Column

Onthuld: zo pak je topbeloningen aan

Column Menno Tamminga

Soms vind je wat je niet zocht. Dat overkwam me op Prinsjesdag op de website van het ministerie van Financiën.

PAD Tamminga, Menno PAD 027

Ik zocht de brief van staatssecretaris Eric Wiebes (VVD) over het belastingklimaat.Die viel tegen. Bleek een verzameling vrome voornemens. Maar tussen de 27 documenten over Prinsjesdag stond ook iets dat Evaluatie Belastingheffing excessieve beloningsbestanddelen heette. Voor excessieve beloningen kunt u me bij wijze van spreken altijd wakker maken. En de suggestie van een evaluatie is: we leggen alles op tafel. Het was me bovendien onbekend dat deze belasting op beloningsexcessen sowieso bestónd.

Taaie tekst, dat wel, die vijftien pagina’s evaluatie. Maar ook wel onthullend.

De heffing belast hoge gouden handdrukken van topmanagers in het bedrijfsleven. Ook andere beloningen die zij in zo’n situatie bij vertrek meekrijgen, zoals de opbrengst op aandelen- en optiebonussen valt hieronder.

Aan wie hebben we deze wet te danken? Aan een motie in 2007 van drie Kamerleden: Jules Kortenhorst (CDA), Paul Tang (PvdA) en Ernst Cramer (ChristenUnie).

Het bedrijfsleven kon vervolgens twee dingen doen. Matiging. Stop met die hoge gouden handdrukken. Zo niet, dan zou de fiscus en dus de samenleving zijn rechtmatige deel opeisen van de uitschieters. En een uitschieter is elk bedrag boven 538.000 euro (stand 2016).

Bedenk wel: de man of vrouw die de gouden handdruk krijgt, moet gewoon inkomstenbelasting betalen. Deze excessieve beloningsbelasting komt voor rekening van zijn (voormalige) werkgever. En het deel dat de fiscus claimt is wel even schrikken. In 2009 was het 30 procent. In 2013, toen het kabinet werkgevers nog eens extra ging belasten bij topbeloningen, ging het tarief naar 75 procent. Op basis van het hoogste tarief in de inkomstenbelasting (52 procent) krijg je dan 127 procent belasting op het excessieve deel van de gouden handdruk en eventuele extraatjes. Er waren vroeger socialistische landen waar ze het voor minder deden.

Het verbaast me niks dat deze heffing bijna voortdurend bij de rechter wordt aangevochten door de ‘gedupeerden’, zoals de evaluatie meldt. Mede daardoor is dit voor de fiscus een arbeidsintensieve klus.

Het kost wat, maar de samenleving krijgt er wel wat voor terug. Rond de dertig werkgevers moeten deze heffing jaarlijks betalen. De afgelopen zeven jaar heeft de schatkist langs deze weg 137.603.000 euro geïnd.

En leidt het tot matiging?

Een beetje. Werkgevers blijven hoge gouden handdrukken betalen, maar dat bedrag stijgt niet. Grote ondernemingen hebben kennelijk een totaalbedrag van de kosten die zij willen maken als een topmanager eruit moet. Zij betalen deze aanslag uit dat totaalbedrag.

Wie de reguliere hoge beloningen in het bedrijfsleven wil bestrijden vindt in deze werkgeversheffing dus een effectief instrument. Want je ziet de verschillen weer toenemen. Het Centraal Bureau voor de Statistiek rapporteerde vorige week een groeiend verschil tussen de top en de doorsnee werknemer in toonaangevende sectoren als industrie (factor 8,3 tussen top en doorsnee), handel (10,6) en financiële dienstverlening (13,4). En dat is nog exclusief bonussen die de verschillen drastisch vergroten.

Dus, Kamerleden, grijp uw kans. Een werkgeversheffing werkt. U remt de groei van topbeloningen af en u verdient ook nog eens geld voor onze schatkist.

Menno Tamminga schrijft elke dinsdag over ondernemingsbeleid en economie.