‘Behandel moslims niet als aparte groep’

Interview met Maajid Nawaz, apostel gematigde islam

De 37-jarige Nawaz was een radicale moslim. In de gevangenis deradicaliseerde hij. „Ik ben optimistisch over de Nederlandse aanpak.”

Beeld Wikimedia

Maajid Nawaz (37) had nu in Syrië of in Irak kunnen zitten, in het kalifaat waarvoor hij jarenlang actie voerde als lid van een radicale fundamentalistische moslimgroep. In plaats daarvan is de vroeg grijze Pakistaanse Brit uitgegroeid tot een internationaal bekende apostel van de gematigde, seculiere islam.

Hartstochtelijk pleit hij bij een kop koffie in een Amsterdams café voor grotere weerbaarheid tegen het radicaal islamitische gedachtengoed. Islamitische Staat met zijn heldere doel – het kalifaat – heeft vrij spel, zegt hij, bij de werving van moslimjongeren die gediscrimineerd worden en worstelen met hun identiteit.

„In Europa stellen we daar veel te weinig tegenover”, zegt Nawaz, die onlangs de Vrijheidslezing hield in debatcentrum De Balie. „We moeten er eigen ideeën en een goed verhaal tegenoverstellen. Eigenlijk moeten we het net zo aanpakken als tijdens de Koude Oorlog met het communisme. Toen wilde ten slotte ook niemand meer communist zijn.”

Midden jaren 90 viel Nawaz zelf ten prooi aan ronselaars van de Britse tak van Hizb-ut-Tahrir, een organisatie die geen openlijk geweld pleegt maar wel de vestiging van het kalifaat bepleit en jongeren een jihadistische mentaliteit bijbrengt.

„Ik werd vaak gediscrimineerd en merkte dat de politie racistisch te werk ging. Als 15-jarige werd ik eens om niets in een park in Essex opgepakt door de politie. Een katalysator voor mij en velen van mijn generatie was de genocide op de moslims in Bosnië. Dat kwam als een schok. Daardoor voelde ik me nauwelijks meer met de Britten verbonden en raakte ik in een identiteitscrisis.”

Zo’n tien jaar lang was Nawaz een fanatieke volgeling van Hizb. De ommekeer kwam voor hem in Egypte, waar hij wegens zijn studie Arabisch was ten tijde van 9/11. De autoriteiten, die wilden laten zien dat ze hard optraden tegen fundamentalisten, kwamen achter zijn Hizb-lidmaatschap en zetten hem gevangen.

Ruim vier jaar zat hij in de cel. Daar bekeerde hij zich na veel leeswerk tot het inzicht dat moslims meer zijn gebaat met een seculier ingestelde islam. Na zijn vrijlating in 2006 stapte hij uit Hizb-ut-Tahrir. Twee jaar later richtte hij in Londen met een geestverwant, Ed Husain, ook een ex-fundamentalist, de Quilliam Foundation op. Die probeert vooral Britse moslims te winnen voor een gematigde, seculier ingestelde islam.

Hoe gevaarlijk is een beweging als Hizb-ut-Tahrir, die nog altijd legaal opereert in veel Europese landen?

„De fundamentalistische islamitische ideologie heeft zich ontwikkeld tot een volwaardig eigen ‘merk’ met een grote presentie in de media. De aanhangers zijn niet meer afhankelijk van een bepaalde groep als Al-Qaeda, Hizb-ut-Tahrir of IS. Je ziet dat het openbare debat in sommige opzichten in hun richting is opgeschoven. Toen ik actief was bij Hizb, hadden zelfs de meeste moslims geen idee wat er met het kalifaat werd bedoeld. Nu IS dat zelf heeft uitgeroepen, weet iedereen het.”

Wat valt er tegen te doen?

„Bij zulke organisaties – net als bij de racistische BNP, die ook legaal opereert in Groot-Brittannië – moet je een afweging maken tussen wat legaal is en wat veilig is. Als ze de wet niet breken en je hun beweging niet verbiedt omdat ook zij de vrijheid van meningsuiting hebben, moet je ze wel zoveel mogelijk in diskrediet brengen en belachelijk maken en niet laten deelnemen aan officiële fora. Je moet ze intellectueel gezien uit de samenleving bannen.”

Er zijn nog altijd weinig seculier gezinde moslims die zich in het openbaar laten horen.

„Vergelijk het met de activisten voor homoseksuele rechten. Daar waren er vijftig jaar geleden ook niet veel van. Op een gegeven moment schiet zo’n beweging toch wortel.”

Is de oorlog tegen de terreur een oplossing?

„Dat denk ik niet. Eerder wordt het fundamentalistische ‘merk’ zo versterkt. Kies liever voor een aanpak van de lange termijn voor de civil society (maatschappelijk middenveld).

Is het toeval dat Groot-Brittannië sinds 2005 geen grote terroristische aanslagen meer heeft gekend?

„Daar zit meer achter. Ten eerste helpt het dat het land een eilandstaat is. Die is makkelijker af te schermen. Zwaardere wapens komen er minder makkelijk binnen dan op het continent. De Britse inlichtingendiensten zijn bovendien bijzonder professioneel en hebben honderden aanslagen weten te verijdelen. Anders dan in Frankrijk met zijn strikte laicité zijn de Britten ook toleranter jegens moslims. Brits liberalisme staat tegenover Frans secularisme.”

Wat was de grootste fout tot nu toe van de Europese beleidsmakers?

„Een fundamentele fout is volgens mij geweest om moslims steeds als een aparte groep in de samenleving te behandelen, als een monoliet. Dat is onzin. Moslims zijn heel verschillend, je hebt er seculier-gezinden onder, homoseksuelen enz. Ik zelf bij voorbeeld ben niet alleen moslim maar ook liberaal en Europeaan. Op dezelfde manier is het ook onjuist alle problemen van het moment in de schoenen van moslims te schuiven, zoals iemand als Geert Wilders in Nederland doet. Laten we moslims liever als burgers behandelen, net als andere inwoners van het land.”

Welke Europese landen zijn er het beste in geslaagd het radicale gedachtengoed te beteugelen?

„Volgens mij Groot-Brittannië en Nederland. Zij hebben een liberale, seculiere aanpak gevolgd maar ook zij hebben nog een lange weg te gaan. Het is een opwindend project. Nooit eerder hebben christenen en moslims elkaars pad op deze schaal gekruist als nu in Europa. Ik ben optimistisch. Als we het in Europa goed doen, kan het een lichtend voorbeeld voor de rest van de wereld zijn.”