De ‘onvermijdelijke’ toekomst volgens Kevin Kelly

Het nieuwe boek van internetgoeroe Kevin Kelly, The Inevitable, valt misschien het best te beschrijven als een Willy Wonkafabriek vol heerlijk techsnoepgoed. Kelly onderscheidt twaalf technologische ‘onderstromen’ die de komende dertig jaar onze wereld gaan veranderen. Die stromingen leveren volgens Kelly stuk voor stuk fantastische uitvindingen op. Van levensechte virtuele werelden tot gepersonaliseerde medicatie, van slim wasgoed dat de wasmachine vertelt op welke temperatuur het gewassen wil worden tot een ‘Bibliotheek van Alles’ waarin alle creaties die ooit zijn gemaakt moeiteloos doorzoekbaar zijn; we gaan het allemaal meemaken.

Kelly’s geloof in het menselijke vernuft is aanstekelijk. Ja, creatievelingen hebben het zwaar, maar vinden via crowdfunding nieuwe manieren om hun beroep te blijven beoefenen. Ja, kunstmatige intelligentie gaat miljoenen banen wegvagen, maar nieuwe carrièrekansen gloren aan de horizon, met mogelijkheden waar we nu nog niet eens van durven dromen.

Optimisme als grondhouding. Dat kenmerkt de 64-jarige Kelly al sinds hij zijn loopbaan begon als redacteur en uitgever van Whole Earth Catalog, het tijdschrift dat de hippiecultuur van de jaren zeventig combineerde met een sterk geloof in technologische vooruitgang. Later richtte Kelly het invloedrijke technologietijdschrift Wired op.

Vergeleken met zijn voorlaatste boek What Technology Wants (2010), waarin hij een bijna mystieke kracht aan technologie toeschrijft, heeft Kelly in The Inevitable zijn positieve toon wat gematigd. Er is nu ook ruimte voor de gevaren van nieuwe technologie. Misschien komt dat doordat in de tussentijd techpessimisten als Evgeny Morozov (The Net Delusion) en Nicholas Carr (The Shallows) het debat over internet zijn gaan aanvoeren. Zij betogen dat het internet waarvan Kelly de hoopvolle beginjaren van dichtbij heeft meegemaakt inmiddels is gekaapt door overheden (NSA, GCHQ) en grote bedrijven (Google, Facebook).

Kelly deelt die zorgen, maar ziet ook oplossingen. Hij gelooft in een wereld waarin de macht van grote bedrijven elk moment gebroken kan worden door een paar jongens in een garage. En hij pleit voor een transparanter internet dat zijn gebruikers precies vertelt wie welke informatie van hen verzamelt.

Niet dat we volgens Kelly veel te zeggen hebben over de richting waar het op gaat: technologie heeft volgens hem een eigen wil. In tegenstelling tot vaste voorwerpen als boeken of dvd’s ‘willen’ bits gekopieerd en gedeeld worden. Industrieën die zich daartegen verzetten, voeren een verloren strijd, aldus Kelly. Het internet ‘wil’ alles opslaan, dus is het onvermijdelijk dat we alle informatie die we kunnen verzamelen – over ons gedrag, onze gezondheid, enzovoort – voortdurend gaan bijhouden.

Onvermijdelijk? Helaas heeft Kelly nauwelijks aandacht voor de invloed van beleidsmakers en cultuur op technologie. Daardoor beklijft na het lezen het gevoel dat de nuance mist. Dat geldt ook voor de stelligheid waarmee trends van nu worden doorgetrokken naar de toekomst. Als lezer blijf je maar denken: niemand heeft vijftig jaar geleden de iPhone voorspeld. Misschien is Kelly’s toekomst minder onvermijdelijk dan hij lijkt.