‘Zeker vijftig doden bij protest tegen Ethiopische regering’

De oppositie spreekt van minstens vijftig doden, de Ethiopische regering meldt “enkele doden en gewonden”.

Beeld van eerdere demonstraties tegen de regering in Ethiopië. Foto: Reuters

Bij antiregeringsdemonstraties in Ethiopië zijn zeker vijftig mensen omgekomen. Dat laat een oppositiepartij in het land zondag weten. Volgens de regering zijn er “enkele doden en gewonden” te betreuren, meldt Reuters.

Een oppositieleider meldt dat er meer dan honderd mensen zijn omgekomen bij de demonstraties. Hij meldt dat op basis van wat mensen ter plekke zien: “De lichamen worden verzameld door de overheid, maar wat ik hoor van mensen ter plaatse is dat er meer dan honderd sterfgevallen zijn”, vertelde Merera Gudina, voorzitter van Oromo People’s Congress (OPC) aan persbureau AFP.

De massale demonstraties vonden plaats tijdens een religieus festival in de regio Oromiya, ten zuiden van hoofdstad Addis Ababa. De politie zette traangas in en vuurde waarschuwingsschoten af om de menigte uit elkaar te drijven. In het gedrang kwamen vervolgens mensen om het leven, zo laat de regering in een verklaring weten:

“Door de chaos die ontstond, kwamen mensen om en werden enkelen gewond afgevoerd naar het ziekenhuis. De verantwoordelijken hiervoor zullen worden gestraft.”

De regering en de oppositie in Ethiopië geven vaker een andere voorstelling van zaken na incidenten.

De protesten in Ethiopië gingen in eerste instantie vooral over landkwesties, zo braken vorig jaar rellen uit in Oromiya, omdat Addis Abeba een deel van het land van de Oromo’s - de grootste etnische bevolkingsgroep in het land - wilde overnemen voor industriële uitbreiding. Ook tribale kwesties spelen een rol: zo voelen de Oromo’s zich achtergesteld omdat de Tigrayers, een minderheid in het land, al een kwart eeuw het veiligheidsapparaat en de overheid domineren.

De laatste weken krijgen de protesten steeds meer het karakter van verzet tegen de regering. Demonstraties tegen de regering in Ethiopië waren altijd uitzonderlijk, omdat de regering lang vrijwel gelijk stond aan God, zo schreef NRC-correspondent Koert Lindijer eerder.