Giftige cocktail herschept de hele bankensector

Bankieren

Alles komt tegelijk: strenge post-crisisregels, boetes, lage rentemarges, innovatieve nieuwkomers en digitalisering.

Foto Remko de Waal / ANP

Ooit was de bankensector een banenmagneet. De werkgelegenheid groeide jaar in jaar uit. De sector, met wereldspelers als ABN Amro, ING en de Rabobank, was een pijler onder de Nederlandse economie. Maar wat betreft banen is het de laatste jaren kommer en kwel. Sinds de crisis volgen ontslagrondes elkaar op. Tienduizenden banen gingen verloren.

Onlangs kondigden de grote banken opnieuw ingrijpende reorganisaties aan. Begin september lekte uit dat ABN Amro 975 tot 1.375 banen gaat schrappen. De Rabobank zit in een ontslagronde waarbij 12.000 banen verdwijnen. Deze maandag had topman Ralph Hamers van ING een „harde boodschap” voor 7.000 van zijn 52.000 werknemers. Vakbonden houden er rekening mee dat het hier niet bij blijft. De kaalslag, vrezen zij, gaat komende jaren onverminderd door.

De sector is zo in acht jaar tijd ingrijpend veranderd – en ziet er over nog eens acht jaar dus waarschijnlijk wéér radicaal anders uit. Want de giftige cocktail van problemen die banken in de hele wereld dwingt tot maatregelen, lijkt voorlopig niet te verdwijnen.

Banken worden geconfronteerd met onder andere strenge post-crisis regelgeving en boetes voor allerlei fraudes. Die leiden tot hogere kosten en krimpende kapitaalbuffers. Aan de andere kant staan de inkomsten onder druk als gevolg van de extreem lage rente en groeiende concurrentie van innovatieve nieuwkomers.

Er moet dus gesneden worden in de kosten. De klant wil zijn bankzaken ook steeds meer digitaal doen, en dus kunnen er ook mensen uit en kunnen banken kantoren sluiten. Het is een vreemd contrast. Banken zeggen dezer dagen dat ze ‘dicht’ bij hun klant willen staan. Maar ze verdwijnen steeds meer uit het straatbeeld.

Met de winstgevendheid wil het ondanks alle maatregelen nog niet heel erg vlotten. Uit cijfers van toezichthouder De Nederlandsche Bank (DNB) blijkt dat banken in Nederland het afgelopen jaar gezamenlijk 10 miljard euro winst maakten. Dat was vroeger veel meer.

grafiek

Minder rendement voor aandeelhouders

Natuurlijk waren de banken voorheen veel groter. Maar ook als je naar een andere belangrijke financiële maatstaf kijkt, de kosten-batenratio, zie je weinig verbetering. Een ratio van 50 procent betekent dat banken voor elke euro die ze verdienen 50 eurocent aan kosten moeten maken. In andere sectoren en bij buitenlandse banken is dat vaak veel lager, Bij de grote Nederlandse banken ligt die ratio (ruim) boven die 50 procent, wat erg inefficiënt geldt.. Met name ABN Amro scoort al jaren slecht. Nederlandse banken doen het ook veelal slechter dan buitenlandse.

Gevolg: de marges zijn dun en dus de winsten niet overvloedig. DNB waarschuwde vorige maand dat banken hun aandeelhouders gauw moeten gaan ‘onderwijzen’ dat zij in de toekomst moeten rekenen op lagere rendementen.

Ook als het gaat om balanstotaal is de sector niet meer wat hij was. In 2007 hadden de banken samen voor 3.318 miljard euro aan bezittingen in de boeken staan. Deze zomer hadden was dat ‘nog maar’ 2.662 miljard, een kwart minder.

Nog steeds veel groter dan onze economie

Met die 2.662 miljard euro zijn de banken wel nog altijd bijna vier keer zo groot als de Nederlandse economie. Ook hier geldt: voor de crisis was de sector nog véél groter, op zijn hoogtepunt meer dan 6 keer zo groot. Maar een factor vier blijft enorm. Er zijn maar weinig landen waar de financiële sector zo groot is. De omvang van ‘onze’ bankensector is zelfs zo groot dat sommige economen er een risico in zien voor de economische stabiliteit. Wat dat betreft blijft de sector nog altijd een moloch. Een sector waarin volgens het CBS in totaal (inclusief buitenlandse banken) 119.000 mensen werken, kun je ook niet klein noemen. Het zijn bovendien veelal hoogwaardige banen, specialistische banen die overblijven. Maar dat is een schrale troost voor al die werknemers die hun baan kwijt raken.