Een contract aangaan met draaien aan de waterkraanSlapeloos door het dak

Deze rubriek belicht elke dinsdag kwesties uit het bedrijfsleven waarover de rechter zich onlangs uitsprak. Vandaag: over knallende daken en onbesteld leidingwater.

Foto iStock

Als je in je nieuwe woning de kraan opendraait, ben je dan ook meteen verplicht voor het water te betalen? Is het opendraaien een ‘wilsuiting’ waardoor een contract met levering en betaling tot stand is gekomen? Of is dat water juist ongevraagd geleverd? De kantonrechter in Amsterdam moest deze vraag beantwoorden, op een eis van Waternet die een debiteur tot de orde wilde roepen.

Er was tussen de klant en Waternet geen enkele communicatie geweest, stelde de rechter vast. Volgens de toelichting op art. 7.2 in boek 7 Burgerlijk Wetboek over toezending van ‘niet bestelde zaken’ geldt expliciet bij gas, water en licht dat het in gebruik nemen van een stopcontact, een gaspit of waterkraan nog geen leveringscontract tot stand brengt.

Waternet had betoogd dat zo’n strikte uitleg oneerlijk is. De klant kan niet kiezen voor een andere leverancier – en de leverancier niet voor een andere klant. Waternet kan de levering ook niet staken; althans niet zonder zich toegang tot de woning verschaffen, via de rechter. En mocht de consument daarna toch niet zonder water willen leven, dan moet Waternet weer kosten maken om de zaak te herstellen. Dus, beste rechter, laat ons de huidige praktijk voortzetten waarin het bedrijf nieuwe bewoners een welkomstbrief stuurt en ook zónder antwoord een leveringscontract gesloten acht.

De rechter vindt echter dat de wet dat niet toelaat. Het waterbedrijf is niet voor niks in de wetstoelichting over één kam geschoren met gas en electriciteit . Het bedrijf krijgt wel gelijk in de eis om de levering van water te mogen onderbreken. Als deze klant gratis water zou blijven ontvangen dan is dat in strijd met de ‘maatschappelijke betamelijkheid’. De klant hoeft niet te betalen voor het ongevraagde water - maar Waternet mag de kraan wel afsluiten.

www.rechtspraak.nl ECLI:NL:RBAMS:2016:5740

Zijn de verkopers van een huis nog aan te spreken, als blijkt dat de dakplaten bij temperatuurschommelingen zo hard knallen dat je op de bovenste verdieping niet kan inslapen? De kantonrechter in Groningen had op die vraag in 2012 ja geantwoord en de kopers ongeveer 20 mille toegewezen. Het huis uit 1979 was in 2010 voor bijna 3 ton van eigenaar gewisseld – bij de verkoop was verteld dat het huis wel wat last had van ‘krakende dakplaten’.

De verkopers waren in hoger beroep gegaan bij het Hof Arnhem/Leeuwarden, dat vorige maand – vier jaar later – een oordeel gaf. Het Hof stelt vast dat in de woning gewoond moet kunnen worden op een voldoende veilige manier, met een redelijke mate van duurzaamheid en zonder dat het woongenot wezenlijk wordt aangetast.

Het verhaal van de kopers over de ernst en de aard van de knallen, vindt het Hof aannemelijk. Er zijn getuigenverklaringen van logés, maar ook van de buiten rokende overbuurman en zelfs van één van de verkopers die aan een deskundige het geluid heeft omschreven als hinderlijk. De verkopers lieten ook na bij de koop om te wijzen op de ernst van het probleem. Dat is niet redelijk of billijk. Ze hebben bij de bezichtiging wel gesproken over ‘kraken’ en daarbij ook op de platen gedrukt.

Maar dat is niet genoeg waarschuwing voor de knallen die het dak produceert als het door de zon opwarmt of afkoelt. De kopers kan niet verweten worden dat ze dat vervolgens niet genoeg onderzocht zouden hebben. Van een ouderdomseffect lijkt ook geen sprake. Het Hof is het dus eens met de kantonrechter – de schadevergoeding moet worden betaald.

www.rechtspraak.nl ECLI:NL:GHARL:2016:6755