De fabriek blijft, met dank aan Parijs

Alstom

Door gegoochel met orders weet de regering-Valls de Alstom-fabriek in Belfort open te houden. Er komen immers verkiezingen aan.

In Belfort worden al 140 jaar locomotieven gemaakt. Ook Foto Jacky Naegelen/Reuters

Daags nadat trein- en metrobouwer Alstom het personeel in het Oost-Franse Belfort heeft ingelicht dat het de productie van treinen daar per 2018 zal staken, ontbiedt de Franse minister van Economie bestuursvoorzitter Henri Poupart-Lafarge op zijn departement in Parijs. „De president gelast u om in Belfort de activiteiten te behouden”, laat een topambtenaar van president François Hollande daar volgens een reconstructie in Le Monde op donderdag 8 september onverbloemd weten. Multinational Alstom heeft geen keus.

De Franse staat is voor 20 procent eigenaar van het bedrijf. Er komen bovendien verkiezingen aan: Hollande, die veel linkse kiezers te liberaal is, kan goede sier maken met de redding van een fabriek. Maar Alstom is een financieel gezonde onderneming met 30 miljard euro aan uitstaande orders wereldwijd. De sluiting van de historische werkplaats in Belfort, waar al 140 jaar locomotieven worden gemaakt en de hogesnelheidstrein TGV is ontwikkeld, zou ook niet tot ontslagen leiden.

Toch kwam dinsdag de door de Franse regering al weken aangekondigde „redding”, zoals premier Manuel Valls het trots noemde. De Franse staat heeft spoorwegmaatschappij SNCF Mobilités onder druk gezet om sneller over de brug te komen met de bestelling van zes TGV’s voor de verbinding tussen Parijs, Milaan en Turijn. Spoorbeheerder SNCF Réseau heeft op verzoek van het ministerie twintig onderhoudslocomotieven besteld en voor het eind van de maand zal een bestelling van de SNCF voor dertig nieuwe intercitytreinen geregeld moeten zijn.

Maar het opmerkelijkste van het reddingsplan is de ‘anticiperende’ bestelling door de staat zelf van vijftien extra TGV’s. Die zouden in eerste instantie bedoeld zijn om op reguliere (door de staat zelf beheerde) minder rendabele intercitysporen in het zuiden te gaan rijden. Het idee is dat de treinen later alsnog aan de SNCF of, na de openstelling van de markt voor concurrentie in 2020, aan een andere hogesnelheidsexploitant verkocht kunnen worden. Niet eerder heeft de Franse staat zelf treinen gekocht.

De top van de SNCF heeft er de laatste weken geen geheim van gemaakt er weinig voor te voelen om zich verder in de schulden te steken om Alstom bezig te houden. SNCF Mobilités en SNCF Réseau hebben samen al ruim 50 miljard euro schuld.

Met de spoedbestellingen kan volgens Alstom en de Franse staat de werkplaats in Belfort tot 2020-2021 openblijven en hoeven de treinactiviteiten, zoals aanvankelijk voorzien, niet naar het 200 kilometer verder gelegen Reichshoffen te verhuizen. Na die tijd zou in Belfort weer genoeg te doen zijn omdat de ‘TGV van de toekomst’, een nieuwe generatie, gebouwd moet worden. Als tegenprestatie heeft Alstom beloofd in Belfort 40 miljoen euro te investeren om het bedrijf daar te diversifiëren, een oude wens van de vakbonden.

Eind goed al goed? Niet helemaal. Zeven maanden voor de Franse presidentsverkiezingen vindt de politieke oppositie de plotselinge industriële daadkracht van de regering-Valls verdacht. Senaatsvoorzitter Gérard Lacher, lid van de centrum-rechtse Republikeinen, spreekt van „pre-electoraal lapwerk” en het protectionisme bepleitende Front National hekelt het „geklus” rond Alstom.

Volgens de liberale denktank iFrap valt de operatie om vierhonderd banen in Belfort te behouden bovenal nogal duur uit. De kosten van de bestellingen lopen tegen de 500 miljoen euro. „Dat komt neer op een indirecte subsidie per geredde baan van meer dan een miljoen, zonder enige garantie dat die baan behouden blijft”, rekende iFrap-directeur Agnès Verdier-Molinié voor in de krant La Croix.

Al jaren proberen Franse regeringen fabrieken open te houden die volgens marktwetten niet meer erg levensvatbaar zijn. Maar het tij lijkt voorzichtig te keren. Voor het eerst sinds 2009 zijn volgens adviesgroep Trendeo de laatste zes maanden in Frankrijk meer productiebedrijven geopend dan gesloten.