De Colombianen stemden niet alleen over vrede

nrcvindt

En weer baarde een referendum opzien. Het Colombiaanse vredesakkoord was al talloze keren als „historisch” bewierookt, de onderhandelaars van de Colombiaanse regering en rebellenbeweging FARC al genomineerd voor de Vredesnobelprijs. Maar onverwachts keerde een krappe meerderheid van de Colombianen zich in een referendum tégen het akkoord.

Colombia gaat daarom nog niet op weg naar vrede en loopt zelfs het risico dat het verleden het alsnog wint van de toekomst. Het land is door het ‘nee’ in een gevaarlijke fase beland. Gevochten wordt er niet, maar het vredesakkoord gaat er in de huidige vorm niet komen. Eigenlijk zouden de ruim 7.000 nog actieve strijders vanaf nu hun wapens neerleggen en zich voorbereiden op terugkeer in de samenleving. Of en wanneer dat gebeurt is onduidelijk. Regering en rebellen hebben wel gezegd opnieuw te willen praten. De kansen op succes zijn ongewis.

Over het akkoord is vier jaar onderhandeld en het moest een einde maken aan 52 jaar oorlog waarin minstens 220.000 doden vielen. President Juan Manuel Santos kreeg er veel lof voor.

Maar Santos nam ook een onverantwoorde gok. Hij legde de precaire afspraken voor aan de bevolking; de FARC had liever een grondwettelijke vergadering gezien om de afspraken te verankeren. De tegenstanders, Santos’ voorganger Álvaro Uribe voorop, vonden het akkoord te soepel voor de rebellen. FARC-strijders die berouw tonen zijn gevrijwaard van gevangenisstraf, oorlogsmisdadigers krijgen werkstraffen en voor de beweging werden tien plaatsen in het parlement gereserveerd. Colombianen in grote steden vonden dat niet acceptabel: wel naar het parlement, niet naar de gevangenis. Het was de prijs die voor de vrede moest worden betaald.

In de ultrakorte referendumcampagne werd het vredesakkoord ‘kleine’ binnenlandse politiek. Het ging niet alleen over de afspraken met de FARC, maar ook over de populariteit van Santos zelf, over de slechte staat van de economie, over stedelijk geweld en over drugscriminaliteit. Zoals wel vaker raakte ook in dit referendum de eigenlijke vraagstelling vertroebeld door andere onderwerpen. Dat is altijd onwenselijk, maar zeker als het gaat om een complex en precair akkoord over vrede.

Santos speelde hoog spel met de vrede en verloor, met 50,21 procent tegen 49,78 procent. In die extreem krappe marge schuilt ook hoop. Ook de ‘nee’-stemmers willen vrede en een groot deel van de stemmers kon wél leven met het akkoord. Binnen die lijnen zit ruimte om verder te onderhandelen.