De leeuw kan nog hulp gebruiken

Conventie van Internationale Handel in Bedreigde Soorten

Stroperij en corruptie zijn de problemen waar dierenbeschermers tegen moeten knokken. Ze zijn dankbaar voor elk succesje.

Geheel boven: Foto’s Paul Fleet / Getty Images/iStckphoto.

De vrees dat de Cites-conferentie in Johannesburg gekaapt zou worden door een oeverloos debat over hoorn van neushoorns en ivoor, is niet uitgekomen. In tegendeel, de driejaarlijkse bijeenkomst van de Conventie van Internationale Handel in Bedreigde Soorten was een succes.

Deze woensdag wordt de conferentie afgesloten, maar nu al is duidelijk dat veel dieren en planten beter beschermd gaan worden, zegt Christiaan van der Hoeven van het Wereldnatuurfonds, telefonisch. Hij volgt de conferentie de afgelopen tien dagen vanuit Nederland op de voet.

De grijze roodstaartpapegaai wordt beter beschermd, in de acht soorten schubdieren mag niet meer worden gehandeld, de handel in het verfijnde, rossige hout van de palissander is verboden, bestaande voorraden ivoor worden niet geveild, het verbod op handel in hoorn van de neushoorn blijft gehandhaafd en haaien en roggen worden beter beschermd.

De leeuw kreeg niet de volledige bescherming waar negen Afrikaanse landen om hadden gevraagd. Wel is besloten dat niet meer gehandeld mag worden in botten, tanden en klauwen van wilde leeuwen. Maar van gefokte dieren mogen die delen wel worden verkocht en de ‘plezierjacht’ op leeuwen blijft toegestaan. De jager mag nog steeds zijn trofee mee naar huis nemen.

Er bleef voldoende tijd over voor onderwerpen die minder tot de verbeelding spreken dan de stroperij op de grote Afrikaanse zoogdieren, maar die daarom niet minder belangrijk zijn. Zo is er bijvoorbeeld uitgebreid gesproken over de handhaving van de bestaande afspraken. Hebben landen hun douane en hun ‘staatsbosbeheer’ op orde? Hoe kan Cites helpen om daar verbetering in te brengen?

Vietnam heeft zaken niet op orde

Vietnam is zo’n land dat zijn zaken slecht geregeld heeft. Er wordt nu een Cites-missie naar het land gestuurd om te onderzoeken hoe dat komt, en wat Vietnam eraan kan doen. Het land krijgt een jaar de tijd voor verbeteringen, anders dreigen sancties.

Want dat is het mooie van Cites, zegt Van der Hoeven. Er kan serieus druk worden uitgeoefend. „Elk van de 35.000 dieren en planten op de Cites-lijst waarin onder voorwaarden gehandeld mag worden, hebben een officiële schriftelijke vergunning nodig voordat ze de grens over kunnen. Ook een gekweekte orchidee uit Thailand. Landen die zich daar niet aan houden kunnen door Cites in de ban worden gedaan, waardoor ze dit soort vergunningen niet meer krijgen en dus niets meer kunnen uitvoeren.”

In Johannesburg werd ook nu weer volop gediscussieerd over de vraag of verboden eigenlijk wel werken. Drijven ze niet vooral de prijs op, zodat stroperij alleen maar aantrekkelijker wordt? Van der Hoeven erkent dat die kans bestaat. Maar, zegt hij, het tegenovergestelde is net zo goed waar. Gecontroleerde handel biedt stropers de mogelijkheid hun producten ‘wit te wassen’. De binnenlandse ivoorhandel in Thailand bleek een paar jaar geleden een broeinest van corruptie. Volgens de Thaise autoriteiten kwam het ivoor van gedomesticeerde olifanten uit eigen land. Onderzoek liet zien dat de hoeveelheid veel te groot was.

Uiteindelijk gaat het volgens Van der Hoeven om handhaving van regels. Op dat gebied is in Johannesburg vooruitgang geboekt. Voor het eerst is uitgebreid gesproken over (overheids)corruptie als onderdeel van de stroperij. Een werkgroep rapporteert op volgende Cites-conferentie over hoe die corruptie te bestrijden.

Dan nog zijn er allerlei manieren om richtlijnen te omzeilen. Er was groot enthousiasme over een resolutie waarin landen wordt gevraagd om de binnenlandse markt voor ivoor (iets waar Cites niet over gaat) te sluiten. Maar door de toevoeging ‘als die bijdraagt aan stropen en illegale handel’ kan Japan zeggen dat het voorstel niet op hun markt van toepassing is, omdat er geen verdacht ivoor wordt verkocht. Bijna iedereen in Johannesburg weet dat dit onzin is.

Ook het onderscheid tussen gefokte en wilde dieren biedt zo’n uitweg. Gefokte roodstaartpapegaaien mogen nog wel de grens over. Maar het is goedkoper om ze in het wild te vangen. En er is altijd wel een ambtenaar te vinden die tegen een kleine vergoeding de juiste stempels wil zetten.

Cites houdt zich bezig met het aanbod van bedreigde soorten. Terwijl het probleem uiteindelijk aan de vraagkant moet worden opgelost. Met name in Zuidoost-Azië is de bereidheid om fors te betalen voor een ivoren beeldje of voor poeder van de hoorn van neushoorns groot – dure producten waarmee vooral mannen van middelbare leeftijd hun maatschappelijke succes willen tonen.

„Dat bestrijd je niet met foto’s van dieren die op een gruwelijke manier zijn afgeslacht”, vertelt Van der Hoeven. „Zoiets werkt niet in Azië.” Organisaties als het Wereld Natuur Fonds werken met gerichte campagnes aan een mentaliteitsverandering. Ze praten met universiteiten om te zorgen dat traditionele medicijnen met beschermde planten of dieren uit leerboeken verdwijnen. Bekende Vietnamezen treden op als rolmodel om uit te leggen dat je je kracht niet uit een stukje hoorn moet halen, maar uit jezelf. „Het is net als met het roken in een café”, zegt Van der Hoeven. „Het moet sociaal niet langer geaccepteerd zijn om bedreigde dieren te gebruiken. Er is nog een lange weg te gaan.”