Zaal ‘met korte lach’ onzichtbaar verbeterd

Reportage Renovatie

De Stadsschouwburg in Groningen is gerenoveerd – zonder het rijksmonument aan te tasten.

Stadsschouwburg Groningen Foto Knelis

In Groningen noemen ze haar de „Grande dame”, voor cabaretier Youp van ’t Hek is het de „favoriete theaterzaal van het land”. Boven de entree stralen koperkleurige letters: ‘Stadsschouwburg’. Zowel van buiten als binnen is het 19de-eeuwse gebouw grondig gerenoveerd. Met de wervelende voorstelling Happiness door het vaste dansgezelschap Club Guy & Roni vierde de schouwburg vrijdagavond de heropening.

Grande Dame

„Zoals de naam zegt, moet de schouwburg een theaterzaal zijn voor de stad, maar ook voor de ommelanden en zelfs het verdere land”, zegt Nynke Stellingsma, directeur van de Stadsschouwburg en van de Oosterpoort, tijdens haar openingtoespraak. Deze Grande Dame was aan renovatie toe. Zichtlijnen waren niet zoals gewenst, stoelen versleten, foyers voldeden niet aan de huidige wensen. Ook de ontvangstruimte voor de artiesten en de technische faciliteiten vroegen om verbetering. Zo is er bijvoorbeeld 10 kilometer nieuwe kabel gelegd, onzichtbaar weggewerkt. Stellingsma: „De majeure verbetering is het stoelenplan. In België zijn nieuwe stoelen gemaakt met stalen veren, ook is meer beenruimte gecreëerd. Vanaf elke stoel is het zicht optimaal. We hebben uiteraard het warmrood pluche, de plafondschildering en de rijkgedecoreerde balkons intact gelaten.”

De schouwburg opende op 8 oktober 1883 haar deuren. Het is een van de vijf Nederlandse theaters geïnspireerd op de Italiaanse bouwstijl, een bonbonnière, samen met Leiden, Haarlem, Amsterdam en Den Haag. In 1994 werd de schouwburg rijksmonument. Daardoor is alles uit 1883 heilig. Voor verfsoort, materiaalkeuze en verregaande ingrepen was overleg met Monumentenzorg. In het theatercafé lonkt een goudkleurige bar naar de bezoekers en de grote foyer op eerste verdieping oogt, met kroonluchters en roodgoud behangsel, als een balzaal. Knap is dat het aantal stoelen, ondanks verbetering van beenruimte, gelijk is gebleven: 756.

Schouwburg van Bert, Birgitte en Youp

In haar toespraak benadrukt Stellingsma dat er een trend bestaat „niet meer te investeren in stenen” als het gaat om kunst en cultuur, „maar in duurzame gemeenschappen”. Een abstract begrip. Schouwburgen zouden uit de tijd zijn. Maar zij ziet het anders: „Wij creëren ontmoetingsplaatsen voor kunst. En als we daarin investeren op onze podia dan investeren we in mensen, in gemeenschappen en ontmoetingen.”

Stellingsma beklemtoont dat de schouwburg vooral van het publiek en van de kunstenaars is, van Ola Mafaalani van het Noord Nederlands Toneel en haar voorstelling Borgen. Maar ook biedt het gebouw plaats aan repertoiregezelschappen en aan internationale dans- en theaterprogrammering. En, het is de schouwburg van „Bert, Birgitte, Youp”, cabaretiers die er graag komen voor de intimiteit van de zaal met „de korte lach” (reacties van het publiek komen snel terug) en de gastvrijheid. De première van Happiness bewijst hoe geschikt de zaal is om „stucwerk en steen” om te zetten in theater. Technische souplesse in de scènewisselingen, glasheldere akoestiek en vooral het idee dat de voorstelling zich dichtbij afspeelt, voor elke toeschouwer. Dit is het ideaal van elke theaterzaal, en in Groningen is dat verwezenlijkt.