De Nederlandse school: wanorde, onrust en lawaai

Onderwijs

De discipline van de Nederlandse leerling is erbarmelijk, aldus de OESO. Dat hoort bij onze keuze voor groepjes en overleg. Kan een leraar daar niet mee omgaan? Dan is er nog wel een cursus.

Foto’s Floren van Olden

In de vmbo-klas praat iedereen door elkaar. Tassen liggen op tafel, leerlingen van rond de 16 jaar lachen hard, nemen het weekeind door, lopen heen en weer en kijken naar foto’s op elkaars smartphones. Hoe maak je als lerares een einde aan die chaos? Niemand ziet haar.

Een schuchter „goedemorgen, we gaan beginnen” komt niet boven het lawaai uit. Een voorzichtig „ik zie dingen die niet goed gaan” helpt evenmin. Met „kom hier zitten” tegen leerlingen die achterin hangen bereikt ze iets, maar de rust is nog niet hersteld.

Dan begint deze 54-jarige lerares voor een klas in het Liemers College in Zevenaar maar aan de behandeling van de kwadraten. Een meisje maakt er meteen hardop grappen over: „Dat is keer twee, want er staat toch een tweetje boven?” Tegelijkertijd maant de lerares een andere leerlinge haar mobieltje in de tas te doen.

Dit soort wanorde is alledaags in de Nederlandse klas. „Nederland heeft de laagste index voor het disciplinaire klimaat”, stelde dit jaar het rapport over de staat van het onderwijs in Nederland van de OESO, de organisatie van 35 rijke landen.

Zelfs in de ‘betere’ Nederlandse scholen „heerst lawaai en wanorde”, aldus de OESO. „Leraren moeten lang wachten tot leerlingen rustig zijn, en leerlingen zijn vaak lang na aanvang van de les nog niet aan het werk.”

Ook is het onderwijs in Nederland koploper in burn-outklachten. Volgens het Centraal Bureau voor de Statistiek heeft ruim een op de vijf leraren er last van. Dat is een hoge prijs voor scholen die volgens diezelfde OESO inhoudelijk wél goed scoren.

Samenwerking en overleg

Hanke Korpershoek, wetenschappelijk medewerker onderwijskunde bij de Rijksuniversiteit Groningen, is gespecialiseerd in klassenmanagement. Volgens haar is de sfeer in de klas moeilijk internationaal te vergelijken. „In Nederland is er de bewuste keuze voor samenwerking van leerlingen in groepjes in de klas en overleg. Dat vergt wat van docenten.”

Amber Walraven, lerarenopleider aan de Nijmeegse Radboud Universiteit, erkent het chaotische beeld van zo’n klas die in groepjes werkt. „Als je in groepjes werkt, mag je best met elkaar praten”, zegt ze.

Iedere leraar moet de orde zelf bevechten in de klas. Nederlandse scholen hebben meestal weinig algemene richtlijnen voor bijvoorbeeld het gebruik van mobiele telefoons tijdens de les.

Een aantal Nederlandse ouders stelt meer discipline op prijs. Dat blijkt uit de populariteit van scholen over de Belgische grens, waar ze hun kinderen naartoe sturen. Leerlingen gaan er in een rij naar binnen, en moeten op veel scholen opstaan als de docent binnenkomt en ‘goedemorgen’ zeggen. In België is het gemakkelijker met de les te beginnen dan in Nederland.

Als je in groepjes werkt, mag je best met elkaar praten.

Maar er zijn ook veel Nederlanders die geen strenge school willen. Bij een berisping van een leerling beginnen sommige ouders direct te protesteren. Ook veel leraren zien niets in de Belgische discipline.

Strak houden

De lerares in Zevenaar die zoveel moeite had de les te beginnen, wil de leerlingen niet strak houden. „Niet elk kind is hetzelfde. Je moet ze ook een beetje laten leven, dan zijn ze gelukkiger”, zegt ze.

Op het Liemers College volgde ze met vier collega’s de cursus De directeur van de les van Veronica Weusten en Karen Oosterink, over orde houden. Om te voorkomen dat hun leerlingen erachter komen, willen de vijf niet met hun naam in de krant.

Lees ook Adviezen voor orde in de les op ons Onderwijsblog

Wat ze op die cursus leren, oefenen ze op het Liemers College met een klas vol ‘professionele ordeverstoorders’, getrainde leerlingen die uitstekend de grenzen kunnen opzoeken. Voor de oefensessies worden de leerlingen betaald, en ze mogen niet met anderen over de cursisten praten. Na de praktijkoefeningen zeggen ze wat de leraar fout deed.

„U was best wel negatief. U gaf veel kleine aanwijzinkjes. Dan gaat het lachen door”, zegt een meisje tegen de lerares. Een ander meisje: „U wilde een aantal zaken, zoals tassen van tafel, centraal regelen. Maar u zette niet door.” Co-trainer Karen Oosterink geeft een tip: „Voor een vmbo kun je het beste visueel maken wat je gaat behandelen in de klas.”

Een lage stem

Ook de andere cursisten krijgen reacties na de oefening. „U stond goed voor de klas. U had een lage stem en duidelijke gebaren”, zegt een meisje tegen een 26-jarige vmbo-lerares zorg en welzijn.

De manier waarop ze voor de klas stond, viel inderdaad niet te negeren. Zoals wel vaker in het vmbo voorkomt, vertelt ze later, begon ze al met lesgeven tijdens haar opleiding. Ze had slechts drie dagen stage gelopen. Als 22-jarige moest ze 19-jarige leerlingen onderwijzen die ze in het weekeinde ook in de disco tegenkwam. Die vuurproef heeft ze doorstaan. En: ze is nog steeds enthousiast. Ze hoort niet tot de vele jonge leraren die in deze fase afhaken.

Strengheid en straf brengen geen orde in de klas.

Maar ook zij krijgt kritiek van de leerlingen. „Het begin was positief”, zegt een jongen. „U zei dat de tassen van tafel moesten, maar ‘dan moet de rest het ook even doen’. Die positieve toon met ‘samen doen’ was heel overdreven. Dan verlaagt u zich weer.”

Een andere jongen vindt dat sprake was van „overmaat”: „U had het over ‘gezichtjes’, maar u had een eindexamenklas voor u.”

Veronica Weusten geeft de lerarentrainingen altijd in het begin van het schooljaar. Als het al grondig is misgegaan, is dat later immers nog maar moeilijk te herstellen. „Tot de herfstvakantie kun je daar met onze basisregels nog in slagen”, zegt ze. Overigens past niet iedereen in dat stramien: twee van de leraren op cursus moesten midden in het jaar bij onrustige klassen invallen. Dat ging niet goed. Hoe pak je dan in september weer de draad op?

Gastvrije ontvangst

Nederlandse scholen missen niet zelden duidelijke regels over bijvoorbeeld telefoongebruik in de klas. Een leraar moet zelf maar het wiel uitvinden. Jonge leraren die dat niet lukt, verlaten daarom vaak snel het onderwijs.

Strengheid en straf brengen volgens Weusten geen orde in de klas, een gastvrije ontvangst in een lokaal waar de leraar de regels stelt wél. „Als u dreigt met sancties, heeft uw gezag gefaald”, is een van haar hoofdregels over orde en sfeer. „Dat gezag is vanzelfsprekend en dat moet de leraar overtuigend laten zien.”

De vijf leraren doen ademhalingsoefeningen om steviger voor de klas te staan en om de druk pratende leerlingen met hun stem tot zwijgen te brengen. Niet te veel vermaningen, is hun op het hart gedrukt, daar hebben leerlingen die rustig willen werken alleen maar last van. Soms werkt verbazing: ‘Heb jij die prop gegooid? Zie ik dat goed?’ Soms volstaat een enkele veelzeggende blik.

Weusten heeft zelf les gegeven en trainde stagiairs bij de lerarenopleiding. Daar ontdekte ze dat ordeproblemen vaak liggen aan het ontbreken van basale inzichten en vaardigheden op het gebied van gezag, en dat er tijdens hun opleiding weinig aandacht voor is.

Lastige klassen

Twee cursisten met een academische opleiding bevestigen dat. Voor een eerstegraads kwalificatie moeten ze ook onderzoek kunnen doen. Hoe je orde houdt, leer je mogelijk op stage van je begeleider. Lerarenopleider Amber Walraven: „Het kan natuurlijk dat de student gedurende de opleiding geen praktijkervaring met lastige klassen heeft. Als je er dan later mee in aanraking komt, denk je: hoe zat het ook weer?”

Omdat zo weinig studenten leraar willen worden, gaan inmiddels stemmen op om de opleiding ervoor te bekorten. Volgens Walraven is juist méér tijd nodig.

Voor de Nederlandse leraar blijft vooralsnog gelden dat hij, anders dan zijn Belgische collega, de klas even moet laten uitrazen voor hij het woord neemt. Eerst hier en daar contact leggen met leerlingen, even praten over vakantie. Dan ontstaat het ‘vacuümpunt’ waarop hij zegt dat ze hun boeken moeten pakken en dat de les begint.

„En niet zo wriemelen met je handen”, zegt een leerling van het Liemers College. De tweede keer dat de 54-jarige lerares er oefent, heeft ze al meer greep op de klas.

Probleem opgelost? Walraven: „Elk jaar is er weer een nieuwe klas. Je moet blijven leren.”