Column

Moeten de neuzen nou wel of niet dezelfde kant op?

Column Japke-d. Bouma We worden overspoeld met kantoorclichés op ons werk. Worden we daar beter van, vraagt Japke-d. Bouma zich wekelijks af.

japke0

Van alle kantoorclichés die mij op kantoor om de oren vliegen, is „de neuzen dezelfde kant op” toch wel de populairste. Hij wordt zo vaak gebruikt – google voor de lol maar eens in combinatie met ‘organisatie’ – dat je je afvraagt of een dergelijke ingreep niet in het basispakket van een zorgverzekeraar zou moeten zitten.

En dan heb ik het flankerende clichégebruik er nog niet eens bij geteld. Dus de „kikkers in de kruiwagen”, „iedereen in het mandje voor de ballon opstijgt”, „samen de schouders eronder”, en natuurlijk „de gedeelde missies, visies, ambities en passies”. Man man man.

Er is ook veel vakliteratuur over de neuzen op kantoor, en dus over de vraag of het personeel zich nou wel of niet als een schare in het gelid zou moeten opstellen als ware het Noord-Korea. Korte samenvatting: ze zijn er nog niet uit. Sterker nog, nergens is zoveel onenigheid, als juist over de neuzen op kantoor.

Grofweg valt de neuzenbeweging in vier grote stromingen uiteen. De eerste wil dat alle neuzen ALTIJD dezelfde kant op staan; de tweede vindt dat de neuzen af en toe even dezelfde kant op zouden moeten worden „gezet”, de derde vraagt zich wanhopig af hoe je al die neuzen dezelfde kant op krijgt en de vierde vindt dat de neuzen juist weer NIET dezelfde kant op moeten – anders kan je niet zien wat er achter je en naast je gebeurt.

Jongens, wat is het nou? Ik word hier onzeker van. Het gaat hier wel om mijn neus hè, het topstuk van mijn gezicht zeg maar, en als ik zo om me heen kijk toch ook een belangrijk, euh, markeringspunt van heel veel andere collega’s. Het lijkt me toch wel het minste dat we inmiddels weten welke kant die op moet, op kantoor.

Even los van wie gelijk heeft, wat ik mooi vind aan alle neuzen dezelfde kant op, is de ambitie die eruit spreekt. Alle neuzen!

japkeneuzen
Dus ook de wijsneuzen, de snotneuzen, de cokeneuzen, de zeurneuzen, de Pinokkio’s, de Cyrano’s en de Grenouilles. Als je dat rijtje zo leest, dan weet je al: dat gaat niet lukken op kantoor. Iedereen die wel eens een groepsfoto heeft gemaakt weet hoe moeilijk het is om alle neuzen dezelfde kant op te krijgen. En als je dan eindelijk iedereen klaar hebt staan, loopt de knappe stagiair langs en kun je opnieuw beginnen.

Toch denk ik persoonlijk wel dat het werk er beter van wordt, als we af en toe met de neuzen dezelfde kant op zouden staan, al was het maar heel even in een jaarlijkse polonaise of plechtigheid, zeg op de verjaardag van de baas ofzo. Allemaal even met de neuzen naar dezelfde stip op de horizon, desnoods met een fopneus om het moment te markeren: ik denk dat we daar enorm mee opschieten. Maar ja, hoe krijg je dat voor elkaar.

Het kantoorcliché dat Japke-d. Bouma vorige week aanpakte: Heb jij het juiste DNA voor op kantoor?

Nou, met een „een kapstok”, zo las ik ergens, „waar de bedrijfsvoering en interne communicatie aan kunnen worden opgehangen zodat medewerkers scherp voor ogen hebben – en houden – hoe zij kunnen bijdragen aan het realiseren van de doelstellingen van de organisatie”. Verder is „draagvlak” natuurlijk heel belangrijk, „afstemmen”, „een open, betekenisvolle dialoog, het benoemen van verschillen en successen en het opknippen van je boodschap in kleine stukjes en stapjes”.

Toen dacht ik: als mensen zoveel moeite doen, draai je gok dan gewoon eens hún kant op. Dan zien we daarna wel weer waar het goed voor is.

Meer #kantoorclichés via Twitter op @Japked