Kabinet heeft geen zicht op gevolgen bezuiniging

Algemene Rekenkamer

De laatste jaren is veel bezuinigd. „Van het overgrote deel van die maatregelen weten we niet of het effect is bereikt.”

Premier Mark Rutte en minister Jeroen Dijsselbloem van Financien tijdens de Algemene Politieke Beschouwingen. Foto Remko de Waal / ANP

Kabinet en parlement hebben veel te weinig zicht op de gevolgen van bezuinigingen en lastenverzwaringen. Vaak blijft onduidelijk wat de financiële opbrengst en de maatschappelijke en economische gevolgen van het kabinetsbeleid zijn geweest.

Dat stelt de Algemene Rekenkamer in een deze maandag gepubliceerd rapport over de financiële maatregelen die sinds 2011 zijn genomen om de overheidsfinanciën te verbeteren. Daarbij gaat het om 50,4 miljard euro aan bezuinigingen, waartoe door het kabinet-Balkenende IV en door de twee kabinetten onder leiding van premier Rutte is besloten. „Van het overgrote deel van die maatregelen weten we niet of het effect is bereikt”, zegt Kees Vendrik, lid van de Rekenkamer, in een toelichting. „Je weet vaak dus ook niet of de inzet wel in verhouding staat met de uitkomst.”

De Rekenkamer noemt het „aannemelijk” dat de maatregelen hebben bijgedragen aan de verbetering van de overheidsfinanciën, maar in welke mate is onduidelijk. Ook zou de financiële controleur van het Rijk willen weten hoeveel economische schade de bezuinigingen hebben opgeleverd en wat de maatschappelijke consequenties zijn geweest. De kennis die dat oplevert zou volgens Vendrik goed te pas komen bij de onderhandelingen over een nieuw regeerakkoord dat komend jaar na de Tweede Kamerverkiezingen moet worden bereikt.

De Rekenkamer heeft 512 maatregelen op een rij gezet die in totaal 50,4 miljard euro moesten opleveren. Uit de inventarisatie blijkt dat 26 maatregelen sowieso niet zijn uitgevoerd: die zouden 3 miljard opleveren en onduidelijk is of dit bedrag op een andere manier is opgehaald. „Bij de maatregelen die wel zijn uitgevoerd is het voor het overgrote deel moeilijk vast te stellen of de bedragen echt zijn opgehaald.”

Vendrik roept het kabinet niet alleen op alsnog naar de effecten van de bezuinigingsmaatregelen sinds 2011 te kijken. „Ook bij nieuwe maatregelen zou direct met het parlement moeten worden afgesproken hoe de financiële en maatschappelijke effecten beter in de gaten kunnen worden gehouden.” De Rekenkamer noemt het „essentieel” dat de minister van Financiën gaat onderzoeken in hoeverre de voorbije bezuinigingen de economie schade hebben aangebracht. Eerder schatte het Centraal Planbureau dat de recente bezuinigingen zo’n 5 procent aan economische groei hebben gekost.

De Rekenkamer lijkt een roepende in de woestijn te zijn. Eerdere onderzoeken naar de effecten van bezuinigingen konden volgens Vendrik slechts „op een bescheiden belangstelling van de Tweede Kamer” rekenen. En minister Dijsselbloem (Financiën, PvdA) reageert nu zuinig op de nieuwe aanbevelingen. In een reactie geeft de bewindsman toe dat de evaluatie van bezuinigingen beter kan, maar concrete toezeggingen voor verbeteringen doet hij niet.