ING schrapt duizenden banen: IT wordt nóg belangrijker

Reorganisatie Tegelijk met de ontslagen investeert de bank voor 800 miljoen euro in computersystemen. ING wordt één grote supercomputer.

Foto John van Hamond

Terwijl Deutsche Bank het vege lijf probeert te redden, neemt het Nederlandse ING de vlucht naar voren. Maandagochtend kondigde de grootste bank van Nederland een enorme, nieuwe reorganisatie aan. De komende jaren verdwijnen tot 7.000 arbeidsplaatsen – bijna 12 procent van het personeelsbestand. In eigen land schrapt ING 2.300 banen, van de 18.500.

ING heeft de afgelopen jaren vaker het mes in de organisatie gezet. De laatste keer dat het zo drastisch gebeurde was in 2009, vlak na het uitbreken van de financiële crisis. De huidige ontslagronde moet vanaf 2021 tot een jaarlijkse kostenbesparing van 900 miljoen euro leiden.

Die kostenbesparing is hard nodig: de bank staat, net als vrijwel alle banken, van alle kanten onder druk. De rente is als gevolg van het uitzonderlijke monetaire beleid van centrale banken extreem laag. Daardoor wordt het steeds moeilijker om de rente-inkomsten op peil te houden. De kosten van strengere, post-crisis regelgeving blijven oplopen – bij ING gaat het inmiddels om een miljard per jaar. En het einde is nog niet in zicht.

Nieuwkomers in de financiële sector zagen steeds harder aan de stoelpoten van de gevestigde orde. Met slimme innovaties winnen deze zogeheten fintech-bedrijven beetje bij beetje marktaandeel. Ze profiteren van de trend dat consumenten hun bankzaken steeds meer digitaal doen. Een bankkantoor hebben ze nauwelijks nog nodig. Laat staan bankiers.

Supercomputer

Het antwoord van topman Ralph Hamers van ING op die bedreigingen is zelf ook steeds zwaarder op technologie leunen. Onder Hamers is ING de afgelopen jaren fors gaan digitaliseren, en die strategie wordt nu versneld. Tegelijk met de ontslagen wordt voor 800 miljoen euro geïnvesteerd in computersystemen. Langzaam maar zeker wordt ING één grote supercomputer. Het werkt al een tijdje volgens het agile-principe, een organisatievorm die is afgekeken van techbedrijven zoals Apple en Spotify, waarin IT’ers de dominante soort zijn.

Hamers zei maandagochtend in een telefonische persconferentie dat hij wil voorkomen dat zijn bank hetzelfde lot ondergaat als veel retailbedrijven en de muziekindustrie. „Die hebben enorm geleden onder de digitale revolutie”, zei hij. Bankproducten worden ook „doorsnee producten”. En wie niet wil dat klanten vertrekken moet dus nú handelen, „voor het te laat is”.

Dat betekent volgens Hamers: „instant service bieden, die persoonlijk is en relevant, anytime en anywhere”. Kortom: nog meer digitaliseren en vernieuwen. Eigenlijk lijkt ING zélf een fintech-bedrijf te willen worden, maar dan een grote uitvoering ervan.

ING gaat verder dan andere banken. Ook bij ABN Amro en bij Rabobank wordt fors gereorganiseerd en gedigitaliseerd, maar zeker bij de Rabobank is dat deels ‘achterstallig onderhoud’. Bij Rabo was ingrijpen lange tijd niet nodig, omdat de bank als enige de crisis ongeschonden doorstond. ING en ABN Amro begonnen eerder. ING loopt nu wederom een ronde voor.

Hamers’ ambities zijn groot. Hij zei niet alleen defensief te willen reageren: „We willen een winnaar zijn in dit digitale tijdperk, geen verliezer.”

Maar kan ING de omslag maken? Fintech-bedrijven smalen erom. Topman Anthony Thompson van de digitale Britse bank Atom zei onlangs: „Al draagt een aap een gouden ring, het is en blijft een lelijk ding.” Hij doelde op de oude IT-systemen van banken die banken log en gevoelig voor storingen maken. Je kunt dan wel innoveren maar dat probleem blijft, zei hij.

Lees meer over fintech: Sprong vooruit of in de afgrond

Hamers erkent dat het moeilijk is, maar is overtuigd dat het toch „te doen” is. Een teken van zijn optimisme is dat ING voorlopig haar rendementsdoelstellingen ongewijzigd laat. ING blijft er vanuit gaan dat het de komende jaren een rendement op het eigen vermogen kan behalen van tussen de 10 en 13 procent.

Toezichthouder De Nederlandsche Bank waarschuwde vorige week nog dat zulke percentages op termijn onhoudbaar zijn en dat banken hun aandeelhouders moeten ‘onderwijzen’ dat die percentages omlaag moeten.

Maar Hamers toonde zich dus niet onder de indruk. Als „je een efficiënt georganiseerde bank hebt, en klanten zijn tevreden, kan het wel”.