‘Vrouwen (25-30 jaar) verdienen meer dan mannen’

Dat schreven drie medewerkers van Atria op 27 september in de Volkskrant.

De aanleiding

Dinsdag verscheen in de Volkskrant een artikel van drie medewerkers van Atria, kennisinstituut voor emancipatie en vrouwengeschiedenis. Sylvia Holla, Zehra Sariaslan en Noortje Willems braken een lans voor betere zorgregelingen voor mannen en vrouwen. Nu krijgen vaders nog twee dagen betaald zorgverlof, vanaf 2019 komen daar drie dagen bij. De aandrang bij mannen om parttime te werken zal er daardoor niet groter op worden, schrijven de drie. De achterstand van vrouwen op de arbeidsmarkt zal groot blijven.

Die achterstand is er niet bij alle leeftijdsgroepen: in de groep van 25-30 jaar hebben vrouwen juist een voorsprong op mannen, schrijven de drie. Niet alleen in opleiding, ook qua salaris. „Als starters op de arbeidsmarkt zijn vrouwen van onze leeftijd (25-30 jaar) inmiddels hoger opgeleid en verdienen we meer dan mannen, 2 procent om precies te zijn. De statistieken laten echter zien dat deze voorsprong rond het 30ste levensjaar verdwijnt.” Immers, na het eerste kind gaat driekwart van de vrouwen parttime werken en worden mannen vaak kostwinner. „En daarmee stopt de stijging van het salaris van vrouwen. Hier begint de loonkloof tussen mannen en vrouwen, de slechtere pensioenopbouw van vrouwen en hun financiële afhankelijkheid.”

De constatering over de voorsprong van vrouwen tussen 25 en 30 jaar is een belangrijke. Juist rond hun 30ste beginnen veel stellen de besprekingen hoe ze het werk gaan verdelen na de komst van kinderen. Wie gaat er parttime werken, de man of de vrouw? Of beiden? Vrouwen zouden deze besprekingen dus beginnen vanuit een positie van overwicht, althans waar het gaat om wie op dat moment het meest verdient en het best is opgeleid.

Waar is het op gebaseerd?

Op cijfers van het Centraal Bureau voor de Statistiek, zegt Eelco Wierda van kennisinstituut Atria. De beleidsmedewerker ontsluit veel kennis en onderzoek die van belang zijn voor de discussie over bijvoorbeeld deeltijdwerk en de combinatie van arbeid en zorg (door vrouwen én mannen).

Voor wat betreft de salarisverschillen stuurt Wierda bovenstaande grafiek, gebaseerd op de meest recente CBS-cijfers, uit 2014. Daaruit blijkt dat de leeftijdsklasse van 25-30 jaar de enige is waarin vrouwen meer verdienen dan mannen. Daarna gaan de vrouwen een steeds grotere achterstand oplopen. Wierda noemt twee oorzaken: het deeltijdwerken door vrouwen en het feit dat ze vaak in – de lager betaalde – collectieve sector gaan werken, vaak noodgedwongen omdat daar betere regelingen zijn voor deeltijdwerken en ouderschapsverlof. „Zo zijn er bijvoorbeeld vrouwen die eerst nog in de IT werkten, maar daarna verder gaan in de Belastingdienst”, zegt Wierda.

De stelling dat vrouwen van 25-30 jaar ook hoger zijn opgeleid dan mannen, is eveneens gebaseerd op CBS-cijfers, maar dan uit 2015. Ook daarvan stuurt Wierda een voorbeeld. Het beeld is daar iets anders: in drie leeftijdsblokken (van 15 tot 45 jaar) scoren vrouwen qua opleiding hoger dan mannen, dus ook in de leeftijd 25-30 jaar. In deze leeftijdsgroep lijkt het opleidingsverschil zelfs het grootst.

En, klopt het?

Ja. De grafieken en cijfers die zijn ontleend aan het CBS laten dit zien. Het CBS zelf onderschrijft de stelling en stuurt aanvullend materiaal. Daaruit blijkt dat de loonvoorsprong van vrouwen (25-30 jaar) op mannen vrij recent is ontstaan, sinds 2011 met een versnelling vanaf 2013.

Conclusie

Holla, Sariaslan en Willems schrijven: „Als starters op de arbeidsmarkt zijn vrouwen [...] inmiddels hoger opgeleid en verdienen we meer dan mannen [...]. De statistieken laten echter zien dat deze voorsprong rond het 30ste levensjaar verdwijnt.” Deze uitspraak beoordelen wij als waar.

Ook een bewering zien langskomen die je gecheckt wilt zien? Mail nrccheckt@nrc.nl of tip via Twitter met de hashtag #nrccheckt