‘Hij was niet vanwege de kick oorlogsfotograaf’

©

Deze foto maakte de Nederlandse fotograaf Jeroen Oerlemans eind juni in Sirte. Oerlemans werd zondag in die Libische stad gedood, vermoedelijk door een scherpschutter van IS.

Verschillende NRC-correspondenten leerden Oerlemans bij hun reportagereizen kennen.

Bram Vermeulen: ongelooflijk onderkoelde man

Een van hen was Bram Vermeulen, toen correspondent in Turkije, nu in zuidelijk Afrika:

„Het was een ongelooflijk verhaal van een ongelooflijk onderkoelde man. Op 27 juli 2012 ontmoette ik Jeroen Oerlemans in een hotellobby in Hatay, Zuid-Turkije. Hij was net bevrijd uit handen van jihadisten, die toen nog niet de naam IS droegen. We bleken dezelfde dag te zijn overgestoken van Turkije naar Syrië. De grensposten aan Syrische kant waren net in handen van ‘rebellen’, die toen nog het Vrije Syrische Leger heetten. Ik ging rechts, naar de gevallen grensposten en de door de rebellen veroverde duty free. Jeroen bleek die ochtend links te zijn gegaan, samen met zijn Britse collega John Cantlie en een Syrische smokkelaar die geen Engels sprak. De smokkelaar leidde ze rechtstreeks een kamp binnen van jihadistische strijders, jongens met baarden en overweldigend Brits accent.

„In alle rust vertelde Jeroen over zijn ongelooflijke ontsnapping. Het plan dat hij op de eerste dag samen met Cantlie maakte. „Als je wilt ontsnappen, moet je het de eerste dag doen: je bent nog fit, en de beveiliging is nog niet optimaal.” De schoenen van de twee waren afgepakt, en ze waren geboeid. Maar ze zaten niet vastgeklonken. Op het heetst van de dag, het was stil in het kamp, waagden ze het erop. Maar terwijl ze hun sprint uit de tent begonnen beseften ze meteen hun fout. Vlakbij de tent bleek een groep jihadisten juist een vrachtwagen aan het uitladen. Ze openden onmiddellijk het vuur. Jeroen werd geraakt in zijn heup. Cantlie liep alleen een paar schrammen op.

„Enkele dagen later werden ze alsnog bevrijd, door het harde werk van een toen relatief onbekende collega: James Foley. Hij zou maanden na de bevrijding terugkeren naar Syrië, met John Cantlie. Foley werd onthoofd. Cantlie leeft nog, volgens de laatste berichten. Die dag in het hotel in Hatay vertelde Oerlemans dat hij in de tent beseft had dat het tijd was om iets anders te gaan doen. Hij had twee kinderen thuis, en een vrouw, die gewend waren te wachten op zijn thuiskomst. ‘Ik besefte dat het egoïstisch was om hen altijd op mij te laten wachten, omdat ik zo nodig dit vak wil uitoefenen.’ Zo was Oerlemans. Hij was geen cowboy, zoals je die soms in oorlogsgebieden treft. Hij was geen oorlogsfotograaf voor de kick, maar omdat hij het verhaal dat hij vertelde belangrijk vond. Hij was bedachtzaam en fit, zowel mentaal als fysiek. Hij bereidde zijn reizen grondig voor. Hij hield van zijn vak en was bereid daarvoor risico’s te nemen. Ook al besloot hij die dag nooit meer een voet in Syrië te zetten, vier jaar later zou hij wel naar Libië reizen. Omdat zo weinigen het doen.”

Gert van Langendonck: de lijst wordt wel erg lang

Ook Gert Van Langendonck, Midden-Oosten-correspondent, ontmoette hem:

„In 2011 zat ik samen met Jeroen in hotel El-Waddan in Tripoli, dat toen pas was gevallen. We kenden elkaar van eerdere reportages in de regio en ik had Jeroen getipt dat wij daar van de militie van Misrata, die het hotel had bezet, gratis mochten logeren. Jeroen kwam aanzetten in een Tunesische huurauto met aan het stuur een Engelse fotograaf en journalist, John Cantlie. De twee werden vrienden. In 2012 werden Jeroen en John samen gekidnapt door extremisten in Syrië. Ze ontsnapten, maar hun kidnapping bewees wat toen alleen nog een gerucht was: de aanwezigheid van buitenlandse jihadisten in Syrië. Ik heb toen de Amerikaanse journalist James Foley nog gecontacteerd om te helpen bij het zoeken naar Jeroen en John. Jim was de eerste westerse gijzelaar die door IS is onthoofd. John is nog steeds een gijzelaar van IS. Nu is ook Jeroen gedood, door een sluipschutter van IS. Als je dit werk doet weet je dat dit soort dingen vroeg of laat gebeuren. Maar de lijst wordt wel erg lang. En wennen doet het nooit.”