Zij leven al jaren op de Afsluitdijk. Maar nu is er stroom én een moord

Kamperen Hoe is dat, leven op de Afsluitdijk? Camping Het Wad overleefde tot nog toe alle wilde plannen met de dijk. Er is vrijheid, gezelligheid, saamhorigheid. Toch is er wat veranderd. Er is nu stroom. En er is een moord gepleegd.

Camping Breezanddijk Foto Niels Blekemolen

Al stormt het zo hard dat de wolken jagen en de golven stukslaan tegen het basalt, midden op de Afsluitdijk, in het clubhuis van de meest afgelegen camping van Nederland, draait elke zaterdagavond de bingomolen op volle toeren. Ook toen laatst de bingodraaier, de 86-jarige Hayo Kloen, campingnaam Eiko, onwel werd en een ambulance veertien kilometer de dijk op reed om ’m te halen. Een ander nam het over.

Kaart Studio NRC

De camping ligt midden op de Afsluitdijk. Klik voor een grotere kaart.Studio NRC

„De nacht ervoor al parachuteerde ’ie zo tegen het aanrecht aan”, zegt zijn vriendin, de 75-jarige Elisabeth Naber, campingnaam Bep. Samen staan ze in de volle zon op de landstrook tussen zout en zoet, Waddenzee en IJsselmeer. „En dan zegt ’ie niks hè. Meneer vlucht gauw weg als ’ie een dokter hoort. Foetsie.” Een glunderende Eiko, leunend tegen de caravan: „Ik ben wel eens eigenwijs”.

Een volk van vrijbuiters bewoont ’s zomers de Afsluitdijk nabij de benzinepomp te Breezanddijk. Van april tot en met september is de gemeenschap van vijftig caravans een hecht clubje van arbeiders, burgers en buitenlui uit het hele land. Ze zijn lid van Zeehengelsport- en kampeervereniging ‘Het Wad’ en sommigen wonen er al decennia met zussen, broers, neven, nichten. Ze leven zonder riolering en zonder stromend water en tot vier jaar geleden zonder stroom. Ze zagen Nederland veranderen vanaf de dijk. Het land werd lichter, de zee leger. Geen vis meer te bekennen. Maar de dijk bleef de dijk. Hún dijk.

„Nou, en toen hadden ze Eiko door de mangel gehaald en toen begon ik”, zegt Bep. „Ziekenhuis, echo. Ik vreesde voor m’n galstenen.”

Toen de bewoonster van verderop haar man een bak koffie inschonk, zat ’ie dood op z’n stoel

Bep Naber bij de slagboom van de camping op de Afsluitdijk

Bep Naber bij de slagboom van de camping op de Afsluitdijk. Foto Niels Blekemolen

Verzegelde caravan

Het was geen best jaar voor de camping. Ook Kobus kreeg het aan z’n hart. En toen de bewoonster van verderop haar man een bak koffie inschonk, zat ’ie dood op z’n stoel. „We namen haar op sleeptouw hoor”, zegt Bep. „Hup, mee naar het jokeren. Je moet toch door.” En dan was er nog de moord op Freddy, wonend aan de buitenkant, vermoedelijk in opdracht van z’n vrouw – komen we later op terug. Bep: „Haar caravan is nog steeds verzegeld”. Eiko zucht. „Freddy was een hartstikke leuke jongen.”

Het mag een wonder heten dat de viscamping nog bestaat. Hoeveel plannen voorzitter Greta Volders in al die jaren wel niet voorbij zag komen. Op het veldje, ooit het werkeiland voor de bouwers van de Afsluitdijk, nu eigendom van Rijkswaterstaat, zou een hotel komen, een evenementencentrum, een restaurant. Er waren plannen om de hele dijk vol te zetten met zonnepanelen, windmolens en vliegers, een spoorlijn, een superbaan voor de Superbus. Woonwijken zouden er komen, een energiecentrale, kantoren, een visfabriek. Afsluitdijkstad! De zeekool, woekerend aan de Waddenkant, zou worden geteeld voor de consument.

Maar van al die plannen kwam tot op heden niets terecht. De autosnelweg werd in de jaren 70 dubbelbaans, dat was het zo’n beetje. En ook voorafgaand aan de aanstaande renovatie van de Afsluitdijk, laatst gemarkeerd met een show van kunstenaar Daan Roosegaarde, ging het gros van de plannen niet door. De dijk wordt komende jaren opgesierd met kleinschalige projecten en alleen het hoognodige gebeurt: versterking tegen de stijgende zeespiegel.

Greta Volders maakt zich niet meer druk om al die plannen. Heel wat keer verwelkomde ze kantoormensen van ’t land die zeiden dat de camping niet lang meer zou bestaan. Maar de Afsluitdijk is van niemand en dus van iedereen, dat is voor de camping hét geluk. Iedereen wil wat met die dijk. Rijkswaterstaat, Friesland, Noord-Holland, de Waddenvereniging, de Watersportbond, de ANWB. Maar niemand wil hetzelfde. En zo verdwijnen de kantoormensen telkens weer.

Bewoners van Camping Breezanddijk

In de voortuin inspecteren Bep en Eiko de appelboom. „De mooiste appelboom van de camping”, zegt Bep. Foto Niels Blekemolen

Effe kieken

„Hé Fietje!” Midden op de camping staat de 67-jarige Jannie Norder op uit haar stoel. De buurvrouw komt aan en wappert met een folder van de supermarkt. ‘Ronde prijzenweken’ bij de DekaMarkt in Den Oever. „Gaan we zo effe kieken?”

Op de Afsluitdijk is de lucht mooier en het uitzicht weids, maar de mensen van de dijk moeten soms het land op. Dan haalt de één boodschappen voor een heel clubje, scheelt benzine, een ander de watertanks.

Jannie woont al veertig jaar op de camping samen met haar 69-jarige man Alderink Norder, campingnaam Ollie. Ze verblijven op hun overdekte terras bij de stacaravan, scootmobiel ernaast. Ollie heeft het aan z’n hart en longemfyseem en versleten schouders. Achtendertig jaar heeft hij staan lassen en betonvlechten, de hele dag sjouwen met een bos ijzer op zijn nek. Het laatste jaar had de baas een kraan aangeschaft, maar toen was het al te laat.

Ollie en Jannie wonen in het ‘Harderwijkse straatje’. Haaks tegen de snelweg aan ligt het ‘Groningse straatje’ en parallel, op ‘de goudkust’, wonen van oudsher de rijken, althans ‘rijken’ . „De speklappenbuurt”, glimlacht Ollie. Kinderen uit de andere straatjes durfden er vroeger niet te komen.

Niet dat ergens caravans staan te blinken. Het gros op de camping is ouwe meuk. Maar beter ook met al dat zout dat de wind de dijk over voert. „Alles rot hier weg”, zegt Ollie. Maar de mensen van ’t land snappen het niet. Dan komt er weer zo’n type van de overheid die alles wil opknappen. Omdat zíj een goeie baan hebben, denken ze dat iederéén luxe wil. „Maar wij zijn tevreden zoals het is”, zegt Ollie. Hij grijpt naar de shag in de borstzak van zijn ruim zittende overhemd. „We hebben het vastland niet zo nodig. We regelen hier alles onderling.”

Alles rot hier weg. Maar wij zijn tevreden zoals het is

Camping Het Wad op de Afsluitdijk.

Een volk van vrijbuiters bewoont ’s zomers de Afsluitdijk nabij de benzinepomp te Breezanddijk. Foto’s Niels Blekemolen

Leven op de dijk

De Afsluitdijk, 32 kilometer lang, is ooit gemaakt met zand en keileem en gefundeerd op zinkstukken van gevlochten wilgenteen. Vijf jaar lang werkten vijfduizend arbeiders eraan. Maar dat betekent niet dat de dijk ook máákbaar is, zegt voorzitter Greta Volders, ‘drijvende kracht’ van de camping genoemd. Denk aan de marathon over de dijk die laatst niet doorging vanwege dreigend onweer. Het weer op de dijk is onstuimig, „dat onderschatten de mensen van het land”.

Hoe weten zij nou wat het leven op de dijk betekent? De duizenden werkmannen die ’m hebben gebouwd, díé wisten het. Maar de kantoormensen die het overnamen zijn alleen geïnteresseerd in juridische kwesties, zegt Volders. Dus grijpt ze soms in. Zoals toen laatst de camping werd gesommeerd de zwemsteiger af te breken. Hij zou leiden tot een gevaarlijke stroomversnelling. Eigenhandig stapte Volders de hoge trappen van een gebouw in Lelystad op om bij een hoorzitting tegenover een man en twee vrouwen te vertellen dat zoiets onzin was. „Ik kreeg gelijk.”

In de voortuin inspecteren Bep en Eiko de appelboom, zuchtend onder het gewicht van tientallen knalrode elstars. „De mooiste appelboom van de camping”, zegt Bep trots.

’s Winters woont Eiko in Drachten en Bep in Wormerveer. Ze kregen verkering nadat hun toenmalig partners in de zomer van 2000 vlak na elkaar overleden. Die van Eiko had haar sterfbed in het caravannetje.

Eiko, die vroeger in de aardappelmeelfabriek werkte, is de langstzittende. In een vistijdschrift las hij 51 jaar geleden dat je in Breezanddijk mooi kunt vissen. Hij ging erheen en trof drie tenten aan. „Bákken vol” hengelde hij naar binnen. Paling, rode baars. Nu is alles leeggevist. „Foetsie.”

De camping breidde uit met stacaravans, schuurtjes, huisjes en het werd één gezellige boel. Met elkaar vissen, soms op zout, soms op zoet, barbecueën, feestjes op straat. Er was saamhorigheid. Vríjheid. En ’s avonds was het pikkedonker. Er was geen stroom.

Bewoners van Camping Breezanddijk

Jannie woont al veertig jaar op de camping samen met haar 69-jarige man Alderink Norder, campingnaam Ollie. Foto Niels Blekemolen

Moord voor 500 euro

Maar de camping is niet meer zoals het was, zegt Eiko. Vier jaar geleden legde de overheid hier elektriciteit aan. „Sindsdien zit iedereen in z’n eigen caravan tv te kijken.”

Bij de begrafenis van de vermoorde Freddy was de saamhorigheid even terug. Met z’n allen reden de campinggasten over de Afsluitdijk naar Den Helder. Bep: „Stonden we daar en toen kwam er een regenboog. Zonder regen, hè.”

Op 26 augustus vorig jaar reed Freddy met zijn vrouw Agnes naar de camping. In het bijhok van de stacaravan werd hij om onduidelijke redenen om het leven gebracht, vermoedelijk door Agnes en haar exen Mario en Jaap, die ook op de camping stonden. Een van hen had eerder in Den Helder rondgevraagd of iemand de klus voor 500 euro wilde klaren. „Er broeide al een tijdje wat”, zegt Bep. „Dan kwam Agnes, terwijl ze iets met Freddy had, aanlopen met Jaap.”

„Jaap de leugenaar”, zegt Eiko. „Die man kon zó liegen. ‘Nou…’, zei ’ie dan. ‘Reed ik net in mijn Ferrari met 220 over de Afsluitdijk, word ik aangehouden…’ Terwijl hij helemaal geen Ferrari had!” Eiko had zich weggedraaid en gezegd: ‘Even kijken of ik nog een partij visjes kan vangen…’

Vier dagen na zijn vermissing werd Freddy met een zak over zijn hoofd gevonden in het kanaal bij Slootdorp. Hij was verzwaard met een grindtegel waarop groene verf zat, dezelfde als die op het hek bij de caravan. Vorige week begon de rechtszaak tegen de drie verdachten. „We praten er op de camping niet zo over,” zegt Bep.

Vier dagen na zijn vermissing werd Freddy met een zak over zijn hoofd gevonden in het kanaal bij Slootdorp

Op camping Het Wad

Links de 69-jarige Alderink Norder, campingnaam Ollie. Rechts de 86-jarige Hayo Kloen, campingnaam Eiko. Foto’s Niels Blekemolen

Er komt met een scootmobiel aangezoemd. Het is Ollie.

Al snel gaat het gesprek over bloedprikken in het ziekenhuis van Leeuwarden. „Ik ga morgen niet, hoor”, zegt Eiko resoluut. „Het wordt veel te druk op de dijk.”

„Ik prik altijd thuis”, zegt Ollie. „Ik heb de apparatuur. Waarom jij niet?”

„Ik moest nog een keer terug voor m’n suiker.”

„Dat had je dan gelíjk moeten doen, pik!”

„Weet je nog, de goeie tijd”, zegt Eiko, hangend tegen de caravan. „Toen we een keer de hengels uitgooiden en 45 kilo baars vingen.”

„45 kilo! Bakken vol!”, zegt Ollie. „We tilden ons eigen een breuk!”

„Nu vang je hier geen kop meer.”

„Vorig jaar nog een paar palings. Dit jaar niks.”

Of Het Wad nog wel een viscamping is? Beiden halen hun schouders op. „Dan halen we de vis toch gewoon bij de afslag in Den Oever?”

Bewoners van camping Breezanddijk

Ollie op zijn scootmobiel en in het midden Eiko, de langstzittende bewoner van de camping. Foto Niels Blekemolen

Vorm Koen Smeets