Zonder mondklem kan paardentandarts Mariële van der Hoeven niets

Wilfried de Jong interviewt paardentandarts Mariële van der Hoeven (59) over haar gereedschap. “De tactiek is: nederig blijven.”

Ze vindt het lekker; haar arm die verdwijnt in de mond van een paard terwijl de mondklem veilig op ‘standje twee’ openstaat. „Met name in de winter is het warm, heerlijk wroeten in die slijmerige massa.

Mijn neus is ook heel belangrijk. Een rotte kies kan ik ruiken. De lucht komt je tegemoet, het is een enorme stank. Bij een jong paard kan ik zo’n kies er vaak zo uitwippen, als een ei uit een doosje. Weet je dat veel paardendames zo’n dopje, zo’n getrokken veulenkies laten polijsten en in een collier rond hun nek dragen?”

Het ouderwetse handwerk

In een stal houdt een paardenmeisje een Schwalzwälder Fuchs rustig terwijl de klem wordt aangebracht. De merrie herkent het metalen ding. Ieder jaar komt Mariële van der Hoeven langs om het gebit te controleren. „Zonder dat mondspeculum kan ik niet in die mond komen. Ik ben van het ouderwetse handwerk. Tegenwoordig werken veel paardentandartsen met verdoving en elektrische apparatuur. Een boor met een vijl erop gemonteerd. Ik vind het beroep dan niet mooi meer. Dan kan het net zo goed het gebit van een kameel, koe of schaap zijn. Ik wil het liefst een paard voelen.”

Sommige paarden schrikken even als ze haar hand voelen. Maar aanvallend bijten doen ze niet. „Als ik een duim in zijn mond doe om aan zijn eerste kies te voelen, ervaart hij dat als voedsel. Ze bijten heel soms maar merken dan al snel: hé, dit is geen wortel. En dan laten ze weer los.”

Wilfried interviewt Hermine Deurloo over haar harmonica: ‘Ik moet hem om de dag openschroeven om hem te wassen’

Als staal op steen

Een paard heeft 24 kiezen die blijven groeien, tot het vijfde jaar – als ze nog gewisseld moeten worden – zelfs explosief. „Er ontstaan in een halfjaar tijd haken aan de kiezen, scherpe punten van een paar millimeter. Vroeger in de vrije natuur aten paarden harde grassen en zo sleten de kiezen op een natuurlijke manier af. Tegenwoordig geven we ze zachte brokken en calciumrijke supplementen. Dan blijven de tanden maar doorgroeien en krijg je van die haken. Zo scherp als glas. Daar kan ik me lelijk aan snijden. Een Tetanus-injectie is noodzaak voor mij.”

Mariële pakt uit haar leren tas een van haar vijlen. Ze heeft wel vijftien verschillende soorten. Grove, fijne, een lange met een bocht naar binnen, een ander met een bocht naar buiten. Het zijn lange poken met een ruw uiteinde waarmee ze de haken te lijf gaat. Het geluid van het vijlen – als staal op steen – gaat door merg en been. Raggen, fijn schuren, polijsten.

“Dat horen mannen graag maar het is echt waar; merries zijn moeilijker in de omgang.”

Nederig blijven naar de merrie

De Schwarzwälder blijft er redelijk kalm onder. „Dit is een dame, dat merk ik meteen. Met een hengstentand ook nog. Dat zie je niet veel bij een merrie. Als ze dat heeft weet je: die heeft praatjes, een echte leidmerrie die vooraan wil lopen in de kudde. Nog even onderin vijlen, haar mond spoelen met ontsmettingsmiddel dan is ze weer van me af. Krijgt ze een appel als toetje.” Mariële voelt of de tanden weer glad zijn. Naast het verwijderen van de haken werkt ze ook de hoogteverschillen tussen kiezen weg. „Anders gaat zo’n paard met een scheef hoofd lopen. Dat kan een dressuurruiter niet gebruiken.”

In Nederland lopen zo’n 750.000 paarden rond. De tandartsen hebben het druk. Mariële leerde het vak in Amerika, in Idaho. Ze was als kind al gek op paarden.

„Ik was een echt paardenmeisje. Het is een verslaving. Een paard is je maatje, je vriend, je vertrouweling. Ik praat tijdens het werk veel met ze, ik stel ze op hun gemak. En dan rustig met de vijl naar binnen. De tactiek is: nederig blijven. Vooral bij de merries. Dat horen mannen graag maar het is echt waar; merries zijn moeilijker in de omgang. Ze waarschuwen niet en halen gelijk uit met een been. Kleng! Een hengst denkt tijdens het vijlen alleen maar: ‘Hè, moet dat nou?’”