Gedood terwijl hij het goede deed

Fotograaf Jeroen Oerlemans werd zondagmiddag in Libië geraakt door een sluipschutter van IS. NRC-correspondent Joeri Boom maakte vele reizen met hem.

Foto Jeroen Oerlemans
Foto Jeroen Oerlemans

Juni 2016: een strijder van de Al-Marsa-brigade maakt een maaltijd, vlabij het front. Foto Jeroen Oerlemans

Was het in Irak? Of toch in Afghanistan? Het beeld in mijn geest is indringend door de zinderende zon die alles haarscherp uittekende. De omstandigheden: Jeroen en ik lopend, terug naar onze auto, op een plek die niet veilig was en waar we dus snel vandaan wilden. We werden gevolgd door een groep schuchtere kindjes. Het beeld: Jeroen die zijn fles water – onze laatste – bij het instappen aan de kleintjes geeft. Zijn linkerhand met fles uitgestrekt, een been al in de auto, terwijl hij met zijn rechterhand zijn cameratas op de achterbank slingert.

Een oorlog verslaan als journalist of fotograaf is geen welzijnswerk. Het behoort evenmin politiek activisme te zijn, waarbij je partij kiest – daar waren Jeroen en ik het over eens: wie afreist met een onwrikbare opvatting over wie de slachtoffers zijn en wie de agressors, verliest het zicht op de échte smerigheid en zinloosheid van oorlogvoering. De belangrijkste drijfveer moest zijn dát verhaal te vertellen. Telkens opnieuw. In de hoop dat misschien dan ergens iemand de stekker van de oorlogsmachine uit het stopcontact zou trekken.

We werkten voor het eerst samen tijdens de oorlog in Irak, in 2003. Daar ontdekten we dat we hetzelfde bloed hadden, niet alléén letterlijk (O+): we hadden dezelfde drijfveren, dezelfde achtergrond (straatvechters met een academische opleiding) en – heel belangrijk – hetzelfde reactiepatroon.

Foto Jeroen Oerlemans

Augustus 2011: Een foto van oud-dictator Gaddafi dient als deurmat. Foto Jeroen Oerlemans

In Kosovo (1998) maakte ik eens mee hoe bij de eerste schoten een fotograaf zo in paniek raakte, dat hij schreeuwend wegrende en daarmee zichzelf en ons in levensgevaar bracht. Dat nooit meer. We bleken onder vuur een hecht en rustig opererend team. We hielden elkaar in evenwicht als het ging om de beslissing of we een levensgevaarlijk risico zouden nemen – een vraag die je in de oorlogsjournalistiek, vonden wij, niet zonder meer met ‘nee’ kon beantwoorden.

Zeven jaar lang maakten we elke oorlogsreis met zijn tweeën. De reizen die ik daarna zonder Jeroen maakte waren minder prettig, en voelden minder veilig.

Die veiligheid boden we elkaar ook in vredestijd. Onze vriendschap was hecht, ongecompliceerd en onvoorwaardelijk. Toen Jeroen in 2012 in Syrië door jihadisten werd ontvoerd, reisde ik vanuit Delhi meteen af naar de Turks-Syrische grens om hem vrij te krijgen. Ik deed dat in de volstrekte zekerheid dat Jeroen voor mij hetzelfde zou hebben gedaan.

Foto Jeroen Oerlemans

Juni 2016: Hawa Al-Shibani en haar Farraj Al-Hadi vertellen in Sirte over hun man en zoon die is meegnomen door IS. Foto Jeroen Oerlemans

Jeroen was geen cowboy die verslaafd was aan oorlog. We reisden hooguit een keer of vijf per jaar af – vaak zelfs minder. De rest van ons werk speelde zich af in Nederland. Na zijn ontvoering hield hij zich rustig. Hij was niet getraumatiseerd– Jeroen had de gave om heftige ervaringen op een veilige plek op te slaan, zodat hij ervan kon leren zonder er last van te hebben. Hij reisde na zijn ontvoering een paar keer in opdracht van Artsen Zonder Grenzen: overzichtelijke trips, zonder veel gevaar.

Foto Jeroen Oerlemans

Juni 2016: een oude Russische helikopter brengt zwaargewonden van Sirte naar Misrata. Foto Jeroen Oerlemans

Toen kwam Sirte, de stad in Libië die in handen is van IS. Dat we nu met zijn allen weten waar Sirte ligt, komt mede door Jeroen. Hij maakte een indringende fotoreportage voor de Volkskrant, enkele maanden geleden. Over die reis sprak ik hem in juli, in Nederland. Hij had weer het gevoel dat zijn werk zin had, dat hij via zijn foto’s mensen met de neus op de feiten drukte. Sirte was een vergeten oorlog. Hij was vastbesloten terug te gaan. Nu met Joanie de Rijke, de zeer ervaren Vlaamse oorlogsjournaliste met wie hij vaker had samengewerkt. Ik maakte me geen moment zorgen, en was blij dat hij zijn draai weer had gevonden.

Jeroen had verscheidene oorlogstrainingen gevolgd, op zowel medisch als tactisch gebied. Hij stak als eerste van een groep een straat over die onder snipervuur lag. Waarom als eerste? Omdat dat de veiligste keuze is. Een sluipschutter wacht totdat hij beweging ziet, en raakt zelden de eerste man. Jeroen werd gedood terwijl hij het goede deed. Nederland is een van zijn beste oorlogsfotografen kwijt. En ik mijn vriend die me veiligheid bood in oorlog en in vredestijd.