Onderwijs

Het nascholingsaanbod voor de leraar is om te huilen

Er komt een lerarenregister en de leraar mag dan zijn eigen nascholing bepalen. Maar leraren hebben te weinig tijd, schrijft Karin den Heijer.

Anp, Evert Elzinga

Woensdag 5 oktober debatteert de Tweede Kamer over het wetsvoorstel Beroep Leraar. Het idee van deze wet is dat de positie van leraren ermee wordt versterkt. De leraar wordt baas over eigen beroep. Met dit wetsvoorstel wordt ook het lerarenregister wettelijk verankerd. Hierin maken leraren hun bevoegdheid zichtbaar en houden ze hun professionalisering bij.

Mijn gedachten gaan terug naar mijn eerste stagedag op een middelbare school. Ik studeerde voor lerares scheikunde. Onno, mijn stagebegeleider en leraar scheikunde, liet mij trots zijn scheikundekabinet zien. Ik zag twee werkende destillatie-opstellingen. ,,Hier maak ik mijn likeur”, zei hij. ,,Een stokerij dus! Mag dat wel?”, vroeg ik. ,,Geen idee”, antwoordde hij.

In het scheikundelokaal stond een tv klaar. Het was de derde dinsdag van september. ,,We gaan vandaag in de les de troonrede kijken”, vertelde hij me. Ik was verbaasd. De troonrede tijdens een les scheikunde? Hij legde uit waarom. “De directie heeft ons verboden om tijdens de lessen de troonrede te tonen. De lessen moeten doorgaan. Maar de directie moet zich niet met mijn lessen bemoeien. Dus we gaan de troonrede kijken.”

Ik prutste wat met een gasbrander. Ik deed kennelijk iets fout, want ik hoorde hem mompelen: ,,Ze leren ook niks meer op de universiteit tegenwoordig.”  Tijdens mijn eerste les bezorgde hij mij een hartverzakking door het lokaal uit te lopen. ,,Even koffie halen.” Daar stond ik opeens, helemaal alleen met een klas. Na een paar weken verbood Onno me nog een gedetailleerd lesplan te maken. ,,Dat maakt jou veel te krampachtig.”

Vakkennis

Onno, de erudiete leraar, ontleende zijn gezag aan zijn vakkennis. Hij wist dat zijn lessen uitstekend waren en hij handelde autonoom. Hij gaf gewoon goed onderwijs. Maar Onno zag dat zijn vak werd uitgekleed. Zijn manier van lesgeven werd door onderwijsvernieuwers belachelijk gemaakt. Extra taken - zoals het begeleiden van studenten - werden steeds minder gefaciliteerd. Hij zag het opleidingsniveau van zijn collega’s dalen.

Het is fijn dat de leraar met de wet Beroep Leraar officieel zeggenschap krijgt over zijn lessen. En het is goed dat een leraar in de toekomst mag gaan over zijn eigen nascholing. Geen directie mag nu meer de inhoud van de nascholing van een leraar bepalen. Maar een wet is niet genoeg. Onno had geen wet nodig. Nodig is een hoogopgeleide, trotse leraar. En die krijgen we hier niet mee.

Voordat de wet vruchten kan afwerpen, moet er nog heel wat moeten gebeuren. Het geaccrediteerde nascholingsaanbod voor het lerarenregister is om te huilen. Er is een lerarentekort. Leraren hebben niet voldoende tijd om hun beroep goed uit te oefenen. De kwaliteit van de lerarenopleidingen moet omhoog. Het beroep leraar moet weer aantrekkelijk worden voor Onno’s.

Karin den Heijer (ir. chemie) is docent wiskunde aan het Erasmiaans Gymnasium en bestuurslid van Beter Onderwijs Nederland.