Column

De twee zielen, ach, die in mijn borstkas wonen

maximefebruari0

Ben ik te vertrouwen? Een kritische lezer vraagt de ombudsman van de krant naar nevenfuncties van columnisten. De ombudsman vindt dat een ‘persoonlijk belang’ bij zaak of standpunt moet blijken uit het bijschrift bij een column. „Openheid duurt het langst”, besluit hij dreigend. Nauwelijks heb ik dit gelezen of een andere kritische geest mailt me. Of ik me wil onderwerpen aan een ‘fact check’? De argwaan in het land neemt duidelijk toe. Tijd om de kaarten op tafel te leggen.

Wie ben ik eigenlijk? Soms hoor ik mensen tekeer gaan over die ploert van een Maxim die vrouwen niet serieus neemt, de vuige macho die in zijn eentje een gevaar vormt voor de feministische zaak. Tja, dat heb ik natuurlijk verdiend, denk ik dan deemoedig. Pas een minuut later besef ik dat het gesprek over Maxim Hartman gaat.

Het standpunt dat ik u op deze plek subliminaal probeer op te dringen, zie ik tegenwoordig vaak op T-shirts staan. Het is een citaat van de schrijver C. S. Lewis. „Je hebt geen ziel. Je bent een ziel. Je hebt een lichaam.” Ik knik tevreden. Enerzijds is het – ziel of lichaam, geest of brein, zijn of hebben – lood om oud ijzer. Ik ben ik. Maar anderzijds kun je wel voorkeur hebben voor een van de metaforen, en de metafoor van de ziel bevalt me heel goed. „Ik heb geen vrienden, geen schoenen en geen god”, zingt Nina Simone. „I got life.”

Dit jaar krijg ik regelmatig post van mannen van mijn leeftijd die vinden dat ik te veel macht en aanzien geniet. Wie denk ik wel dat ik ben! Ze zijn niet boos, maar willen me er toch op wijzen dat andere mensen niet zomaar wordt gevraagd om een mening over de olieprijzen, Shakespeare, het zorgfonds, het Trans-Atlantisch Vrijhandels- en Investeringsverdrag.

Met verbijstering kijk ik naar de EO. De omroep portretteert een jonge transman, zonder seksuele ervaring, die schroom voelt in de nabijheid van vrouwen. De evangelisten sturen hem om onduidelijke redenen naar een seksuologe. Hopelijk zal die hem vertellen dat vrouwen en mannen zielen zijn, hersens hebben, levens en lage lusten. „Got my sex, got my freedom, got my soul”, zingt Nina Simone. Maar de seksuologe haalt in plaats daarvan een kunstmatig geslachtsdeel tevoorschijn, van pornoformaat, en zwaait dat witte gevaarte voor de ogen van de zwarte transjongen heen en weer. Jongen geschrokken, EO tevreden. De evangelisten kijken verlekkerd naar zijn ongemak. Ik ben beschermheer van schroom en stuur in stilte boze brieven op de omroep af. Rechtszaken. Preken. Zending.

(In het bijschrift bij de column noemt de krant mij soms per ongeluk Maxim Verhagen. Dan word ik de ochtend erna wakker en denk ik een paar tellen lang dat ik voorzitter ben van Bouwend Nederland.)

De kritische lezers hebben gelijk, feiten checken kan geen kwaad en natuurlijk is het citaat over de ziel helemaal niet van C.S. Lewis. Alles blijkt altijd onzin. Echt – alles blijkt altijd onzin. IJverige jonge mensen hebben het werk van Lewis doorgespit en het citaat er niet aangetroffen; wel vonden ze het terug in oudere boeken en geschriften. In 1892 schrijven Britse Quakers dat je lichaam slechts een omhulsel is van de ziel en dat uitbundige rouw bij begrafenissen daarom geen pas geeft.

Wie ben ik eigenlijk? In het onderschrift hieronder noem ik mezelf jurist en schrijver. Het één betekent dat ik me bewonderenswaardig houd aan de feiten. Het ander betekent dat ik allang blij ben als het leuk klinkt. De twee zielen, ach, die in mijn borstkas wonen. Het woord ‘filosoof’ heb ik geschrapt, omdat mensen dat bleken te associëren met eindeloos geëmmer over niets, terwijl ik graag een beetje opschiet.

Wat verder nog? Ik ben geen Quaker. Ik luister deze week naar een rouwlied van Eugène Ysaÿe. Ik ben er voorstander van mijn lichaam uit te delen aan behoeftigen: in 2005 heb ik vastgelegd dat mijn nabestaanden moeten beslissen over donatie van mijn organen. Ik verkies geest boven brein en Bach boven Mozart. Ik ben altijd nog van plan I Capture the Castle van Dodie Smith te lezen, sinds ik dit citaat eruit las. „Het enige werk van Bach dat ik heb leren kennen gaf me het gevoel aanhoudend op het hoofd te worden getikt met een theelepeltje.”

Ben ik te vertrouwen? Iedereen die luidkeels meningen uit, heeft iets dat hem of haar dwars zit, al zijn het maar ingewikkelde begrippen als feit en openheid. Zo iemand moet je niet vertrouwen.

Ik heb geen plannen voor de oprichting van een politieke partij.