Hoe een Parijzenaar honderden kinderen van de dood redde

Als 18-jarige raakte de Adolfo Kaminsky betrokken bij een Joodse verzetsgroep die paspoorten vervalste van Joden.

Still uit de animatie van The New York Times

Als Adolfo Kaminsky langzaam over straat schuifelt in Parijs valt hij nauwelijks op. Vrijwel geen van zijn buren weet dat hun 91-jarige flatgenoot in de Tweede Wereldoorlog een belangrijke rol speelde in het Franse verzet.

Dit weekend plaatste The New York Times een indrukwekkende korte documentaire over Kaminsky. Als 18-jarige jongen raakte de Parijzenaar betrokken bij een Joodse verzetsgroep die paspoorten vervalste van joden die op de lijst stonden om gedeporteerd te worden.


Zijn hulp was vanzelfsprekend, legt Kaminsky uit. Hij werkte als hulpje bij een kledingbedrijf en was dus bekend met verf en chemicaliën: kennis die uitstekend van pas kwam bij het verzet. De groep richtte zich eerst en vooral op het vervalsen van paspoorten voor kinderen. Kaminsky herinnert zich in de documentaire, die verweven is met prachtige animaties, een spoedklus, waarbij 900 documenten moesten worden gemaakt binnen drie dagen. Een onmogelijke taak. Vechtend tegen de slaap bleef Kamisnky zo lang mogelijk wakker. De rekensom was voor hem simpel.

‘In één uur kon ik 30 documenten maken. Als ik dus één uur sliep, zouden er 30 mensen sterven.’

Nét op tijd waren de paspoorten uiteindelijk klaar. Uiteindelijk zou Kaminsky naar verluidt 14.000 joden met een vals paspoort van deportatie redden.

Ook na de oorlog bleef Kaminsky betrokken bij het vervalsen van paspoorten voor vervolgden wereldwijd. Het boek dat Kaminsky’s dochter in 2009 over haar vaders leven en werk schreef, Adolfo Kaminsky, une vie de faussaire, verschijnt deze week in Engelse vertaling.

In 1999 maakte de Franse regisseur Jacques Falck ook al een langere documentaire over het leven van Adolfo Kaminsky. Juist in de huidige tijd, waarin Syrische kinderen ofwel gebombardeerd worden ofwel in gammele bootjes vluchten, zou zijn verhaal ons moeten inspireren, schrijft Pamela Druckerman, die hem voor The New York Times portretteerde.

‘Net als de meeste westerlingen negeer ik het lijden meestal, in de verwachting dat iemand anders wel zal helpen. Maar Kaminsky ¬– een arme, opgejaagde tiener – stond zelf op, zowel tijdens de oorlog als vele malen daarna.’