Recensie

Duitse olifant scharrelt rond een Japanse kerncentrale

‘Fukushima, mon amour’ is iets bijzonders. Dat komt vooral door de bijna tastbare wanhoop die je voelt in de beelden van het getroffen gebied. ****

©

Het oude dametje Satomi vindt de lange Duitse Marie maar een ‘olifant’. Tijdens een theeceremonie stoot ze kopjes om en ze zit wijdbeens op de grond. Bah, wat vulgair. Zelf is de oud-geisha de elegantie zelve: met sierlijke bewegingen zet zij de theekopjes op tafel.

De twee komen elkaar tegen in Fukushima, waar Marie na het afblazen van haar huwelijk in een impuls naartoe is gereisd. Ze werkt er als clown, die de overgebleven bewoners van Fukushima, in 2011 getroffen door een tsunami, probeert op te fleuren. Door de vloedgolf werd de kernreactor van Fukushima vrijwel volledig vernield en kwam veel straling vrij. Sindsdien is de stad nauwelijks bewoonbaar. Alle jongeren zijn er weggetrokken, vertellen de ouderen die er (weer) wonen aan Marie.

Het in zwart-wit gedraaide Fukushima, mon amour (originele titel: Grüsse aus Fukushima) laat de gevolgen van die kernramp zien, met in ‘de zone’ nog veel verwoeste huizen, waaronder dat van Marie. Zij is vastbesloten het op te knappen, hoewel er verder niets meer is. Marie helpt Satomi en intussen helpen de twee elkaar ook in het verwerken van pijn uit het verleden, in de woorden van Satomi ‘geesten op je rug’ die op onverwerkte pijn afkomen.

Zo’n plot is een beetje uitgekauwd, toch wordt Fukushima, mon amour wel iets bijzonders. Dat komt vooral door de bijna tastbare wanhoop die je voelt in de beelden van het getroffen gebied. Daartegenover staat de waardigheid van de bewoners die er koppig gebleven zijn en de voor westerlingen altijd aantrekkelijke Japanse spiritualiteit: hier leert Marie van Satomi hoe zij ‘in het moment’ moet zijn.