niet heen hoef.’ Aan deze documentaire heb ik zitten monteren terwijl ik op een boot onderweg was naar het Siberische eiland Wrangel in de Noordelijke IJszee. Zat ik in mijn hutje naar Syrië-beelden te kijken en buiten zag ik dan de immense leegte van Siberië.”

Tekst gaat verder onder de video

Wat is de overeenkomst tussen Het einde van de wereld en deze Syrië-reis?

„Het gaat over waarom mensen bepaalde levenskeuzes maken. Je vraagt je af: waarom zijn die mensen daar gaan wonen? Mensen die in Het einde van de wereld zitten, hebben vaak veel opgegeven. Zaken aan de kant geschoven die wij nooit aan de kant zouden schuiven. En in Syrië vraag je je af: waarom zijn ze niet weggegaan? Waarom maken ze de keuze om te blijven? Of is het geen keuze? Veel mensen kunnen niet eens vluchten omdat ze ingeklemd zitten tussen de verschillende oorlogsgebieden.”

Dessing is genomineerd voor de Sonja Barend Award, voor een interview in Floortje naar het einde van de wereld met een Nederlands meisje van tien in de Peruaanse jungle. „Ik liep daar en ik dacht; als ik nu verdwaal, ben ik binnen een dag dood. Maar dat meisje zou het dagenlang volhouden. Zij was mijn gids. Toen dacht ik: zo had ik willen opgroeien als kind. Dat was mijn droom, om in de natuur op te groeien.”

floortje-5

In plaats daarvan zat u aan de Herenweg in Heemstede.

„Ja, precies. Maar ik heb wel een fantastische jeugd gehad in een groen kaboutergezin. Mijn ouders zijn een beetje antroposofisch, hoewel ze het zelf niet zouden zeggen, want ze hebben er een hekel aan om ergens bij horen. Elk weekend gingen we eropuit met de platbodem, met vier kinderen en twee tenten. Mijn vader is 87, die gaat nog steeds in zijn eentje kamperen omdat hij de vogeltjes wil horen zingen. Ik ga ook wel eens met hem mee. Dan gaan we eitjes bakken, vogels kijken en wandelen.”

U bent permanent op reis…

„Valt wel mee. De helft van het jaar ben ik gewoon hier. Ik werk bij de televisie, ik woon in Amsterdam. En met mijn andere been hang ik in die buitenwereld.”

Waarom?

„Tja, dat is de ontsnapping. Ik ben helaas geboren met een afwijking. Ik kan niet zo goed tegen regelmaat en voorspelbaarheid. Ik wil uitbreken, ontdekken. Ik heb altijd gereisd. Ik ben televisie gaan maken omdat ik dan geld kon verdienen met reizen, mensen ontmoeten, en daarover verhalen vertellen.”

U heeft net een huis in Amsterdam gekocht. Ligt daar alleen een matras in?

(Geagiteerd:) „Mensen proberen altijd een karikatuur van me te maken. Ik ben gewoon net als iedereen, ik hou van een opgeruimd huis, ik hou van mijn vrienden en familie. Ik vind Nederland heerlijk.” (Wijst naar het raam, waardoor de parkeerplaats van het Mediapark is te zien:) „Kijk nou eens hoe prachtig! Wij hebben een mooi leven – negentig procent van de wereldbevolking wil leven zoals wij. Intrigerend is dat wij toch ongelukkig zijn en op zoek zijn naar iets anders.”

Daar drijft Het einde van de wereld op.

„Inderdaad. Als je het ziet, vraag je je af: hmm, zou ik dat zelf ook doen? Er bestaan geen mensen die volkomen gelukkig op de volmaakte plek zitten. En andersom is dat ook zo: zelfs in de diepste ellende hebben mensen de veerkracht om er toch weer iets uit te halen. Ik ben na de tsunami in Sri Lanka geweest, waar alles en iedereen was weggespoeld en daar zat een man in een hutje met twee pannen en een lepel. Vrolijk vertelde hij dat hij over een maandje wel weer een bedrijfje kon beginnen. ‘Want ik moet toch leven. En ik heb hier twee pannen. En een lepel. Dus dan ga ik misschien iets gaan koken en verkopen’.”

Die veerkracht zag u ook in Syriërs?

„Ja. In de basis willen we allemaal hetzelfde – ook de meest extremistische debiel. Iedereen wil rust, een dak boven z’n hoofd, kinderen maken, die rustig kunnen opgroeien en gezond zijn. Maar ergens in het begin is er de bedrading verkeerd aangelegd zodat we ook in staat zijn tot de meest verschrikkelijke dingen.”

Floortje terug naar Syrïe (twee delen). Donderdag, NPO 1, 22u15-23u.