Kabinet heeft geen zicht op gevolgen van bezuinigingen

Algemene Rekenkamer

Door de laatste kabinetten is veel bezuinigd. Had het nut? Hoe groot was de schade? Van de meeste maatregelen blijkt het effect onbekend.

Kabinet en parlement hebben veel te weinig zicht op de gevolgen van bezuinigingen en lastenverzwaringen. Vaak blijft onduidelijk wat de financiële opbrengst en de maatschappelijke en economische gevolgen van het kabinetsbeleid zijn geweest.

Dat stelt de Algemene Rekenkamer in een deze maandag gepubliceerd rapport over de financiële maatregelen die sinds 2011 zijn genomen om de overheidsfinanciën te verbeteren. Daarbij gaat het om 50,4 miljard euro aan bezuinigingen, waartoe het kabinet-Balkenende IV en twee kabinetten onder leiding van premier Rutte besloten. „Van het overgrote deel van die maatregelen weten we niet of het effect is bereikt”, zegt Kees Vendrik, lid van de Rekenkamer. „Je weet vaak dus ook niet of de inzet wel in verhouding is met de uitkomst.”

De Rekenkamer noemt het „aannemelijk” dat de maatregelen hebben bijgedragen aan verbetering van de overheidsfinanciën, maar in welke mate is onduidelijk. Ook zou de financiële controleur van het Rijk de economische schade en maatschappelijke consequenties willen kennen. Die kennis zou volgens Vendrik goed van pas komen bij de onderhandelingen over een nieuw regeerakkoord dat komend jaar na de Tweede Kamerverkiezingen moet worden bereikt.

De Rekenkamer heeft 512 maatregelen op een rij gezet die samen 50,4 miljard euro moesten opleveren. Uit de inventarisatie blijkt dat 26 maatregelen niet zijn uitgevoerd: die zouden 3 miljard opleveren en onduidelijk is of dit bedrag op een andere manier is geïncasseerd. „Bij de maatregelen die wel zijn uitgevoerd is het voor het overgrote deel moeilijk vast te stellen of de bedragen echt zijn opgehaald.”

Vendrik roept het kabinet niet alleen op alsnog naar de effecten van de bezuinigingsmaatregelen sinds 2011 te kijken. „Ook bij nieuwe maatregelen zou direct met het parlement moeten worden afgesproken hoe de financiële en maatschappelijke effecten beter in de gaten kunnen worden gehouden.”

De Rekenkamer noemt het „essentieel” dat de minister van Financiën onderzoekt in hoeverre de bezuinigingen de economie schade hebben aangebracht. Eerder schatte het Centraal Planbureau dat de recente bezuinigingen zo’n 5 procent economische groei hebben gekost.

De Rekenkamer lijkt een roepende in de woestijn te zijn. Eerdere onderzoeken naar de effecten van bezuinigingen konden volgens Vendrik slechts „op een bescheiden belangstelling van de Tweede Kamer” rekenen. En minister Dijsselbloem (Financiën, PvdA) reageert zuinig op de aanbevelingen. In een reactie geeft de bewindsman toe dat de evaluatie van bezuinigingen beter kan, maar concrete toezeggingen voor verbeteringen doet hij niet.