‘In Syrië vielen meer dan 300.000 doden’

Dat zei secretaris-generaal Ban Ki-moon twee weken terug in de VN-veiligheidsraad.

Ruïnes van de Syrische stad Douma, ten oosten van de hoofdstad Damascus. Foto Abd Doumany/AFP

Wat is de aanleiding?

Hoeveel mensen zijn er in Syrië om het leven gekomen na vijf jaar oorlog? Tijdens een toespraak voor de VN-Veiligheidsraad twee weken terug zei secretaris-generaal Ban Ki-moon dat er „meer dan 300.000 doden” zijn gevallen. Hij deed die uitspraak op het moment dat de wapenstilstand tussen de Verenigde Staten en Rusland wankelde.

Waar is het op gebaseerd?

Het is onduidelijk waar Ban Ki-moon dat cijfer vandaan heeft. De VN houden het dodental in Syrië niet meer precies bij. Het laatste exacte cijfer was 191.369, maar dat dateert uit augustus 2014. Een jaar later werd dat verhoogd naar 250.000 doden, maar dat was een schatting. Sindsdien hebben de VN geen officieel dodental meer gepubliceerd.

Naarmate het geweld escaleerde en de veiligheid verslechterde hadden de VN niet genoeg bronnen om een betrouwbare inschatting te maken van het dodental. Veel gebieden zijn te gevaarlijk voor hulporganisaties en journalisten. En de VN zijn voorzichtig: ze tellen alleen slachtoffers wier naam bekend is en wier dood bevestigd is door meer dan één bron. Dus het aantal dat Ban noemde lijkt niet meer dan een grove, voorzichtige actualisering van de schatting uit augustus 2015.

En klopt het?

Dat is zeer twijfelachtig. In een oorlog zijn feiten schaars. Sinds de VN zijn gestopt met tellen, zijn mensenrechtenorganisaties en Syrische oppositiegroepen de enigen die nog structureel cijfers bijhouden van het aantal slachtoffers. Zij vertrouwen op hun eigen netwerk van ‘informanten’ in Syrië en hanteren eigen methoden om doden te tellen. Daardoor variëren de aantallen enorm, mogelijk ook vanwege een politieke agenda.

Neem het Syrische Observatorium voor de Mensenrechten (SOHR), dat vaak wordt aangehaald in internationale media. De organisatie draait om één man: de Syrische balling Rami Abdulrahman. Vanuit zijn huis in het Britse Coventry onderhoudt hij contact met een uitgebreid netwerk van oppositieactivisten in Syrië die hem van informatie voorzien.

Het SOHR stelde vorige maand dat het in Syrië 301.781 oorlogsdoden heeft geteld. Onder hen zijn 86.692 burgers, 48.766 rebellen van allerlei pluimage, 52.031 buitenlandse extremisten, 59.006 regeringsmilitairen, 41.564 leden van regeringsmilities, en ruim 6.000 Hezbollah-strijders en andere buitenlanders die aan de kant van het regime vechten. Waar de organisatie zich op baseert is niet helemaal duidelijk.

Volgens het SOHR zijn er dus meer strijders dan burgers omgekomen. Maar het Syrian Network for Human Rights stelt juist dat de overgrote meerderheid van de doden burgers betreft en dat het regime verantwoordelijk is voor 180.000 burgerdoden. Dit is 96 procent van het totaal. Hier lijkt politiek een rol te spelen.

Volgens het Syrian Centre for Policy Research, een onafhankelijke denktank, is het dodental nog veel hoger: 470.000. Het verdeelde Syrië in 700 regio’s en vroeg drie experts in elke regio om informatie aan te leveren. Het cijfer valt veel hoger uit omdat de SCPR in tegenstelling tot de VN ook indirecte oorlogsdoden meetelt, zoals mensen die zijn omgekomen doordat de watertoevoer is gebombardeerd. Dit is 15 procent van het totaal.

Conclusie

Niemand weet hoeveel mensen in Syrië zijn gesneuveld. Dodentallen die tijdens eerdere conflicten rondzongen hebben de tand des tijds vaak niet doorstaan. Neem Bosnië (1992-1995). Destijds varieerden schattingen tussen de 90.000 tot 300.000 doden. Een decennium later stelde het Onderzoeks- en Documentatiecentrum in Sarajevo het dodental vast op 97.207. In het geval van Syrië is de stelling niet te checken.

Ook een bewering zien langskomen die je gechekt wil zien?Mail nrccheckt@nrc.nl of tip via Twitter met de hashtag #nrccheckt