Succesvolle dirigent met een amicale, warme manier van muziek maken

Necrologie Sir Neville Marriner (1924-2016)

Dirigent Marriner verkocht miljoenen platen van zijn soundtrack van de Mozart-biopic Amadeus uit 1984.

Foto Mike Zerby

Veelzeggend is de anekdote van een radio-omroeper die niet meer de moeite nam zijn aankondiging compleet te maken: „U luistert naar de Academy van je weet wel onder leiding van je weet wel.” Meer was niet nodig, zo groot was de naamsbekendheid Sir Neville Marriner en zijn Academy of St. Martin in the Fields. Samen maakten ze meer dan 500 platen en cd’s – een ongeslagen record voor één orkest onder één dirigent.

Sir Neville Marriner, die zaterdag op 92-jarige leeftijd overleed, was tot het laatst actief. Zo leidde hij vorige week nog in volle gezondheid het Nederlands Kamerorkest in een besloten concert met Mozarts Dubbelconcert (KV 242) door de pianobroers Jussen. Dat stuk verscheen, met Marriner en de Jussens, vorig jaar ook al op cd. Het werd Sir Nevilles laatste, mét de Academy, waar hij in 2011 na een halve eeuw wel was teruggetreden als artistiek leider en werd opgevolgd door violist Joshua Bell.

Neville Marriner, zoon van een muzikale timmerman, begon zelf óók als violist. Hij speelde onder meer in het London Symphony Orchestra onder Toscanini (1954-1969). In 1958 leidde hij, aanvankelijk vanuit vanachter de vioolstandaard, een door hemzelf samengesteld strijkersensemble. Plaats van handeling was een kerk: de St Martin in the Fields in Londen. Men richtte zich eerst op technisch behapbare barokmuziek: Corelli, Torelli, Albicastro, Vivaldi – door Marriner omschreven als „Italiaans-ijscomponisten”. Maar die eerste concerten werden wel meteen opgemerkt. De BBC kwam erop af, en platenlabel L’Oiseau Lyre. Dirigent Pierre Monteux, met wie Marriner als violist veel had gewerkt, ontpopte zich daarop als zijn mentor. Het ensemble, dat op moderne instrumenten speelde, werd uitgebreid tot een volledige kamerorkestbezetting. En op Monteux’ advies besloot Marriner toen toch maar vóór het orkest te gaan staan.

Dirigeren wende betrekkelijk snel, zei Marriner in een interview. „Het is als autorijden; vooral een kwestie van zelfvertrouwen.” Daarbij ervoer hij de overstap zelf vooral als een opluchting: als violist vond hij het moeilijk zijn ideeën over te brengen. Als dirigent lukte dat veel beter.

In de jaren zeventig kwam ook Marriners carrière als internationaal gastdirigent op gang, maar de Academy bleef het hart van zijn bezigheden. Voor zijn verdiensten voor de Britse muziek werd hij in 1985 door Koningin Elizabeth benoemd tot “Sir”.

Marriners succes als dirigent schuilde niet zozeer in het opleggen van extreme opvattingen als wel in een amicale, warme manier van muziekmaken en een neus voor het scouten van de beste spelers. Als je zijn opnames terughoort zijn elegantie en een liefdevolle muzikaliteit constanten. Waarschijnlijk bevat zijn discografie juist daarom uitvoeringen die nog steeds door velen als favorieten worden genoemd (Mendelssohns Vioolconcert met Viktoria Mullova bijvoorbeeld, of Beethovens Eroica). Maar zijn allergrootste succes was de soundtrack van de Mozart-biopic Amadeus (1984), waarvan wereldwijd meer dan 6,5 miljoen exemplaren werden verkocht.