Cultuur

Interview

Interview

Danny Clinch

Norah Jones is terug bij de jazz

Interview Norah Jones Het zesde album van Norah Jones is vrijer en meer geïmproviseerd dan voorheen. „Liedjes leiden hun eigen leven.”

Er liggen Norah Jones-notitieblokken op de tafeltjes in de jazzclub. En in glazen staan groene potloden met haar naam erop. „Ik had nog nooit een eigen potlood”, zegt zangeres Norah Jones (37). In een bloemetjesjurk zit ze aan de vleugel van de befaamde Ronnie Scott’s jazzclub in Londen. „Ze zouden eigenlijk blauw zijn. Een foutje, begreep ik al”, meldt ze droogjes. Jones presenteert haar cd Day Breaks aan de Europese pers. Na een geforceerd interviewtje met de presentator op het podium speelt ze drie liedjes solo aan de piano – twee nieuwe, ‘Carry On’ en ‘Once I Had a Laugh’, en de luisterrijke klassieker ‘Don’t Know Why’.

Norah Jones - Carry On

Al geeft een dergelijke perspresentatie maximale aandacht, dit zijn niet de momenten waarop je een ongedwongen, stralende en ontspannen Norah Jones treft. Evengoed zijn we er. Want Jones heeft een door jazz omrasterd nieuw album gemaakt dat niet onberoerd laat, en herinnert aan haar multi-Grammy winnende debuut van toen, Come Away With Me.

Later die middag zit de Amerikaanse zangeres in de fauteuil van een luxueuze hotelsuite. Ze wordt al drie dagen ondervraagd door Europese media. Een zichtbaar pittig schema voor de zangeres, die krap drie maanden geleden beviel van haar tweede kind: een dochter. Ze heeft al een peuterzoon. Hun namen, en die van haar man, houdt ze privé. Jones kent het klappen van de zweep intussen. Toen in 2002 Come Away With Me verscheen en haar carrière gelanceerd werd, werd ze compleet overrompeld. Dankzij mond-tot-mondreclame belandde haar cd in ieders platenkast. Na het winnen van maar liefst acht Grammy’s schoot een alledaags meisje naar een ander sterrenstelsel. „Tornado Norah Jones”, omschreef ze toen zelf de gekte. En oei, wat voelde ze zich ongemakkelijk onder alle aandacht, op het podium en erbuiten.

Southern belle uit Texas

Bij haar zesde album voelt het anders, vertelt Jones in Londen. „Niemand is nog zó geïnteresseerd in mij. Mijn carrière draait nu in een rustiger tred. Daar voel ik me fijn bij.”

Als ze terugkijkt naar dat meisje van toen, de 20-jarige southern belle die uit Texas naar New York trok om er haar geluk te beproeven, ziet ze nog veel van zichzelf terug. „Goed, ik ben wat ouder, kalmer en oja, moeder geworden.” Een voorzichtig lachje.

Mijn carrière is nu rustiger, daar voel ik me prettig bij

Met alleen haar moeder groeide Norah Jones op in Grapevine, vlakbij Dallas. Haar vader, de beroemde, in 2012 overleden Indiase sitarmuzikant Ravi Shankar, verliet het gezin toen Norah een peuter was. Na twee jaar aan de Universiteit van North Texas, waar ze jazz studeerde, verhuisde Jones naar New York. Ze werkte er als serveerster en zong in bars. Op haar eenentwintigste tekende ze een contract bij platenmaatschappij Blue Note. Met haar wat lome, lichthese stem brak Jones door met sobere akoestische pop met jazzy invloeden. Hoewel ze werd gelanceerd als de nieuwste jazzster van het moment beschouwde ze haar debuut zelf absoluut niet als een jazzalbum. Het waren „gewoon liedjes”: „Vrij minimale, kale liedjes, die soms slechts stoelden op drie akkoorden.”

Norah Jones - Flipside

Op haar tweede album boog het jazzspoor af richting door country en folk beïnvloede gitaarpop: een beetje Joni Mitchell, een vleugje Lucinda Williams. Een risicoloos pad waarop eenvoudige akkoorden in simpele arrangementen overheersten. Maar gaandeweg, met de jaren gerijpt en met de juiste mensen om zich heen, ging het stille muisje van de popjazz op een wat meer experimentele toer. Op Featuring (2010) deelde ze microfoons met onder anderen Ray Charles, Willie Nelson, Outkast, Foo Fighters, Herbie Hancock en Talib Kweli. Op Little Broken Hearts (2012) werd ze bijgestaan door superproducer Danger Mouse. Het resultaat was sterk – minder glad, grofkorreliger, meer up-tempo, en Jones klonk zelfs wat vilein.

Nu is Jones terug bij jazz. Méér jazz, vrijer en in een meer geïmproviseerde vorm dan ze tot nu toe maakte zelfs. De viering van het 75-jarige bestaan van haar label Blue Note, twee jaar geleden in Washington, dreef haar terug, vertelt ze. Omgeven door grote jazznamen bracht ze er eerst een soloversie van Hoagy Carmichaels ‘The Nearness of You’, en daarna een ‘oudje’ uit eigen repertoire ‘I’ve Got To See You Again’. Het kwartet van saxofonist Wayne Shorter, bassist John Patitucci, drummer Brian Blade en pianist Jason Moran speelde met haar mee. Dat was „onvergetelijk” en inspirerend.

Goed, ik ben wat ouder, kalmer en oja, moeder geworden

En ook de huiselijke avonden als ze met haar echtgenoot kookt, musiceert en naar jazz luistert droegen aan de terugkeer bij. „Miles Davis’ album In a Silent Way draai ik zó graag. Ik ben dol op de grooves, de uitwisseling. Maar ook musici als John Coltrane of Charles Mingus zetten we veel op. En ik luister souljazz uit de jaren zestig. Het begrip inspiratie is moeilijk te analyseren. Maar het lijkt erop dat ik weer contact maakte met wat eens mijn startpunt was.”

Dat op haar nieuwe album grote jazznamen als bassist John Patitucci en drummer Brian Blade, samen met Jones op de piano, een klassiek jazzfundament legden, tilt haar nieuwe repertoire op. Zeker wanneer saxofonist Wayne Shorter er in wilde configuraties overheen improviseert. Met hen speelt ze ook standards van Horace Silver (‘Peace’) en Duke Ellington (‘Fleurette Africaine’). Vooral de laatste ballade is genieten: een neuriënde Jones, betekenisvol pianospel en Shorters prachtig sopraansolo.

Imponerend stel

Wat een imponerend stel om mee te werken, zucht Jones. Werken met de intuïtief spelende Shorter was „een avontuur”. De gedreven, sensitief spelende drummer Brian Blade kende ze van eerdere opnames „Naast zulke musici wil je ook excelleren. Ik kon alleen maar hopen dat ze mijn muziek aantrekkelijk vonden en er geïnspireerd door raakten. Maar iedereen heeft zijn eigen kracht. Toen ik eenmaal besefte dat ik niet zoals anderen hoef te klinken, maar als mijzelf, ging het makkelijker.”

Day Breaks heeft een rustige, vintage sfeer en grossiert in ontspannen, lui getimede, door orgel aangestuurde liedjes als ‘Carry On’. Enkele felle uitschieters brengen evenwicht als de sfeer te soft wordt. De stem van Norah Jones, een ijle, kringelende rookpluim, is bedwelmend als vanouds. Negen nummers componeerde ze op haar piano in de keuken, die daar staat om het instrument „relevanter te maken in haar leven”. Niet met opzet dreef ze de laatste jaren weg van de pianotoetsen waarop ze blind de weg weet; gitaar inspireerde haar op een zeker moment meer. „Het verschilt per instrument hoe je een liedje componeert”, stelt ze. „Mijn speltechniek verschilt. Op gitaar ben ik niet zo sterk, ik kan maar enkele akkoorden. Dat begrenst mijn mogelijkheden, en daagt me tegelijkertijd uit. Ik kreeg er echt een ander soort liedjes door.”

Toen ik eenmaal besefte dat ik niet zoals anderen hoef te klinken, maar als mijzelf, ging het makkelijker

In Neil Youngs ‘Don’t Be Denied’ met blazers en achtergrondzang pakte ze de elektrische gitaar op. ‘A Wonderful Time Time for Love’ is met zijn bijtende tekst in een vrolijke cadans „een reactie op donkere tijden”. Een van de nummers die er met kop en schouders boven uitsteekt is het sterk ritmische ‘Flipside’. In dit nummer ligt ook een actuele sociaal-politieke boodschap verborgen, die ze, opgestuwd door bas en orgel, uitschreeuwt: „If we’re all free, then why does it seem we can’t just be?”

Het geven van uitleg bij haar liedjes vindt ze onzinnig. „Liedjes leiden hun eigen leven. Mensen herkennen er soms dingen in die ik niet zo had bedoeld, en ik laat ze graag in die waan. Je moet liedjes nooit helemaal verklaren, daar haal je alle spontaniteit, vreugde en luisterplezier mee weg.” Plus: de magie verdampt. „Luister er gewoon naar.”