Personeel ING heeft plan B én C nodig

Vier op de tien oud-bankmedewerkers vinden na jaar een nieuwe baan: een stuk minder dan in andere sectoren. Ze zijn te gespecialiseerd en verwend met luxe arbeidsvoorwaarden.

Foto Kacper Pempel / Reuters

Bij ING is niemand veilig. Alle werknemers moeten „arbeidsmarkfit” blijven en een plan B en een plan C voor zichzelf maken – dat hebben de bank en vakbonden letterlijk afgesproken in de cao. Plan B is een plan voor ander werk binnen ING, plan C een plan voor een baan buiten de bank.

De volgende reorganisatie is maandag aangekondigd. ING wil 900 miljoen euro besparen en gaat de komende jaren daarom 7.000 banen schrappen – bijna 12 procent van het personeelsbestand. In Nederland moeten 2.300 medewerkers op zoek naar ander werk.

Alle banken snijden overal in hun personeelsbestand: van personeelszaken, IT-afdelingen en risicomanagement tot lokale kantoren, de klantenservice en de receptie. In totaal daalde het aantal werknemers van Nederlandse banken van ruim 100.000 in 2008 naar zo’n 80.000 in 2015, volgens cijfers van de Nederlandse Vereniging van Banken (NVB). In de hele financiële sector zijn in een decennium 55.000 tot 60.000 banen verdwenen, volgens ramingen van uitkeringsinstantie UWV voor 2017.

Waar zijn die duizenden ontslagen bankmedewerkers gebleven? En vinden ze wel allemaal een nieuwe baan?

Tekst gaat verder onder de grafiek.

Conducteur

Ze worden fotograaf, beginnen een bed and breakfast in Oostenrijk, of scholen zich bijvoorbeeld om tot tandartsassistent. ‘Mobiliteitsmanager’ Rita Grootendorst, die Rabobank-werknemers van werk naar werk helpt, kan allerlei voorbeelden geven. Eén oud-Rabobankemployee, vertelt ze, is nu conducteur geworden bij de NS. Ook een baan waarbij je „klantgericht” en „zelfstandig” moet kunnen werken, zegt ze.

Oud-bankmedewerkers gaan dus van alles doen – behalve aan de slag bij een andere bank. Van alle werklozen uit de financiële sector vindt gemiddeld 15 procent weer een nieuwe baan in dat veld, volgens UWV. Dat is weinig: gemiddeld vindt bijna 50 procent van alle werkzoekenden weer een baan in de eigen sector.

Sowieso hebben mensen in de financiële sector het lastig na ontslag. Maar vier op de tien vindt na één jaar een nieuwe baan, tegenover het gemiddelde van tweederde voor alle sectoren. „Financiële specialisten lukt het wel sneller om nieuw werk te vinden én binnen de sector, dan bijvoorbeeld administratief personeel, boekhouders en receptionisten”, zegt Rob Witjes van UWV.

Door de digitalisering is er steeds minder werk voor administratief medewerkers in de financiële sector. Hun kansen op de arbeidsmarkt liggen vooral bij banen met klantcontact, blijkt uit onderzoek van UWV. Denk aan medewerkers van callcenters, de klantenservice, telefonische verkopers en servicedesk-medewerker op ICT-gebied. Mensen die wel in de financiële sector blijven werken, zegt Grootendorst, komen bijvoorbeeld terecht bij een notariskantoor of financiële dienstverleners die níét krimpen.

Gunstige hypotheek

Veel ontslagen bankmedewerkers hebben het lastig op de arbeidsmarkt omdat ze maar één ding heel goed kunnen. Ze bereiden zich ook niet altijd goed voor op een overstap of ontslag, omdat ze verknocht zijn aan de bank – en hun luxe arbeidsvoorwaarden.

„Het is een gouden kooi”, zegt loopbaancoach Gerda Fellinger. „Ze hebben een goed salaris, een dertiende maand of een bonus, vaak een gunstige hypotheek van de bank waar ze werken. Uit zichzelf zetten ze niet zo snel de stap naar een andere baan. Ze denken: ik zit hier nog best lekker, waarom zou ik?”

Vandaar dat banken als ING, Rabobank en ABN Amro afdelingen hebben om werknemers in beweging te houden – ook voordat ze, in reorganisatiejargon, „boventallig” worden. Is het eenmaal zover, dan krijgen ze bijvoorbeeld een eigen ‘migratiemanager’ en hulp bij de banenjacht. De migratiemanagers schakelen uitzendbureau’s als Randstad en USG in, maken bankmedewerkers wegwijs op LinkedIn en andere sociale media en helpen hen met ‘personal branding’.

Deze begeleiding betaalt de bank. Wie geen hulp wil, krijgt een fors hogere vertrekvergoeding mee. Bij Rabobank kiest 60 procent van de ontslagen werknemers voor begeleiding, bij ABN Amro is dat 22 procent. Over ING zijn geen cijfers bekend. Begeleiding is nog geen garantie op succes. Bij Rabobank vindt 39 procent van de werknemers onder begeleiding nieuw werk buiten de bank, bij ING 13 procent en bij ABN Amro 8 procent. Anderen vinden nieuw werk binnen de bank of starten hun eigen bedrijf.

Een plan B én C is nodig, zegt bestuurder Gerard van Hees van vakbond FNV Finance. „Het lijkt soms alsof bankmedewerkers in een ontkenningsfase zitten. Maar als je duizenden mensen om je heen hebt zien vertrekken, waarom zou jij dan op een dag niet aan de beurt zijn?”