Interview

‘Iemand anders biljart, ik strijd voor de waarheid’

Jack Gommers (60) verloor eerst zijn boerderij en toen zijn dochter. Boven water krijgen hoe zijn bedrijf door hormoonvoer ten onder ging, is tijdverdrijf geworden.

Foto Frank Ruiter

Zijn leven verliep anders dan Jack Gommers (60) zich had voorgesteld. Vier jaar geleden ging zijn varkenshouderij failliet, sindsdien woont hij met zijn vrouw Jacqueline op een flat boven een supermarkt. Ruim een jaar na het faillissement pleegde een van zijn drie dochters zelfmoord. „Maar je mag ook gerust de positieve kanten belichten, hoor”, zegt Gommers.

Als jongeman ging hij na een agrarische opleiding bij zijn vader werken. In Oosteind, een dorp in de buurt van het Brabantse Oosterhout. Zijn vader had twintig koeien en honderdvijftig varkens. Hij bouwde er later zijn eigen varkenshouderij op. „Het ging goed in de sector. Ik kon andere bedrijven kopen. In de jaren negentig had ik vier bedrijven met zo’n zesduizend varkens.”

Gommers trouwde en kreeg drie dochters. „We kwamen in die jaren niks te kort. Mijn dochters zaten op de ponyclub. Ze hadden regelmatig concoursen. Het ging financieel voor de wind. We gingen vaak op wintersport. Doevakanties, daar hielden we van.”

In mei 2002 kreeg Gommers bezoek van de Algemene Inspectie Dienst van het ministerie van Landbouw. Zijn bedrijf stond op een lijst van bedrijven waaraan voer met verboden stoffen was geleverd. Hormonen. „Die had ik niet besteld”, zegt hij. „We werden direct onder toezicht geplaatst. Ik mocht niks meer leveren. Honderden dieren heb ik zelf dood moeten spuiten.”

Er werden twintig dieren meegenomen voor onderzoek. Een paar dagen daarna kwam de uitslag: ééntje was licht positief. „Ik vond dat vreemd. Ik had tien zeugen, vijf biggen en vijf vleesvarkens meegegeven die allemaal verschillend voer kregen. Ik heb toen een second opinion aangevraagd. Een dag later werd mij verteld dat de monsters voor de second opinion kwijt waren. Toen ik daarna nieuwe monsters wilde laten nemen van de karkassen, bleken die al vernietigd.”

Hij had het gevoel dat er iets niet klopte. Op eigen kosten liet hij onderzoek doen naar zijn varkens. „Ik wilde weten wat er aan de hand was. Maar opnieuw gebeurde er iets vreemds: ik kreeg de uitslagen van het lab niet.”

De hormoonaffaire zou het begin van het einde inluiden. „De kosten van het bedrijf bleven hoog. Maar de inkomsten liepen met tonnen per jaar terug. Pas na ruim twee jaar mocht mijn bedrijf weer leveren.”

Als de varkenssector daarna piekjaren had beleefd, had hij het misschien gered, zegt Gommers. „Maar toen ik weer begon, waren de prijzen laag. Ik heb nog acht jaar doorgemodderd. Mijn vrouw ging veel meer meewerken, om personeelskosten te besparen. Ik was zeven dagen per week in touw.”

„We gingen niet meer met vakantie. Ik hoopte en vertrouwde erop dat het snel voorbij zou zijn. Maar de omslag kwam niet.” De bank heeft heel lang meegedacht, zegt Gommers, maar begin 2012 werd toch het faillissement aangevraagd. „Ik voelde het aankomen. De schuldenlast was te hoog geworden. Het moest een keer fout gaan.”

Jack en Jacqueline Gommers wonen nu in ’s Gravenmoer, op enkele kilometers van hun voormalige boerderij in Oosteind. Hoe is het voor een boer om de vrijheid van zijn land te moeten verruilen voor de muren van een flat? „Ach, het is best een mooi boerendorp. Ik kijk niet vanuit een boerderij de velden in. Maar ik kan hier wel over de huisjes heen kijken.”

Zijn vrouw Jacqueline heeft meer moeite met de verhuizing gehad, zegt Gommers. „We hadden destijds de keuze uit een appartement en een huisje met een tuin. Achteraf bezien hadden we beter dat huisje kunnen kiezen.”

Het grote drama in het leven van Jack Gommers is niet het verlies van zijn bedrijf, maar de dood van zijn middelste dochter Bianca. Zij maakte op 30 april 2013 een einde aan haar leven. Ze was 29 jaar. Zijn dochter was alleenstaand en werkte bij een bakkerij. Vaak kwam ze thuis eten en slapen. „We hadden elke dag contact met haar. Die afspraak hadden we gemaakt.”

Bianca leed aan stemmingswisselingen. Sinds haar zestiende had ze diabetes. „Een dokter zei: als ze accepteert dat ze haar leven lang diabetes heeft, dan mag je blij zijn. In groepsgesprekken heeft Bianca daaraan gewerkt.” Het zou best kunnen, zegt Gommers, dat zijn dochter depressies kreeg als gevolg van haar diabetes. „Vroeger was ze een vrolijke meid. Ze zat bij de carnavalsvereniging. Had een mooie vriendenclub. De depressies begonnen een paar jaar na de diagnose.”

Een maand voor haar dood heeft Jack Gommers nog gebeld met haar hulpverleners in de zorg, om te vertellen dat zijn dochter niet meer wilde leven – dat had ze hem verteld – en dat hij het niet vertrouwde. „Ik kreeg te horen dat wij ons niet ongerust hoefden te maken. Alles was onder controle.”

De dag ervoor waren ze als gezin samen tweehonderd jaar geworden. „Dat had Bianca uitgerekend.” De avond voor haar dood is zij nog naar een feest met vrienden gegaan, zegt Gommers. Niks aan haar gemerkt. „Het is een weloverwogen beslissing geweest.”

Op die dertigste april wilde Gommers bij zijn dochter thuis wat gaan kletsen. „Ze deed de deur niet open.” Hij pakt een kopie van haar afscheidsbrief. „Een heel nette brief.” Ze heeft zich niet in een opwelling van het leven beroofd. Ze had haar afscheidsbrief in haar laptop gevouwen, zo is ze vredig gestorven. „Gun me die rust, vroeg ze ons.”

Hij toont een ring met daarin de vingerafdruk van zijn dochter gegraveerd. En toont de afscheidsbrief. „Lees maar, daar heb ik geen moeite mee.” In de brief houdt zijn dochter de familie voor dat die zich niet schuldig moet voelen. ‘Alles ligt bij mij. Ik ben degene die dit zelf wil, en het spijt me dat ik jullie achterlaat op deze manier.’ En: ‘Ik heb jarenlang gevochten, maar mijn tegenstander was niet klein te krijgen. Ik ben moegestreden. Ik kan niet meer.’ Een van de laatste zinnen uit haar brief staan op het graf. ‘Als je aan de hemel een ster ziet blinken, is dat omdat je mijn oprechte lach hoort klinken.’

Het verlies van zijn dochter heeft het faillissement van Gommers’ bedrijf in de schaduw gesteld. „Dat stelt eigenlijk niks meer voor”. Vroeger was hij erg ondernemend. Nu heeft hij geen uitdagingen meer nodig. „Voor mij hoeft dat allemaal niet meer.” Waar hij wel energie voor heeft, is strijden voor zijn recht. Hij ziet zijn strijd om de waarheid over zijn varkens als een sport. „Iemand anders gaat biljarten. Ik doe dit. Ik laat me niet klein krijgen.”

Al jaren probeert hij de uitslagen te krijgen van het onderzoek naar zijn varkens. Al was het maar om zeker te weten dat zijn dochter niet ziek is geworden door hormonen. „Als ik de uitslagen van dat onderzoek krijg, dan kan ik misschien uitsluiten dat er een relatie is met diabetes, depressie en kanker, zoals de overheid ook zelf aangeeft.”

Gommers denkt dat varkens en runderen op duizenden bedrijven jarenlang zijn blootgesteld aan hormonen in het voer, en wil dat bewijzen. Dat wordt volgens hem verzwegen, zoals ooit doping in het wielrennen. De uitslagen van het onderzoek naar hormonen zijn volgens hem bekend. Of ze zijn in opdracht vernietigd. Hij heeft later nog weleens, van een gepensioneerd ambtenaar van het ministerie van Landbouw, enkele uitslagen gehad. „Alle dieren positief.” Maar dat de veeteelt structureel was verziekt, mag volgens hem niet bekend worden; dan zou de export wegvallen. „En waar moet je dan met al je dieren blijven? ”

„Het bedrijf is weg, maar dat geeft ook vrijheid om andere dingen te doen, zoals het helpen van boeren in nood. En mijn vrouw en ik genieten van onze kleinkinderen.” Gommers en zijn vrouw hebben onlangs gehoord dat ze in aanmerking komen voor een huisje met tuin. „Daar kijken we naar uit. Vooral mijn vrouw.”