Eenzaam ploeterend door de modder, op weg naar respect

Veldrijden De Japanner Yu Takenouchi bereikte nog nooit iets in het veldrijden, toch is hij in Japan een icoon. Hij blijft naar Europa komen.

Foto Merlin Daleman

Er ploetert een zonderlinge figuur door het mulle zand van Gieten, Drenthe, op de allerlaatste positie hevig verwikkeld in een strijd met zichzelf. Zijn benen nog vermoeid van de reis die hij pas donderdag maakte, achttien uur vliegen naar Brussel. Hij kent zijn plaats in het geweld der Lage Landen. Hij is het in de loop der tijd gewoon gaan vinden om op dit niveau slechts te figureren, maar dat wil niet zeggen dat het niet weer tegenvalt als hij na een paar maanden van afwezigheid herontdekt dat het sterrendom dat hij geniet in zijn vaderland hier niets waard is. Net als vorig seizoen, en het jaar daarvoor, en daarvoor.

In Japan is Yu Takenouchi (28) de allerbeste. Daar is hij als Wout van Aert en Mathieu van der Poel, de matadoren van de cyclocross. Vijf keer werd hij veldritkampioen van Japan. Yu draagt er de sport als Sven Kramer hier het schaatsen. Hij geeft er lezingen, legt aan de Japanse veldrijders van de toekomst uit hoe enerverend het is om de oversteek te maken naar Europa, om zich staande te houden in een wereld die slechts bij vlagen oppervlakkig te begrijpen is. Respect is dan steevast zijn deel, en daar draait het toch om in Japan. Maar een opvolger dient zich nog niet aan.

Zijn dertig veldrijdende collega’s heeft hij in de ouverture van de Superprestige, een ‘regelmatigheidscriterium’ van acht wedstrijden in de veldrijsport, deze zondag al na de eerste ronde moeten laten gaan. De strijd is op voorhand geen gelijke: Yu start zowat achteraan, want verdiende nooit punten die recht geven op een betere uitgangspositie. Op zijn stalen frame van Japanse makelij, de rest rijdt op fietsen van hoogwaardig maar brozer carbon, doet hij verwoede pogingen. Maar het zand lijkt hem dieper vast te zuigen dan de rest. Schijn bedriegt: zijn niveau is niet dat van een winnaar.

Als de leiders in de wedstrijd op 80 procent van hun race zitten en het begint te miezeren in Drenthe, haalt de jury Yu uit de wedstrijd. Zo zijn eenmaal de regels, de organisatie heeft geen mededogen met een Japanner die al tien jaar op eigen kosten vanuit Japan naar België reist en zich daar aangekomen vaak machteloos laat afbeulen door soms tien jaar jongere gasten. Om zich na de wedstrijd zonder zich te douchen in een oude camper naar Vlaanderen te laten rijden. Hij kent niet de luxe van een commerciële ploeg die in hun mobile homes complete badkamers aan boord hebben en waarin de renners onderweg naar huis met de beentjes omhoog in slaap kunnen vallen. Yu zou niet eens durven slapen. Het zou van nul respect getuigen tegenover de mensen die hem al jaren helpen, onbezoldigd, weer of geen weer.

Dat is de familie Laevens uit Zwevegem, een stadje nabij Kortrijk. In 2010 hoorden ze ‘op café’ dat drie Japanse veldrijders een plek zochten om in Vlaanderen aan een serieuze carrière te werken. Tot die tijd kwamen Japanse veldrijders slechts één keer per jaar naar Europa, om het WK te rijden en om dan als de gesmeerde bliksem terug te keren naar hun thuisland. Ranjit Laevens, fan van de cyclocross maar niet meer dan dat, leende een busje en het café regelde een huurhuis, dat betaald werd door sponsoren uit Japan.

Anno 2016 is van het trio alleen Yu nog over. Hij komt jaar in jaar uit terug, eet bij de familie Laevens aan tafel, inspireert de jongste zoon Justin om ook te gaan crossen. Maar de resultaten blijven uit: een keertje 17de, 25ste, dat zijn de hoogtepunten. Meestal haalt hij de finish niet.

Vorig jaar blesseerde Yu de ligamenten in zijn rechterhand en scheurde zijn hamstrings. Maar van opgeven wilde hij niet weten. Hij was tien maanden van huis, alleen, zonder zijn vrienden, zijn moeder, zijn oudere broer, in een kamertje in Zwevegem. Hij kwam alleen buiten om te trainen – „er zijn mensen die geld en tijd in mij steken. Dan kan ik maar beter niets geks doen.”

Er gaan dagen voorbij dat Yu vermoeid op bed ploft en zich realiseert dat hij zijn stem niet heeft gebruikt. Dat hij opstaat, rijst met ei en ham eet, en zich volledig solitair in de Vlaamse velden stort in zijn zoektocht naar respect. Hij heeft de hoop ooit wereldkampioen te worden nog niet opgegeven. Met „die terminators” [Van Aert, Van der Poel, die zondag respectievelijk tweede en eerste werden] sprak hij nog nooit. Hij durft niet, heeft te veel respect voor ze. „Rijd ik in de top-10, dan zal ik een praatje met ze maken.” En zo blijft hij die zonderlinge figuur.