Cultuur

Interview

Interview

‘Ik durfde de 40 lijken in het ruim niet te filmen’

Gianfranco Rosi woonde een jaar op Lampedusa, in de met een Gouden Beer bekroonde documentaire ‘Fuocoammare’. En filmde doden die er niet toe doen.

Maandag was het drie jaar geleden dat bij een schipbreuk voor het Italiaanse rotseiland Lampedusa 368 vluchtelingen verdronken. Waarna Europa besloot het front van de vluchtelingencrisis te verleggen door voor de kust van Libië te gaan patrouilleren.

Het aantal doden voor 2016 werd deze week op 3.100 geschat. „Arme stakkers”, zucht moeder Maria in documentaire Fuocoammare als de radio 250 slachtoffers meldt: de kustwacht heeft 34 lichamen geborgen. Ze schudt het hoofd en gaat verder met haar soepgroenten. Het is routine geworden op Lampedusa. Achtergrondruis, zoals de branding.

De Italiaanse filmmaker Gianfranco Rosi legt het leven op Lampedusa, halverwege Italië en Tunesië, onderkoeld en poëtisch vast in Fuocoammare, Vuur op zee: de titel van een Siciliaanse zwijmelballade. Het is de tweede documentaire op rij waarmee Rosi een groot filmfestival wint. Sacro GRA in 2013 was controversieel in Venetië, maar de Gouden Beer voor deze rijke, suggestieve film misgunt niemand hem in Berlijn.

Twee werelden

Rosi toont twee gescheiden werelden. De Lampedusanen: een dj die huilerige ballades uitzendt, een boze dokter die doodzieke, uitgedroogde en door een mix van zeewater en benzine verbrande vluchtelingen behandelt. Maar vooral het 12-jarige jochie Samuele Pucillo en zijn gezin, een pittige hypochonder die met zijn imaginaire vijanden en luie oog gaandeweg een metafoor voor Europa wordt.

Dan is er de wereld van de vluchtelingen: uitgeput, ziek, maar blij in een doorgangskamp te zijn beland. De reis had ook kunnen eindigen in de ‘derde klas’ van een Libische smokkelboot, een modern vlot van Medusa waar ze 800 dollar betalen om nog geen twintig kilometer buiten de kust te stikken.

Die door Rosi vastgelegde redding op zee is het – onderkoelde – hart van Fuocoammare. Hij was erbij toen uitgedroogde mensen van boord werden gehaald en er beneden nog veertig lijken bleken te liggen. „Ze hadden 150 mensen in een kruipruimte geperst, door de hitte, uitlaatgassen en kooldioxide werd dat een gaskamer. Ik durfde het niet te filmen, maar de kapitein van het reddingsschip zei: het is je plicht.”

Europa’s probleem

Nog lastiger vond Rosi het om die gruwel in zijn film te monteren. Hij wilde er geen grootse, emotionele climax van maken. „Want daar is het routine. Maar niet voor mij.” Rosi’s stem breekt even: „Ik kan u moeilijk uitleggen hoe ik me voelde…” En dan fel: „En was het nieuws? Welnee, nog geen regel in de krant. Waarschijnlijk telt het pas bij vierhonderd doden.”

Gianfranco Rosi is emotioneel als ik hem in februari in Berlijn tref, dan met een groepje journalisten. Zo onderkoeld en indirect als Fuocoammare is, zo politiek en direct klinkt Rosi. De mensenmassa die sinds afgelopen zomer via de Griekse eilanden en de Balkan optrok, drukt Europa nu pas met de neus op de feiten, vindt hij. „In Italië gaat dit verhaal al veertig jaar terug, er zijn zeker een half miljoen mensen op Lampedusa aangespoeld. Maar dat was ons probleem.”

Nu het Europa’s probleem is, volgen paniek en symboolpolitiek. Denemarken die immigranten hun sieraden wil afnemen. Rosi: „Een gruwel!” De „scherpe, dappere” Angela Merkel die in een isolement belandt. Door grenzen te sluiten en muren te bouwen valt Europa in duigen, voorspelt Rosi. Hij stelt iets radicaal anders voor: een operatie Duinkerken om een half miljoen vluchtelingen op te pikken voor wie in Libië „de hel op aarde” wacht op hun overtocht. „Een half miljoen op vijfhonderd miljoen Europeanen, hoe moeilijk is dat?”

Fluiten in de orkaan

Drie maanden later, in Amsterdam, is Rosi kalmer: hij knikt vriendelijk als ik zijn schrille geluid in Berlijn fluiten in een orkaan noem. „Het is sindsdien alleen erger geworden. Brexit, het progressieve Zweden dat de deur dichtgooit. Mijn film gaat de geschiedenis niet veranderen.”

Hij doceert wat er de afgelopen jaren rond Lampedusa veranderde. Hoe daar jarenlang boten vluchtelingen arriveerden, drenkelingen en lijken aanspoelden. De eilandbewoners gaven eten en kleding, zetten ze daarna op het schip naar Italië. „Ook wanneer er 800 op één dag landden”, zegt Rosi. „Het is hun code om drenkelingen te helpen.”

Tot het in 2014 een Europese kwestie werd, schepen voor Libië gingen patrouilleren en de situatie paradoxaal genoeg verslechterde. Rosi: „Daarna stuurden smokkelaars mensen op rubber bootjes en lekke sloepen de zee op. Bel maar, de marine pikt jullie wel op. Of niet.” De opvang werd geïnstitutionaliseerd: op Lampedusa gingen de vluchtelingen nu met bussen naar het doorgangskamp, waar ze werden ingeschreven en twee dagen later op transport gingen. Rosi: „Dat circuit staat los van de samenleving. Ook op Lampedusa ervaren ze nu de vluchtelingencrisis via radio en televisie. Als een verhaal dat ze soms treurig, maar meestal bang maakt.”

©

Gianfranco Rosi’s engagement in Berlijn wekte enig wantrouwen. Hoe ‘echt’ is zijn documentaire Fuocoammare? De kleine Samuele is wel erg een symbool voor wegkijkend, navelstarend Europa, boze arts Bartoli wel erg de stem van ons geweten. Zijn dat soms acteurs met een script? Rosi: „Nanook of the North uit 1922 is de beste documentaire ooit, over het leven van Inuits. Weet u hoe zwaar camera’s in die tijd waren? En toch betrap je het leven: tien man die in een kano stappen. Ik leg mijzelf de plicht op dicht bij de mensen te komen en hun waarheid te laten zien.”

Het hart van het eiland

Rosi’s methode is onveranderd. Nooit met een crew op pad, eerder zoals Frans Bromet werken: één man met een camera. „Een crew maakt het onmogelijk echt vertrouwen te kweken, je bent ook te veel met elkaar bezig. Laat staan om een jaar op een eiland te blijven en je eigen ritme te volgen. Want zo lang was ik op Lampedusa, al heb ik hooguit tien dagen gefilmd. Ik film dat dagelijkse ritueel van Maria: bedden opmaken, soep koken. Maar dat lukt alleen omdat ik al weken bij haar over de vloer ben.”

Hij wist vooraf niet eens of Fuocoammare over vluchtelingen zou gaan. Het begon met een opdracht voor een korte film over Lampedusa en haar bewoners. Toen Rosi arriveerde, was het vluchtelingenkamp net afgebrand en gingen de vluchtelingen naar andere plaatsen. Rosi: „Dat eerste half jaar kon ik in alle rust het hart van het eiland ontdekken.”

Rosi liet in die tijd zijn camera thuis: eerst moest hij zijn personages vinden. „Kom ik op zo’n eiland, dan is dat eerst een zee van gezichten. Dan leer je mensen kennen en leg je verbindingen, vormt in je hoofd een groep en een hypothetisch verhaal. Dan hou ik alleen die groep nog in de gaten en begin ik te filmen. Het is niet zo dat ik half Lampedusa filmde, ik eindig met wie ik begin.” Een ander principe: Rosi volgt zijn personages, maar zet ze nergens toe aan. Noch monteert hij in scènes. „Die hebben een begin, midden en eind: ik laat de lens niet drie kwartier openstaan om daarna mijn versie in elkaar te snijden.”

Lees onze recensie van Fuocoammare: Het eiland in de storm van een humanitaire crisis

Astronauten

In Fuocoammare zijn de Lampedusanen markante individuen maar de vluchtelingen een vrij gezichtsloze massa. Rosi: „Mijn probleem was dat ze maar twee dagen op Lampedusa blijven, niet genoeg tijd voor vertrouwen. Want ik doe geen interviews, zo van: ‘hoe was uw reis?’ Ik wacht af.” Hij filmde alleen ’s nachts in hun doorgangskamp, om de vervreemding te stileren. „Op zee en daar zie je hoe astronauten in isolatiekleding de overlevenden opvangen. Aliens die aliens helpen. En ze verpakken ze in dat knisperende spiegelfolie, wat ze nog exotischer maakt.”

Maar in dat doorgangskamp van vervreemding vond Rosi een ontroerend moment. Een groep Nigerianen die zingt over hun beproefing: de horror van de Sahara, Libië, de overtocht. Rosi: „Dat was episch, mythisch, magisch. Dat ik zo close met ze werd, kwam omdat ik erbij was toen de kustwacht ze uit zee redde. We voeren acht, tien uur voor we hun rubberboot vonden. Half gezonken: dertig overlevenden, zestig doden. Ik bleef bij ze, de redding heb ik niet in de film gebruikt.”

Een half jaar na de Berlinale is Rosi’s woede verandert in berusting. „De vluchtelingenhype is gaan liggen, dus bestaat het probleem niet meer. Misschien maakt mijn film een paar mensen ervan bewust dat je mensen op de vlucht voor geweld, onderdrukking en ja, ook armoede, niet zomaar mag laten verdrinken. Meer valt niet te hopen.”