Theresa May en de verdeelde Britten

Profiel Theresa May

Wat willen de Britten van premier Theresa May en wanneer wil ze aan de Brexit beginnen? Zondag spreekt May haar partij toe. Tijd om haar stilte te doorbreken.

Foto Ben Stansall/AFP

Voor een vrouw wier baan het is mensen te overtuigen, kan Theresa May bekwaam zwijgen. Waar was ze in de aanloop naar het referendum toen David Cameron haar maande om met hem campagne te voeren om het land binnen de EU te houden? Tactisch afwezig. En wat heeft ze in de honderd dagen sinds het Brexitreferendum inhoudelijk gezegd? Strategisch weinig.

Zondag zal May niet wegkomen met totale stilte. Op het congres van de Conservatieve Partij in Birmingham zal ze haar partij en de wereld meer vertellen over hoe zij de Britse uittreding uit de Europese Unie voor zich ziet, en wat de weg erheen is. Ze spreekt meteen na de opening tijdens een programmaonderdeel onder de titel Global Britain: making a succes of Brexit.

De naam is veelzeggend. Eindeloos de merites van Brexit bediscussiëren is irrelevant, vindt May. Het is haar baan er „het beste van te maken”. Dat deed ze ook als minister van Binnenlandse Zaken, een post die ze langer bekleedde dan wie ook in de afgelopen vijftig jaar, ondanks een aantal precaire dossiers zoals de Londense rellen in 2011 en hervorming van de politie.

En ze deed dat ook in 2012 toen ze hoorde dat ze diabetes had. Tijdens lange Lagerhuisdebatten smokkelt ze nootjes naar binnen. Voor belangrijke etentjes trekt ze zich terug om insuline te spuiten.

Domineesdochter

Haar rustige aanpak leverde haar het premierschap op toen Brexiteers Boris Johnson en Michael Gove zichzelf na het ‘nee’ van 23 juni uitrangeerden. Het geeft haar ook iets afstandelijks. Ze gunt het publiek weinig inkijk in haar privéleven. Britten weten niet veel meer dan dat ze een domineesdochter is. Ze verloor haar vader door een auto-ongeluk toen ze halverwege de twintig was. Ze is gehuwd met een bankier en houdt van cricket en wandelen. Ook is bekend dat ze twaalf jaar voor oerdegelijke instanties als de Bank of England werkte en langzaam opklom in de politiek van raadslid (1986) tot Lagerhuislid (1997) tot partijvoorzitter (2002) tot minister van Binnenlandse Zaken (2010) – tot premier.

Intussen staat May wel voor een ander soort conservatisme dan haar voorganger. „David Cameron was een sociaal-liberaal”, zegt Patrick Dunleavy, hoogleraar politicologie aan de London School of Economics. „Hij geloofde in een kleine overheid en vrijhandel. May vindt juist dat de overheid een grotere rol moet spelen in het leven van Britten.’’

Dat blijkt. De nieuwe Frans-Chinese kerncentrale bij Hinkley Point, een prestigeproject van Cameron en minister van Financiën George Osborne, mag van haar alleen gebouwd worden op voorwaarde dat de overheid de controle houdt. Ze breekt zo met de neoliberale traditie van alle premiers sinds Thatcher, schreef filosoof John Gray in The New Statesman.

Elitescholen

Ze doet dat ook op ander vlak. Neem het onderwijs. In een geruchtmakende toespraak kondigde ze aan meer grammar schools te zullen opzetten. Van die staatsgymnasia, die selecteren op intellect, zijn er niet veel meer. Ze hebben de reputatie het klassenverschil in stand te houden. Daarom verbood Tony Blair als premier verdere uitbreiding. En ook nu is de kritiek van Labour en progressievere delen van de Tories: May wil het Engeland van decennia geleden terughalen.

Onzin, zegt May. Ze wil het systeem veranderen zodat elitescholen ook voor slimme kinderen in arme buurten toegankelijk zijn. Het is de plicht van de overheid om van Engeland „een meritocratische en gelijkwaardige samenleving te maken”, zei ze. Ook dat betekent een breuk met het beleid van haar op elitaire scholen opgeleide voorganger.

Matt Goodwin, politicoloog aan de universiteit van Kent, denkt dat May de situatie goed aanvoelt. „Ongelijkheid in het onderwijs is een thema waar ze het continu over moet hebben. Lageropgeleiden kunnen niet meekomen in een moderne, geglobaliseerde economie en dat verdeelt het land. Haar plan voor elitescholen is een duidelijke boodschap”, zegt hij.

Lakmoesproef

Maar Brexit is vooralsnog de lakmoesproef voor haar premierschap. Uit peilingen blijkt dat Britse kiezers het ultieme van haar verwachten. „Een kleine meerderheid denkt dat er met de EU uiteindelijk een deal komt met toegang tot de interne markt én immigratiebeperkingen”, zegt John Curtice, een vooraanstaande opiniepeiler. „Britten willen het beste van twee werelden.”

Intern lopen bovendien de prioriteiten uiteen. Kosmopolitisch Londen, het financiële centrum, wil vrij verkeer van personen behouden. Daarbuiten is men tegen ‘de Poolse loodgieter’. Europese subsidie voor wetenschappelijk onderzoek is belangrijk voor de grote universiteiten, maar Derby maakt zich zorgen over behoud van de Toyota-fabriek. Het is de taak voor May om al deze wensen te bundelen en uit te onderhandelen in Brussel in één akkoord, en op zo’n manier dat de 27 overige regeringen hun veto niet gebruiken.

Uiteindelijk zal May alles op haar bord krijgen, zegt Europadeskundige Sara Hagemann. „Ze heeft het slim gedaan door Boris Johnson, David Davis en Liam Fox, de drie prominente voorstanders van Brexit, te benoemen als ministers. Ze vechten elkaar de tent uit, maar het is May die uiteindelijk op een top om twee uur ’s nacht de knoop moet doorhakken. Zo werkt de EU.”

Pas ergens „begin 2017” wil May in Brussel de officiële vertrekprocedure starten (‘artikel 50’). De kritiek aan het thuisfront neemt toe: ze zou treuzelen, een controlfreak zijn die niet durft te delegeren, of ze zegt niets omdat haar ministers het onderling oneens zijn.

In Europa stoort men zich aan het Britse idee dat May zo maar een goede deal kan bedingen. „In Berlijn en Parijs zijn ze niet onder de indruk van de Britse politieke elite”, zegt Charles Grant, directeur van denktank Centre for European Reform. „Die heeft in Franse en Duitse ogen geen idee van wat voor slechte deal ze uiteindelijk krijgen.”

Toch is het voorbarig om nu al te concluderen dat May de onderhandelingen verliest, vindt LSE-hoogleraar Dunleavy. Ze heeft nog even de tijd: Labour is tandeloos. Dunleavy: „Als May na lang praten tot een compromis komt en ze kan duidelijk maken dat ze geknokt heeft met Merkel, gestreden in Parijs en uiteindelijk de battle for Britain heeft gewonnen, kan ze waarschijnlijk genoeg kiezers overtuigen dat ze het goed heeft gedaan.”