Wim Pijbes over een visueel raadsel

Niet elk werk kan op een pronkplek in het museum hangen. In de marge vind je de ‘voorbijgangers’. Wim Pijbes laat u elke maand stilstaan bij zo’n stille schat.

Foto Merlijn Doomernik, beeldbewerking Studio NRC

Kunstgeschiedenis is geen exacte wetenschap en heeft dus niet altijd gelijk. Soms worden kunstenaars vergeten of gaan werken verloren. Johannes Hendrikus (Jopie of Joop) Moesman (1909 - 1988) was spoorwegbeambte, ontwierp spoorboekjes, was surrealistisch schilder, polemist, letterontwerper en amateurfotograaf. Dit soort multitalenten zijn van zichzelf al lastig in te delen, laat staan te waarderen op hun kunnen. Wanneer de persoon in kwestie ook nog eens autodidact is, moet een artistieke loopbaan wel op niets uitlopen of op zijn minst met de grootst mogelijke argwaan worden bejegend.

Zo ook bij Jopie Moesman, die bovendien behept was met een volstrekt eigenzinnig karakter (niet vreemd voor een kunstenaar), zelden of nooit tot een compromis besloot of in enige mate water bij de wijn deed. Geen wonder dat het tot vijf jaar na zijn dood duurde voordat zijn eerste solo-tentoonstelling plaatsvond. Dit stukje draag ik op aan Loek Brons, die deze tentoonstelling in 1993 in het Singer Museum in Laren initieerde en organiseerde.

Dubbeltalent

De inmiddels antiquarische catalogus had destijds de spotprijs van slechts 10 gulden. Een sympathiek gebaar en tevens geniale zet van Brons om het werk van deze kunstenaar onder een breed publiek te verspreiden. Brons was zelf ook een dubbeltalent die pas op hoge leeftijd besloot kunstgeschiedenis te gaan studeren en vervolgens cum laude afstudeerde. Volgens hemzelf was het voor hem slechts een kleine stap van succesvol textielbaron naar een loopbaan in olieverf op doek. Loek Brons overleed afgelopen zomer op 20 juni, een dag voor hij 84 jaar zou worden.

Engeltje

Terug naar Moesman. We vinden hem hier in het Amsterdamse Stedelijk Museum, het erepodium van de moderne kunst. Nadere studie leert dat deze Moesman is verworven door Edy de Wilde in 1976. De Wilde twijfelde kennelijk niet aan de kwaliteiten van deze kunstenaar die in Nederland lange tijd werd genegeerd. Moesman kreeg wel enige internationale erkenning doordat de voorman van de surrealisten in Parijs, André Breton, in aanraking kwam met zijn werk.

Tekst gaat verder onder de afbeelding

Voor mij is Moesman, ondanks zijn zeer bescheiden oeuvre, de belangrijkste surrealistische schilder van Nederland. In vijftig jaar vervaardigde hij slechts een veertigtal schilderijen. Een van de mooiste en meest raadselachtige is dit werk, getiteld Engeltje. Wat zien we hier eigenlijk? Een bescheiden formaat, rechthoekig schilderij. Het stelt een uitkijkje op een landschap voor, met een licht bewolkte lucht. Het lijkt het einde van een zonnige dag (of juist het begin?). Het rechtervlak toont een park, we zien een leeg pad, een driesprong in het groen tussen enkele bomen.

Richting de horizon vervaagt het groen in een onbestemde verte. Links zien we een muur met een opening. De muur staat op een halfronde balustrade. Tot zover klopt het allemaal, ook al is de architectuur die Moesman ons hier voorschotelt vreemd, of op z’n minst niet logisch. Nog vreemder zijn de blauwe hand op de voorgrond en de onthoofde, bloedende, witte torso in de doorkijk van de muur. Op de muur een rode vlek, is het bloed? Moesman schildert een visueel raadsel waarvan ook de titel vragen oproept. En daar sta je dan. Wat wil de kunstenaar ons vertellen?

Alle ruimte voor het naakte vrouwenlichaam

In zijn schilderijen komen veelvuldig naakte vrouwfiguren voor. Het mannenlichaam, voor zover aanwezig in zijn werk, reduceert hij tot enkele organen. We weten dat Moesman gefascineerd was door een zin uit een artikel dat Michel Leiris in 1930 schreef over gemaskerde vrouwen: „Het lichaam is naakt en het hoofd is gemaskeerd terwijl in de regel het hoofd naakt is en het lichaam gemaskeerd.” Deze omkering is voor hem essentieel. De surrealisten wilden immers de ratio uitschakelen en alle ruimte geven aan het onderbewustzijn.

Misschien is er wel helemaal geen verklaring. Hooguit verschillende lezingen – want ook al kijkt iedereen naar hetzelfde, we zien allemaal wat anders. Surrealisten gaan tegen de stroom in en bieden geen eenduidig verklaarbare, objectieve werkelijkheid. Het leven zit immers vol raadsels en daar zullen we het mee moeten doen, ook de kunsthistorici onder ons. Het is zoals de dichter Rainer Maria Rilke schreef:

Wanneer men die vragen leeft,
leeft men misschien geleidelijk,
zonder het te merken,
op een ongewone dag
binnen het antwoord
.

Wim Pijbes is kunsthistoricus.