Borgen, sturen op output – wat bedoel je?

Taal

Het nieuwe boek van columnist Japke-d. Bouma gaat over kantoorclichés waarvan eigenlijk niemand weet wat ze betekenen. Of weet jíj het misschien? Doe de quiz!

Illustratie Tomas Schats

O jongens, jeukwoorden zijn toch verschrikkelijk – als nagels over een schoolbord. Het is toch een pure kwelling om iemand te horen zeggen dat „het primaire proces versterkt moet worden”, dat er „gepionierd moet worden in een holistische aanvliegroute” of dat „een extra impuls aan het begin van een traject de onderlinge interactie kan versterken”?

En dan kreeg ik laatst ook nog de baas van een groot concern over me heen die zei dat hij zijn:

„strategische koers steeds verder invult met het steeds scherper stellen van de door ons ingezette richting”.

Hallo hallo hallo, lieve mensen, wat betékent dat? Wat stáát daar? Wat bedoel je? Wat bedoelen al die bobo’s, sportcoaches, ministers, onderwijsbestuurders en CEO’s die „de kwaliteit willen borgen”, die „bestaande concepten willen kantelen” of die „op een intense inzet sturen om de uitvoeringspraktijk leidend te maken voor maatschappelijke impact?”

Wat bedoelen die burgemeesters die „bevlogen, transparant en betrokken willen verbinden”; al die managers die „kwaliteitsslagen willen maken”, die „sturen op output”, al die professionals die „willen inzetten op ketenpartners, qua omgevingsmanagement”, al die personeelsmanagers die vinden dat het tijd wordt voor een aantal collega’s om „los te laten, te delen en snel te schakelen naar een nieuwe uitdaging”?

O ja en de stakeholders! De stakeholders die nog niet in het totale plaatje zijn meegenomen, maar waarop wel wordt ingezet. De „aanjaagteams die toerisme aanjagen”. De bedrijven die „gamechangers” zoeken. De procesbewakers die de „corebusiness moeten herdefiniëren”. De „trajecten die professionals ingaan”. De „passie waarmee ze in hun flow komen”, maar ook de „comfortzone” waar je voortdurend uit moet om tot grote hoogten te kunnen stijgen. Of de „regie”, wat is dat? De regie die steeds moet „worden gepakt én behouden”?

Weet je wat ík denk? Ik denk dat eigenlijk niemand het precies weet. En daarom dacht ik: ik maak er elke week een column over in NRC, een column per woord, en als ze allemaal geschreven zijn, maak ik er een boek van. En dan zet ik erbij wat ík denk dat die woorden betekenen en hoe je het óók kan zeggen.

Want dat is me nog het meeste opgevallen aan al die jeukwoorden die ik het afgelopen jaar tegenkwam en die jullie op Twitter bleven toesturen: dat maar heel weinig mensen weten hoe je ze kan vermijden, maar bovenal: hoeveel mensen zich eraan ergeren, maar ze tóch gewoon blijven gebruiken. Omdat het moet. Omdat de baas ze gebruikt, omdat iedereen ze gebruikt, omdat we gevangen zitten in een zwart, donker web van jeukwoorden.

We stoppen ermee. Laten we onszelf bevrijden, laten we elkáár bevrijden. Laten we witte vellen papier pakken en alles opnieuw opschrijven in onze eigen woorden. Jeukwoorden houden ons gegijzeld, met jeukwoorden doen we onszelf tekort, dood aan de jeukwoorden.

Leve het vrije woord.