‘Wie speelt, vergeet vanzelf de tijd’

Interview met Marjès Benoist

Zelf zou ze het niet zo zeggen, maar ze is het wel: de beste pianojuf van Nederland. Dit weekend nam Benoist (67) afscheid van het Conservatorium in Amsterdam.

©

Voor één keer stonden ze samen op één podium. Met een concert in het conservatorium namen jonge pianotalenten als Anna Kuvshinov (9), Radu Ratering (12), Stefan Bele (13) en Carter Muller (15) dit weekend afscheid van hun pianodocent, Marjès Benoist. Zelf was ze graag aan het werk gebleven, maar met pensioen gaan – dat moet.

Een kleine 25 jaar gaf Marjès Benoist vorm aan de afdeling voor jong talent van het Amsterdamse conservatorium. Ze gaf en geeft ook les aan haar buurman, wat ouderen en een handvol ‘gewone’ kinderen: veelzijdigheid houdt je als docent scherp. Maar het grootste deel van haar leven wijdde ze aan het begeleiden van buitengewoon muzikale kinderen. Er was de afgelopen jaren bijna geen pianoconcours waar niet één van haar leerlingen in de top-3 eindigde.

Is er een formule voor uw succes?

„Niet echt. Ik luister eerst goed naar een kind, om te zien waarop het reageert. Empathie is belangrijk. Daarna ontwikkel ik eerst de sterke kanten. Je moet een kind niet meteen demotiveren met virtuoze etudes als hij dat verschrikkelijk vindt. Uiteindelijk bereiken ze allemaal het niveau dat ze moeten bereiken, maar via andere wegen – en in hun eigen tempo.”

Dat vraagt geduld, van kind en docent.

„Ik heb in Moskou gestudeerd. Daar stak men enorm veel aandacht in je, mits je hard studeerde. Zo werk ik ook. Hoe beter iemand studeert, hoe langer de les. Dat kost mij veel extra energie, natuurlijk, maar ik doe het graag. Lesgeven is een passie, geen ‘baan’.”

Schat u kinderen wel eens verkeerd in?

„Vroeger had ik meer vertrouwen in de maakbaarheid van muzikaliteit. Dan kreeg ik leerlingen die virtuoos waren, maar nog zonder muzikale inhoud. Komt wel, dacht ik. Maar dat komt soms dus ook gewoon níét. Die kinderen gingen dan wiskunde studeren of zo.”

Verstandig. Pianist willen worden, dat zou ik een kind niet toewensen. Carrièreperspectief: nul.

„Een van de voordelen van het begeleiden van jong talent vond ik dat ik niet verantwoordelijk ben voor de echte carrièrebeslissingen. Ik heb oud-leerlingen die als pianist echt naam hebben gemaakt. Maar er waren ook enorme talenten die toch maar dokter werden, of muziektechnicus.”

Wat geeft de doorslag?

„De onvoorwaardelijkheid van iemands liefde voor muziek en voor de piano. Sommige kinderen kúnnen niet zonder. Zo was ik zelf als kind ook; geen haar op mijn hoofd die iets anders wilde dan de piano. De risico’s en de uitdagingen die daarbij horen, neem je dan voor lief.

„Er komen trouwens ook wel eens kinderen bij mij die echt geen zin hebben. Die blijven niet.”

Hoe zorg je dat een kind zin krijgt?

„Door te zorgen dat ze vooruitgaan. Ze te wennen aan studeren op een vaste tijd. De paradox is vervolgens dat een kind dat voor school een half uur studeert, na school vaak nog even verder studeert. Omdat het ook leuk is.

„Ik heb opvallend weinig Nederlandse leerlingen, want in Nederlandse families moet het gezellig zijn en piano studeren geldt niet als gezellig. Dat vind ik kortzichtig. Daarbij maken mensen de inschattingsfout te denken dat kinderen het niet leuk zouden vinden. Onzin. Muziek is geen straf, het is piano spelen! En wie speelt, vergeet vanzelf de tijd.”

En als een kind toch geen zin heeft?

„Dan adviseer ik te stoppen. Maar dat gebeurt eigenlijk heel weinig. En ik zou het mezelf aanrekenen als dat anders was.

„Het gaat erom dat je een kind laat ontdekken wat muziek met je kan doen. Het is een vonk die moet overspringen. Vaak duurt dat wel even. Daarom geloof ik ook niet in korte lessen of groepslessen, zoals gebruikelijk op muziekscholen. Je moet praten met een kind, steeds nieuwe metaforen uitproberen, mooie cd’s laten horen… Muziek is meer dan stom toetsen indrukken. Dat overdragen, daar ben ik denk ik goed in.”

Wat vindt u van ouders die hun kinderen tegen heug en meug pushen om door te gaan?

„Die zijn verschrikkelijk. Die maken veel meer kapot dan ze denken.”

En concoursstress, kan dat geen kwaad bij kinderen?

„Ik heb lang bezwaar gehad tegen concoursen. En hier zit ik nu, juf van allemaal prijswinnende leerlingen…

„De praktijk heeft me geleerd dat concoursen voor sommigen wel degelijk motiverend werken. Maar ik heb nog altijd reserves. Ik denk dat de nadelen vaak zwaarder wegen dan kinderen zelf overzien. Dat een kind denkt te hebben gefaald omdat het ‘maar’ de tweede prijs won, dat vind ik jammer.”

Hoe moet het wel, goed carrière maken?

„Op een ontspannen manier. Ik vind de pianobroers Jussen, overigens geen leerlingen van me, een goed voorbeeld. Die doen leuke en gevarieerde dingen, maar op hun eigen, relaxte manier. Een ruwe diamant laten opbloeien is vooral een kwestie van ruimte geven.”

Sommige grote talenten geven school op voor hun instrument. Dom of wijs?

„Er zijn in het buitenland speciale muziekscholen die een gereduceerd lesaanbod bieden op hoog niveau. Dat vind ik heel goed. Maar helemaal van school gaan, zal iemands sociale ontwikkeling niet helpen, terwijl muziek altijd mét anderen en/of voor anderen wordt gemaakt.

„Daarbij: technisch ‘beter’ worden heeft een grens. Muziek is geen sport. Uiteindelijk gaat het erom wat je als musicus te vertellen hebt, wat dat met mensen doet en waarom. Misschien wordt de wereld daar uiteindelijk een beetje beter van. Dat denk ik wel.”