Katers kosten werkgevers kapitaal

Alcohol op de werkvloer

In sectoren als transport, zorg, bouw en zware industrie, is alcoholgebruik relatief groot probleem. En daar zijn ook risico’s groot.

De Hangover Bar, een horecagelegenheid die mensen in staat stelt na een avondje feesten te herstellen na een kater. Foto Jeroen Jumelet / ANP

Begin deze eeuw was het nog vrij gebruikelijk onder journalisten voor de lunch een „broodje te drinken” in het café. Nu zijn vloeibare lunches in de journalistiek en andere beroepsgroepen, goeddeels verleden tijd. Niettemin leidt alcohol jaarlijks nog tot 1,7 miljard euro schade op de werkvloer, berekende het RIVM in een maandag verschenen rapport.

De schade is deels gevolg van verzuim door ziekten die direct samenhangen met alcohol. Een ander deel is katerschade: gemiddeld zijn mensen 2,5 werkdagen per jaar minder effectief vanwege een kater.

In sommige sectoren kan dat niet alleen verloren tijd opleveren, maar ook gevaarlijk zijn. Zware industrie, bouw, transport, chirurgie; het is niet moeilijk voor te stellen waar onoplettendheid of dufheid grote risico’s meebrengt. Dat zijn deels ook de sectoren waar alcoholgebruik een relatief groot probleem is, zegt Ninette van Hasselt van het Trimbosinstituut. Volg de demografische verdeling van alcoholgebruik: mannen zijn vaker zware drinkers, en ook al drinkt een kleiner deel van de lageropgeleiden, degenen die drinken, drinken vaker overmatig. Dus in bedrijfstakken waar veel mannen werken met een lage opleiding, is de kans op katerschade het grootst, zegt Van Hasselt. De gegevens over alcoholgebruik per sector zijn wel oud, zegt ze, en het RIVM-rapport maakt geen onderscheid naar sectoren. „Maar ik heb uit de praktijk de indruk dat ook bedrijven waar meer hoogopgeleide mensen werken, en waar veel stress is, last hebben van alcoholmisbruik.”

Regels in risicobedrijven

Veel van de ‘risico’-bedrijven uit de industrie hebben regels voor hoe er met alcohol op de werkplek moet worden omgegaan. Ruim eenderde van de bedrijven heeft een schriftelijk alcohol- en drugsbeleid, zegt Gerard Frijstein, hoofd arbodiensten bij het AMC. In de horeca, waar de voortdurende beschikbaarheid van alcohol een risico vormt, is dat 60 procent, zegt hij, in bouw en zorg heeft zo’n 40 procent beleid ontwikkeld.

Ook bedrijven waar meer hoogopgeleide mensen werken, en waar veel stress is, hebben last van alcoholmisbruik.

Veel bedrijven hebben een zero tolerance beleid, zegt hij. Daar horen soms verplichte testen bij, zoals bij KLM. Piloten zijn wettelijk verplicht testen te ondergaan, bij andere bedrijven mag testen op alcohol alleen bij uitzondering. Het moet gaan om risico-functies, het beleid moet helder en bekend zijn, en de OR moet betrokken zijn bij het opstellen van het beleid, somt Frijstein op.

Maar er is nog veel te winnen, zeggen Frijstein en Van Hasselt. „Vaak ligt wel vast wat afspraken zijn, maar is weinig of niets geregeld aan de achterkant”, zegt Van Hasselt. Ze bedoelt dat niet duidelijk is wat de gevolgen zijn van de constatering dat iemand veel drinkt. „Als dat niet duidelijk is, bijvoorbeeld dat er een anoniem steunpunt is, of een hulptraject, zullen mensen zorgen over eigen alcoholgebruik of dat van een collega verzwijgen.”

Frijstein merkt ook dat veel managers het moeilijk vinden erover te praten, dat ze pas bij hem komen als het probleem al jaren bekend is. „Ik had een keer een man waarvan iedereen al tien jaar wist dat hij alcoholist was. Er was gewoon een hele work-around om hem heen gebouwd.” Volgens hem moet verslaving bespreekbaar gemaakt worden, en erkend worden dat het een ziekte is. „Er moet in de eerste instantie hulp worden aangeboden. Maar er is natuurlijk ook een eigen verantwoordelijkheid. Een probleem is dat veel verslaafden hun probleem niet onderkennen.”

Het Trimbos adviseert bedrijven daarom mensen op laagdrempelige wijze naar hun eigen alcoholgebruik te laten kijken. „Maak ze met dat soort instrumenten bewust, en biedt dan interne en externe hulp aan.”