Anna Woltz krijgt Gouden Griffel

De schrijfster kreeg voor haar boek Gips de prijs voor het beste kinderboek van 2015 tijdens het Kinderboekenbal in Haarlem.

Foto Merlijn Doomernik

Het kinderboek Gips van Anna Woltz is dinsdagavond bekroond met de Gouden Griffel. De schrijfster kreeg de prijs voor het beste kinderboek van 2015 tijdens het Kinderboekenbal in Haarlem.

De jury noemt Gips een “rijk” verhaal, met “superieure humor” en “flonkerende afwisseling”, waarin Woltz de gevoelens van haar hoofdpersoon “meesterlijk” beschrijft. In het boek gaat het over het 12-jarige meisje Fitz, die een avontuur beleeft terwijl ze rondzwerft in een ziekenhuis, en tegelijk de relatie van haar scheidende ouders probeert te repareren.

Zeer geliefd

Het is de eerste keer dat Anna Woltz (1981) de Gouden Griffel wint. Ze schreef al twintig kinderboeken, die met name de laatste jaren onder kinderen en recensenten zeer geliefd zijn, maar bij de Griffeljury nog niet in de prijzen viel. Haar boek Mijn bijzonder rare week met Tess (2013) kreeg slechts een eervolle vermelding van de Griffeljury, en Woltz’ jeugdroman Honderd uur nacht (2014) werd voor drie prijzen genomineerd, maar won geen van drieën. Wel kreeg ze voor dat boek de tweejaarlijkse Nienke van Hichtum-prijs.

“Virtuoos verbindt en vervlecht Woltz verhaallijnen. Haar beeldende taal heeft geen nadere uitleg nodig”, zei de jury, die onder voorzitterschap stond van Margreet Ruardi, oud-directeur van Stichting Schrijvers School Samenleving.

Gips was een van de tien kanshebbers op de Griffel, waarbij het non-fictieboek Stem op de okapi van Edward van de Vendel, dat eerder al de Woutertje Pieterse Prijs won, door velen werd gezien als favoriet. Het Kinderboekenbal was de aftrap van de 62ste Kinderboekenweek, die tot volgende week zondag loopt.

In NRC werd Gips vorig jaar ook lovend besproken:

“Voor je het weet is Fitz op safari door het ziekenhuis met twee jonge sidekicks, zoals die er ook waren in Woltz’ vorige jeugdroman Honderd uur nacht (2014). Met de stuurse knapperd Adam en de bijdehand-vrolijke Primula buitelen de gebeurtenissen over elkaar heen, het boek raast voort, is geen moment saai en ook allemaal nogal véél, maar het is óók in evenwicht.”

Met de ervaring van negentien eerdere kinderboeken heeft Woltz de techniek ook echt wel in de vingers: ze verliest geen moment de controle over haar verhaal. En dat is een prestatie, door het constante afwisselen van actie en bezinning, van ernst en humor – er is ontzettend veel te lachen in Gips. Een dokter die na het opensnijden van een abces kijkt ‘alsof ze net een cadeautje heeft uitgepakt’, bijvoorbeeld.

“Zo dwingt Van der Geest op veel momenten bewondering af, maar weet het verhaal van Woltz uiteindelijk toch meer te ontroeren: ook aan het einde weer kippenvel.”