Een nieuwe blik op het oude continent

Tentoonstelling

De expositie ‘Making Africa: A continent of contemporary design’ in Rotterdam gaat ver voorbij aan alle clichés die we van het continent kennen.

Model Aminata Faye, uit de serie The Studio of Vanities van fotograaf Omar Victor Diop. Foto Omar Victor Diop

Niks geen uitgemergelde kinderen of drooggevallen waterputten of tergende armoede. De tentoonstelling Making Africa: A continent of contemporary design, die morgen opengaat in de Kunsthal in Rotterdam, rekent niet zozeer af met de clichés, maar gaat er gewoon aan voorbij. Het werk van ruim 120 ontwerpers laat een Afrika zien dat vlot is, sexy, humoristisch en flamboyant.

Kalend Kuifje op de vlucht

De even spectaculaire als nutteloze brillen die Cyrus Kabiru uit Nairobi van afval maakt, symboliseren deze nieuwe blik op het continent. Een continent waar vorig jaar de economie met 5 procent groeide, waar 34 procent van de 1,1 miljard inwoners tot de middenklasse behoort en 650 miljoen mensen een mobiele telefoon gebruiken.

De tentoonstelling, die door het Zwitserse Vitra Museum is samengesteld, is een kakelbonte explosie van werk uit allerlei disciplines: mode, fotografie, grafische vormgeving, digitale kunst, architectuur, beeldende kunst, film, fotografie, street art. Met zo veel mensen uit allerlei landen met zulk uiteenlopend werk is er geen eenduidige trend of gedeelde esthetiek te bespeuren. Hooguit is de rode draad het sterke zelfbewustzijn.

Het koloniale verleden komt regelmatig voorbij, bijvoorbeeld in de geestige strips van Anton Kannemeyer, die een kalende Kuifje laat vluchten voor zwarte wilden. Meschac Gaba uit Benin, een geziene figuur in de internationale kunstwereld, vertaalt bekende Parijse gebouwen in gevlochten ‘haarsculpturen’ van wel een meter hoog. Maar deze ontwerpers gaan geen energie verspillen aan rancune. Veel van hen leven bovendien in beide werelden: Kader Attia is geboren in Algerije en woont in Frankrijk; Kunlé Adeyemi is geboren in Nigeria en woont deels in Nederland; Fabrice Monteiro is geboren in België en woont in Senegal.

Stof voor reflectie

Het eigen land en continent leveren al genoeg stof op voor reflectie; de ontwerpers ontlopen de moeilijke onderwerpen niet, ze borduren erop voort. De Zuid-Afrikaan Justin Plunkett fotografeerde allerlei losse onderdelen van krotten – ramen, deuren, golfplaten, plankjes – en monteerde ze aan elkaar tot een nieuwe Afrikaanse variant op de wolkenkrabber, een vertical slum die hij de Skhayascraper noemt. Gonçalo Mabunda uit Mozambique verwerkte de langjarige burgeroorlog in zijn land in een stoel gemaakt van geweren: de lopen vormen de rugleuning, de kolven de armleuningen, en langs de zitting heeft hij een kokette franje van kogelhulzen gehangen. Maar uit datzelfde land komt Mário Macilau, die portretten in zwart-wit maakt van jonge mensen die zich op zondagmiddag uitbundig aankleden en vermaken, zoals zijn heerlijke Alito: The Guy with Style – zelfbewust, hip gekleed met zijn bretels en grote bril. Macilau zet ze naast studiofoto’s van opgedofte jongeren uit de jaren zestig en zeventig, die geposeerd op een stilstaande scooter, of met bloem en pochet, hun bevrijding van het kolonialisme vierden. Het modemerk Ikiré Jones van de Nigeriaanse ontwerper Walé Oyédijé kijkt juist ver vooruit, met een reeks geschilderde beelden Our Africa 2081 A.D. In een futuristisch landschap van wolkenkrabbers, drones en satellietschotels blikken zijn goedgeklede helden vol vertrouwen de toekomst in.

De tentoonstelling in het Zwitserse Vitra Museum (2015)

Making Africa is groots aangepakt. Over een periode van twee jaar heeft Vitra-curator Amélie Klein met haar adviseurs uit negen Afrikaanse landen, interviews gehouden met ruim zeventig ontwerpers, kunstenaars, onderzoekers en architecten in steden als Lagos, Dakar, Kaapstad, Kairo en Nairobi. Een van hen is Okwui Enwezor, de éminence grise van de Afrikaanse kunstwereld en adviseur van Making Africa. Afrikaans design heeft zich losgemaakt van het ambachtelijke, de etnische tradities, de associaties met hergebruik uit armoede. Op een continent dat altijd een wingewest is geweest kunnen ontwerpers zich nu niet veroorloven om wegwerpdingen te maken. „Design moet waarde toevoegen, niet wegnemen.” Die waarde, wil hij maar zeggen, kan ook het gevoel van eigenwaarde zijn.