Leidt aftreden Sánchez tot een regering?

Spaanse politiek

Nu het gezicht van de sociaal-democraten is opgestapt is de grote vraag of de regering van Rajoy opnieuw zal worden gedogen.

©

De chaotische wijze waarop Pedro Sánchez (44) zaterdagavond opstapte als voorman van de PSOE, staat symbool voor de enorme verdeeldheid bij de Spaanse sociaal-democraten. Sánchez laat een gespleten partij achter; de leden zijn het onderling oneens over de toekomst. Het wel of niet gedogen van een nieuwe regering onder leiding van de conservatieve premier Mariano Rajoy (61) is nu de belangrijkste vraag voor de PSOE. Het zou een nieuwe stembusgang - de derde nationale verkiezing binnen een jaar – kunnen voorkomen.

Sánchez koesterde bij zijn aantreden als partijleider in juli 2014 de ambitie de nieuwe premier van Spanje te worden. De Madrileense econoom zag zich daarbij eerst gesteund door de peilingen in een land dat grote economische problemen kende. Ook was Spanje door talloze corruptie-schandalen in een morele crisis beland. De PSOE kreeg op weg naar de parlementsverkiezingen van december 2015 echter grote concurrentie van het radicale Podemos dat vooral jongere linkse kiezers aan zich wist te binden. De weer herstellende economie werkte ook in Sánchez’ nadeel.

Partido Popular bleef vijand

De leider van de PSOE bleef volharden in een strijd waarbij hij Rajoys Volkspartij (PP) als enige grote vijand bleef zien. Alsof het aloude tweepartijenstelsel stand zou houden. De PSOE leed op de verkiezingsavond van 20 december 2015 een historische nederlaag, zag Podemos vrijwel langszij komen en moest toezien dat de PP weliswaar flink verloor maar de grootste partij bleef. Sánchez hield halsstarrig vast aan een ‘nee’ tegen Rajoy. Hij verspeelde in maart dit jaar al veel krediet bij vriend en vijand met zijn kansloze poging om met de steun van het liberale Ciudadanos een regering te vormen.

De onvermijdelijke tweede gang naar de stembus liep, op 26 juni, voor de PSOE op een nieuwe teleurstelling uit. De sociaal-democraten zagen hun achterban verder slinken, en zagen de PP wel groeien. Sánchez was de morele verliezer, maar gaf zich niet gewonnen. Met zijn nieuwe weigering om steun aan Rajoy te geven werd hij de man die Spanje naar derde verkiezingen stuwde. Toen de PSOE vorige week bij twee regio-verkiezingen nederlagen leed was het gedaan met de broze eenheid in de partij.

Nog meer verdeeldheid

Hardliner Sánchez stond nu recht tegenover zijn partijgenoten. Oud-premier Felipe González zette vorige week de toon door te stellen dat hij zich „belazerd” voelde door Sánchez. De PSOE raakte verdeeld in meerdere kampen die hun ruzies ordinair op straat uitvochten. Woensdag dienden zeventien van de 35 leden van het partijbestuur hun ontslag in, in een poging hun leider tot opstappen te dwingen. Sánchez weigerde.

Zijn nieuwe voornemen een regering te vormen werd het begin van zijn politieke dood. Voor het partijgebouw verzamelden zich zaterdag schreeuwende en huilende voor- en tegenstanders van de politieke leider. Na tien uur vergaderen werd het voorstel van Sánchez om op een congres een nieuwe leider te kiezen, afgewezen. Sánchez kondigde binnen dertig minuten zijn vertrek aan.

De PSOE moet op zoek naar een nieuwe leider. Daarbij worden de namen van regiopresidenten Fernández (Asturië) en Díaz (Andalusië) veel genoemd. Eerst zal een federale commissie het belangrijkste dilemma moeten oplossen: steun aan aartsvijand PP of derde verkiezingen. Ondertussen zit Spanje al 287 dagen zonder regering. Eén ding is zeker: Sánchez wordt niet de nieuwe premier van Spanje.